• blad nr 7
  • 3-4-2004
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

Een basisschool met (bijna) alleen maar vrouwen 

De man zorgt voor de koffie

Al jaren staan er op de basisschool Oosterhuizen voornamelijk vrouwen voor de klas, met een vrouwelijke directeur aan het hoofd. Geen enkel probleem, vinden ze, ze staan er niet eens bij stil. “We doen heus niet alleen maar vrouwendingen in de les en praten nooit over onderwerpen als baby’s of zo.”

:Pal voor de basisschool staat de vlaggenmast met de rood-wit-blauwe vlag halfstok - in verband met het overlijden van prinses Juliana. Een paar oudere mannen spelen gedreven jeu de boules achter op het veld. Halverwege ligt het amfitheater er wat verlaten bij, het ‘schoolplein’ is dus niet alleen voor de 124 kinderen van obs Oosterhuizen in het gelijknamige dorpje vlakbij Apeldoorn. De school telt acht leerkrachten, van wie er vijf parttime werken. Afgezien van een mannelijke leerkracht, die al geruime tijd wegens ziekte afwezig is, bestaat het hele lerarenteam uit vrouwen. Victor Jonker (42 jaar) is daardoor meestal de enige man op school. Het werk als ID’er bevalt hem ‘hartstikke goed’. “Als algemeen schoolmedewerker verricht ik hand- en spandiensten in de ruimste zin van het woord. Ik ondersteun de leerkrachten, help de kinderen bij de computers, ik maak schoon, doe een deel administratie en ik zet koffie en thee.”
Vooral dat laatste is een bewijs dat de traditionele rol van mannen en vrouwen is veranderd, constateert directeur Janny de Jongh. “Toen ik in 1982 op deze school begon, werkten er twee mannen en de vrouw die ik ging vervangen. Ik mocht voor de koffie zorgen en kreeg de eerste twee klassen onder mijn hoede. Zo ging dat in die tijd. Sindsdien kwamen er alleen maar vrouwen bij en nu is er dus een man die voor de koffie zorgt.”
De vervrouwelijking van het onderwijs ziet zij niet als een probleem. De Jongh: “Ik merk het niet eens. Je moet oppassen dat je niet enorm gaat generaliseren, maar de typisch mannelijke taken vullen wij gewoon in. Bijvoorbeeld het ict-gebeuren, die taak zou misschien eerder een mannelijke leerkracht op zich nemen, maar omdat we die niet hebben, doen we het zelf. Dat gaat prima. Hetzelfde geldt voor de geluidsinstallatie, Patricia heeft dat echt fantastisch opgepakt. We worden er dus nooit mee geconfronteerd dat we een man missen.”

Betuttelend
:“Het is ook zeker niet zo dat we in de les alleen maar ‘vrouwendingen’ doen”, vult Anja Timmer aan. Zij is leerkracht en intern begeleider. Op school wordt er heel wat afgetimmerd, gefiguurzaagd en gevoetbald, al moeten de jongens ook af en toe achter de naaimachine. “We praten ook nooit over ‘vrouwenonderwerpen’ als baby’s of zo.” “Het is misschien wel zo dat we véél praten”, oppert De Jongh. “Vergaderingen kunnen daardoor soms wel eens lang duren. Misschien dat vrouwen wat te lang doorzeuren, terwijl een man juist sneller ergens een punt achter zet. Wij hebben bijvoorbeeld de regel dat een ruzietje tussen kinderen eerst moet zijn opgelost, voordat we verdergaan met de les. Mannen maakt dat misschien niets uit.” “Ja, net als moeders aan ons wel vragen of we willen opletten dat het kind zijn broodtrommeltje heeft leeggegeten. Bij een mannelijke leerkracht zal dat niet zo snel gebeuren, hij zou het waarschijnlijk ook niet doen”, zegt Timmer. De Jongh: “Als de schoolfotograaf komt, letten wij ook altijd op of de kinderen er een beetje netjes uitzien: geen hagelslag op de wangetjes, de haren een beetje gefatsoeneerd. Mannen zullen zich daar niet zo gauw druk om maken. Een juf let altijd op of een kind zijn jas wel aantrekt. Een mannelijke collega denkt ‘ach als ze het vergeten, komen ze er zelf wel achter en leren ze ervan’. Misschien is dat ook wel beter, in plaats van te bemoederen. We zijn wel wat te betuttelend soms.” Maar, vervolgt De Jongh snel, dit is allemaal peanuts. De verschillen tussen man en vrouw zijn helemaal niet zo groot, laat staan dat je zo mag generaliseren.
Dat een overmaat aan vrouwen op school ten koste zal gaan van de kwaliteit, noemt ze dan ook flauwekul. “Onze kinderen scoren heel goed, juist op vakken als rekenen.” De Jongh haalt het onlangs verschenen onderzoek naar de tevredenheid van ouders tevoorschijn. Het rijtje pluspunten beslaat maar liefst 25 regels, de punten van kritiek slechts twee: veiligheid onderweg naar school en aandacht voor creativiteit. “Wij kregen het cijfer 8,1, dat is het hoogste van heel Apeldoorn en hoger dan het landelijk gemiddelde van 7,4. Ouders vinden de sfeer heel goed en de leerkracht vinden ze op school het belangrijkst. Dat zegt natuurlijk wel wat over de kwaliteit.”

