• blad nr 7
  • 3-4-2004
  • auteur . Overige 
  • Column

 

Eruditie of gouden handen

In de jaren vijftig kwam in veel kringen het denken over één algemeen vormingsconcept op gang. Dat zou de toen bestaande tweedeling tussen algemeen vormend en beroepsonderwijs, tussen gescheiden voorbereiding op hoofd- en handwerk moeten opheffen. Democratie en economische wederopbouw maakten dat nodig. Na dertig jaar onderwijsbeleid van aaneengeregen slechte compromissen, onhandige invoeringen en persoonlijke ambities van bewindslieden zijn we weer terug bij af. De basisvorming is afgeschaft, het vmbo is door de hervormers zelf mislukt verklaard en ook de tweede fase ligt onder vuur. En nu zie je de aloude kloof weer terugkomen. Waar je ook leest, dualisme steekt de kop op.
Zo konden we enkele weken geleden in NRC Handelsblad een mooi stuk van Cyrille Offermans lezen waarin de teloorgang van eruditie als vormingsconcept wordt betreurd. Nut en vaardigheden zijn ervoor in de plaats gekomen, vaak verpakt in de verhullende term relevantie. Om ons te waarschuwen haalt Offermans de Duitse essayist Enzensberger aan: ‘Wat jongeren weten is exact zo monstrueus als de omgeving die hun die kennis opdringt.’ Vroeger werd die kennis opgedrongen door de leraar, nu door de media en de leerboeken die uitnodigen tot opzoeken. De leraar heeft het nakijken, exit eruditie.
Aan de andere kant lezen we bijna dagelijks over de puinhopen in het vmbo. In de grote steden een zwarte afvalbak, op het platteland een verzameling kinderen die alleen maar kapster of automonteur willen worden. Gaan de analyses wat dieper, dan wordt toegegeven dat ‘we toch een onderkantschool hebben gemaakt’ of dat het in feite niet gaat om etniciteit maar om een concentratie in het vmbo van onhandelbare kinderen uit de laagste sociale klassen. Inmiddels hebben ook Tweede-Kamerleden zich over de vmbo-problematiek gebogen en luid geroepen dat deze leerlingen, die toch zo graag met hun handen werken, vooral niet zo met kennis belast moeten worden.
Eruditie en gouden handen, ze worden, net als vroeger, opgevoerd als legitimering voor een steeds groter wordende kloof tussen twee standen, die van de denkers en die van de doeners. Beide vormingsconcepten, die elk heus een waardevol punt bij de kop hebben, vormen in feite twee zijden van één medaille. Ze delen namelijk de opvatting dat de doeners niet moeten denken en de denkers hun handen niet vuil moeten maken. Die opvatting impliceert een ongelijke machtsverhouding: denkers denken wel over doeners, doeners niet over denkers. Dat weten die Tweede-Kamerleden dondersgoed. Als het effe kan zitten hun kinderen uiteraard niet op het vmbo.
Het nieuwe dualisme verliest belangrijke punten uit het oog. Eén noem ik: de verhoudingen. Hoeveel leerlingen zijn door de eeuwen heen zo erudiet gemaakt als Offermans dat wenst? Nooit meer dan tien procent van een generatie. Hoeveel leerlingen zijn echt gebaat bij louter handwerk? Niet meer dan tien procent. Rest een grote massa van tachtig procent waarvoor nu eindelijk eens een goed algemeen vormingsconcept bedacht moet worden. De urgentie is hoog, democratie en economie vragen er nog veel dringender om dan toen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.