• blad nr 7
  • 3-4-2004
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Pabo-student en Idol Meike Hurts: 

‘Het is mijn droom om met zingen geld te verdienen’

Meike Hurts (22) werd bekend als een van de tien finalisten bij Idols. Inmiddels is ze weggestemd en kan ze zich weer concentreren op haar opleiding aan de pabo. Net als medekandidaten Eric, gymnastiekleraar in opleiding, en Marlies, lerares Engels in spe, ziet Meike een toekomst voor de klas wel zitten. Meike over Idols en natuurlijk de pabo.

:Ben je al wat bijgekomen van de Idolsgekte?
“Ik ben moe. Normaal ben ik altijd hartstikke vrolijk, maar nu heb ik het even gehad.”
Is het nu nog steeds zo druk? Idols is toch afgelopen?
“Ik doe het tweede en derde jaar van de pabo tegelijk, aan de Haagse hogeschool. Dat is zwaar, want dan ben je zo ongeveer elke dag van het eerste tot het negende uur ingeroosterd. Door Idols moest ik wel minder dagen stage lopen. Nu moet ik langzamerhand inhalen wat ik gemist heb. De pabo was heel relaxed met het aanpassen van mijn schema, maar nu wordt het tijd om de dingen die zijn blijven liggen in te halen. Ik was altijd een heel fanatieke student, altijd werkjes voorbereiden, lesprogramma’s draaien. Nu lukt dat even niet meer. Ik kom thuis, ik ga eten en dan ga ik alweer naar bed.”
Waarom wil je dan toch in zo’n vliegende vaart door je pabo-jaren heen?
“Ik ben al tweeëntwintig. Het leek me fijn om snel met het lesgeven te beginnen. Een jaar eerder voor de klas betekent ook een jaar eerder geld verdienen. Bovendien wist ik toen ik aan dit jaar begon niet dat ik aan Idols mee zou doen.”
Niemand hoeft zich in elk geval druk te maken dat bij jou het muziekonderwijs niet genoeg aandacht zal krijgen.
“Toch denk ik dat er op het moment te weinig aandacht aan drama en muziek wordt besteed in het basisonderwijs. Kinderen die talent hebben, kunnen dat ontwikkelen tijdens de expressieve vakken, van huis uit worden ze niet altijd gestimuleerd. Dat moet dus op school gebeuren. Maar daarbij is het ook heel fijn om je te kunnen uiten door muziek, dans of drama.”

Vastigheid
:Ben je nu zangeres of lerares in spe?
“Ik krijg van zingen èn lesgeven energie. Kinderen hebben de eigenschappen waarvan ik zou willen dat sommige volwassenen ze ook nog zouden hebben. Ze zijn eerlijk, uiten hun gevoel en zijn lekker impulsief. Ze nemen geen blad voor de mond en daar kan ik echt van genieten. Maar iedereen droomt er van om van zijn hobby zijn beroep te kunnen maken, ik ook. Ik zit al vanaf mijn zeventiende in een bandje en die droom om ooit met zingen je brood te verdienen, blijft toch in je achterhoofd zitten. Toen ik de eerste editie van Idols zag, dacht ik dus ook: ‘Waarom heb ik me daar niet voor opgegeven, verdorie, dat is een fantastische kans’.”
Als je het liefste wilt zingen, waarom ben je dan toch aan de pabo begonnen?
“Ik ben niet aangenomen op het conservatorium en de kleinkunstacademie. Bovendien is het zwaar om je geld in de muziekwereld te verdienen. Werken met kinderen leek me altijd al erg leuk. Ik was op zoek naar vastigheid en koos de veilige weg. Als het met Idols niet werkt, dacht ik toen ik eraan begon, kan ik nog altijd terugvallen op mijn studie. Een veilige weg is trouwens niet altijd de gemakkelijkste weg.”
Hoezo niet?
“Het is hard werken. Mensen denken soms echt dat ik de kinderen tijdens de lessen maar wat zit te vermaken. Dat is natuurlijk onzin, ik geef ze les en probeer ze wat bij te brengen. Toch staat de pabo bekend als een knip-en-plakopleiding. En dat terwijl er zoveel is dat je moet weten voordat je voor de klas kunt staan.”
Wat vind je trouwens leuker, de lagere of de hogere klassen?
“Dat weet ik niet. Ik heb nog geen stage gelopen in de bovenbouw. Ik moet afwachten hoe dat bevalt. Ik heb nu groep een tot en met vier van dichtbij meegemaakt, binnenkort ga ik naar groep zeven. Dan zal ik wel zien hoe het gaat. En dan kan ik ook misschien een keuze maken.”
Spannend…
“Ja, ik denk trouwens dat ik na mijn afstuderen niet meteen voor groep acht zou willen staan. Die kinderen zijn zo groot! Die steken al een kop boven mij uit, ze lijken af en toe wel zestien. En ze zijn natuurlijk ook mondiger. Ik denk niet dat ze me ‘afmaken’ hoor, dat hoop ik niet tenminste. Maar ik zou na mijn studie liever niet meteen in groep acht willen werken. Dat lijkt me moeilijk, ik wil dan eerst wat meer ervaring opbouwen. Met lagere klassen werken gaat me toch makkelijker af.”
En die kleintjes herkennen je natuurlijk ook wat minder.
“Ze weten wel dat ik aan Idols mee heb gedaan, maar ze zijn het binnen vijf minuten weer vergeten. De kinderen in groep drie weten dat al weer een stuk beter, die zitten je echt met grote ogen aan te kijken van: ‘Jij bent op tv geweest’. Dat is soms bijna gênant.”
Je woont zelfs in een oud schoolgebouw!
“Ja, ik woon hier anti-kraak, in een voormalige mavo. We hebben nog van die oude schoolborden hangen, dat is wel makkelijk als ik wil oefenen met schrijven op het bord. Mijn vriendje woont hier ook in huis, we hebben gezamenlijk drie lokalen tot onze beschikking. We wonen hier ook maar met zijn vieren in totaal. Lekker ruim, ook al zat ik de eerste avond in mijn eentje bang thuis. Het is zo groot! Maar door de lage huur kan ik mijn eigen autootje betalen, dus daarmee ga ik elke dag naar mijn stageadres. Ik ben op straat ook bijna niet herkend, omdat ik zo weinig buiten ben geweest. Ik heb het veel te druk.”
Dit weekend kun je je in elk geval weer ontspannen met een avondje Idols. Want je kijkt toch wel?
“Hmm… ik zit even te bedenken hoe vaak ik deze vraag wel niet beantwoord heb. Natuurlijk kijk ik. We zijn met zijn tienen een hechte groep geworden en ik wil graag weten hoe het de anderen vergaat. Ik vind het nog steeds leuk om te kijken. Ik weet dat ik niet een van de tien slechtsten ben, dus ik hoef me niet rot te voelen. Bovendien hoop ik dat er ook voor mij nog genoeg kansen liggen. Leuke aanbiedingen op zanggebied, heel misschien wel een kinderprogramma. Want om nou dertig jaar voor de klas te staan, dat zie ik echt niet zitten.”
En als je toch voor de klas komen te staan?
“Dan wil ik een lerares worden die haar leerlingen bijblijft. Iedereen heeft wel zo’n juf of meester gehad waaraan ze fijne herinneringen overgehouden hebben. Dat wil ik ook zijn: een juf die een verschil maakt.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.