Door de mand
:De twee vrouwen zijn het er wel mee eens dat jongens rolmodellen nodig hebben. De Jongh: “Maar dat hoeven niet zozeer mannelijke leerkrachten te zijn. Als er een vader thuis is, is dat denk ik al voldoende. Verder is het echt niet zo dat een man hier als een vreemd wezen wordt gezien.” Op de school komen namelijk genoeg mannen, zoals vaders, schilders, mannelijke stagiairs of de jeu de boulers. Als ze de keuze had, zou De Jongh echter wel wat meer mannen in het team willen. “Zodat er een beetje meer evenwicht ontstaat. Mannen zijn toch anders en zullen dingen toevoegen.”
Om meer mannen naar de pabo te krijgen, ziet de directeur vooral iets in functiedifferentiatie. “Er zijn nu te weinig carrièremogelijkheden: je kunt leerkracht worden en dan directeur. Waarom niet wat taken tot een aparte functie verheffen, zoals intern begeleider. Dat is nu een extra taak voor de leerkracht, waarom niet een functie met een aantrekkelijk salaris?” In positieve discriminatie ziet Anja Timmer niets. “Dan denk je al gauw aan het lokken van leraren met allerlei voordeeltjes. Maar dat werkt niet. De motivatie moet goed zijn, je moet het leuk vinden en het in je hebben om leraar te worden. Mannen die gelokt moeten worden, vallen uiteindelijk door de mand.”
Net zo goed als vrouwen volgens Timmer bedrogen uitkomen als ze in het onderwijs gaan werken omdat ze denken dat dat makkelijk te combineren valt met de zorg voor de kinderen. “Ik vind het helemaal niet zo makkelijk te combineren. De leerlingen gaan om drie uur naar huis, maar de leraar niet. Je bent in het onderwijs eigenlijk nooit klaar. Er zijn huisbezoeken, oudergesprekken, vergaderingen en er zijn vooral vlak voor vakanties veel pieken, waarin extra werk moet worden verzet. Een kantoorbaan van negen tot vijf is waarschijnlijk makkelijker, omdat je weet waar je aan toe bent.”
De Jongh verwacht dat er uiteindelijk wel weer een kentering komt. “Vervrouwelijking is helemaal geen probleem, het wordt tot probleem gemaakt. Onderwijs doet zichzelf tekort door zich een negatief imago aan te praten. Een leerkracht moet zoveel verschillende dingen doen, is een duizendpoot en dus een fantastische manager. Het is een prachtig beroep.” Dat beeld zal mannen moeten aanspreken, denkt De Jongh. Bovendien lost het zich vanzelf wel op. “De geschiedenis laat zien dat in tijden van slechte economische omstandigheden een baan in het onderwijs zekerheid biedt. Jongens zullen dan eerder kiezen voor een opleiding tot leraar en er zullen meer mannen de overstap van het bedrijfsleven naar het onderwijs maken.”

‘Het gaat om de persoonlijkheid’

:“De kinderen vergissen zich wel eens, noemen me per ongeluk ‘juf’ in plaats van ‘meester’. Dan moet ik daar om lachen.” Volgens Victor Jonker is dat het enige nadeel van zijn minderheidspositie. Hij is vol lof over zijn ID-baan als algemeen schoolmedewerker. “Ik heb hier in die anderhalf jaar al meer geleerd dan in de vijftien jaar dat ik bij de Belastingdienst heb gewerkt. Het is hier met alle vrouwen nooit saai. Er wordt niet over vrouwenonderwerpen gepraat, de onderwerpen zijn juist heel breed. Ja hoor, ook over Ajax-PSV bijvoorbeeld, een van de dames zit zelfs op voetbal.”
“Ik ervaar het absoluut niet als een probleem dat er hier alleen maar vrouwen werken. Natuurlijk werken zij anders, ik vind zelfs beter, dan mannen. Mannen zijn meer van ‘niet zeuren, maar uitvoeren’, terwijl vrouwen eerst gaan kijken en overleggen hoe ze iets zullen aanpakken. Mannen hebben misschien sneller resultaat, maar de kwaliteit is niet altijd beter.”
Dat jongens rolmodellen nodig hebben, daar is Jonker het mee eens. “Iedereen heeft een voorbeeld nodig, maar de vraag is of dat dan op school noodzakelijk is. De school is belangrijk, maar is slechts een klein aspect van het leven van een kind. De rest van de omgeving speelt volgens mij een veel grotere rol.”
“Ik denk ook niet dat de kwaliteit toeneemt als je meer mannen aanneemt. Je kunt wel tien mannen binnenhalen, maar als die geen aanleg voor het leraarsberoep hebben, kun je de boel wel dichtdoen. Het gaat meer om de persoonlijkheid. Ik denk af en toe dat sommige vrouwen meer mans zijn dan ik, sommigen kunnen echt veel harder schreeuwen dan ik, hoor.”
En dat een overmaat aan vrouwen op school ‘watjes’ van jongens maakt, vindt Jonker helemaal onzin. “Dan zouden de jongens zeker bij nat weer zeggen: ach, laten we maar binnenblijven? Echt flauwekul. Het is het tegenovergestelde zelfs. Sommige jongens gaan zich juist stoerder gedragen omdat ze indruk op de juf willen maken. Moet je kijken hoe snel er vrijwilligers klaarstaan om een bal van het dak af te halen.”
“Weet je, kinderen merken heus wel het verschil in kwaliteit tussen goede en slechte lessen. Ze zien echter het verschil tussen man en vrouw voor de klas helemaal niet, omdat dat er ook niet is. Wij maken het tot een probleem.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.