- blad nr 11
- 2-6-2001
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Verwijzing naar speciaal onderwijs groeit weer
De afgelopen jaren daalde de verwijzing van leerlingen naar scholen voor speciaal basisonderwijs van 3,8 naar 3,2 procent. Aan die daling is in 2001 een einde gekomen. Naar verwachting zal er zelfs sprake zijn van een lichte stijging. Echt structurele oplossingen om deze impasse te doorbreken zijn lastig, zei Jan Schildmeijer op de conferentie in Amersfoort. De scholen voor basisonderwijs hebben namelijk slechts geld voor de opvang van ongeveer vijf procent van de leerlingen, terwijl de behoefte naar schatting van de inspectie veel groter is. In het basisonderwijs heeft volgens het inspectieverslag misschien wel zeventien procent van de schoolpopulatie behoefte aan een speciale aanpak.
Ook daar gaat het nog om gemiddelden, zoals duidelijk wordt uit een ingezonden stuk aan Het Onderwijsblad. Jikke Dijkstra, intern begeleider van basisschool de Springschans in Heiloo, laat zien dat de problemen plaatselijk nog veel groter zijn. ŒOnze school kent bijna dertig procent zorgkinderen. Voor slechts een beperkt aantal van vier ontvangen we extra formatie en middelen. Voor de andere 77 moeten we het doen met 24 formatierekeneenheden die ons worden toegekend voor preventieve ambulante begeleiding. Deze situatie is zo langzamerhand onhoudbaar . De kwaliteit wordt ernstig beïnvloed.¹
Negatieve spiraal
Het gaat bij de Springschans om allerlei soorten kinderen. Er zijn er met adhd, leerlingen met een mlk-, lom- of zmlk-niveau, of het syndroom van Down. De Springschans staat in de omgeving bekend als een school die leerlingen die wat extra¹s nodig hebben goed opvangt, waardoor ouders juist voor de school kiezen. Maar inmiddels is volgens Dijkstra een grens bereikt. Een oplossing kunnen we in de huidige formatie en middelen niet vinden waardoor een verwijzing naar het speciaal onderwijs erg voor de hand ligt.¹
En juist dat wilden de Springschans en wsns voorkomen. Het verhaal van de school illustreert de problemen op landelijke schaal. Volgens Schildmeijer komen scholen die onvoldoende middelen hebben voor een goede opvang zo in een negatieve spiraal terecht. Ze hebben geen ruimte om te investeren in de preventie van verwijzing, maar kunnen evenmin de kinderen adequaat opvangen. Het gevolg is een hogere verwijzing naar het speciaal onderwijs, waardoor er weer minder geld komt voor opvang op een gewone basisschool. Die negatieve spiraal komt voor bij naar schatting tien procent van alle 248 samenwerkingsverbanden.
Wim Inzink, voorzitter van de sector primair onderwijs van de AOb, vindt dat er hoognodig wat moet gebeuren om te voorkomen dat Weer samen naar school de zoveelste onderwijsvernieuwing wordt die uiteindelijk een papieren tijger blijkt te zijn. ³Vrijwel iedereen in het onderwijs stond achter Weer samen naar school. Juist daarom moeten we voorkomen dat deze vernieuwing uitloopt op een kater. Het grote probleem is dat we de hoeveelheid zorg in het basisonderwijs hebben geminimaliseerd in een vast budget, terwijl in het voortgezet onderwijs geplaatst wordt op indicatie. Om wsns vlot te trekken is een plan van aanpak nodig.² De verwachting is dat half juni de expertgroep van Schildmeijer een rapport met aanbevelingen om het stagnerende wsns weer op weg te helpen naar het ministerie stuurt.