• blad nr 6
  • 20-3-2004
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

'Kloof tussen management en personeel te groot' 

Nieuwe bve-hoofdbestuurder Bert Imminga:

“Men verwachtte van de bve-instellingen dat ze marktgerichter werden, ondernemender, en risico’s durfden te nemen. De regelgeving was onduidelijk. Daardoor zijn er zeker fouten gemaakt, maar ik denk niet om er als instelling beter van te worden. Wel om te proberen ook voor risicogroepen maatwerk te leveren.”

Bert Imminga (43) is de nieuwe vertegenwoordiger voor de bve in het hoofdbestuur van de AOb. Hij maakt zich zorgen over de toon die de commissie Rekenschap zal aanslaan in het eindrapport over fraude en oneigenlijk gebruik van gemeenschapsgeld in de bve en het hbo. Een rapport dat binnenkort verschijnt. “Waar ik nu enigszins bang voor ben, is dat de accountants van de commissie-Schutte alleen kijken naar de regels van het bekostigingssysteem en te weinig naar de maatschappelijke opdracht die de roc’s van het ministerie kregen. En dat op die manier een negatief beeld van de bve wordt neergezet. Terwijl voor mij ook de regelgeving van het ministerie onderdeel is van het onderzoek.”
Imminga heeft een stevige bve-carrière achter de rug. Hij stond als docent rechten voor de klas, eerst op een mdgo-opleiding in Groningen, later op een meao in Hengelo. Als MR-lid maakte hij de fusies mee die resulteerden in het roc Oost-Nederland. Hij stopte in 1994 met lesgeven en trad toe tot de staf, waar hij verschillende functies uitoefende. Ook werkte hij tijdelijk als seniorjurist op het AOb-kantoor in Deventer. Hij was verrast – “en trots”, benadrukt hij - toen hem onlangs het verzoek bereikte om zich kandidaat te stellen als hoofdbestuurder.
“De bve is een dynamische sector, maar er schort veel aan de uitvoering. Een van de redenen is slecht management, waar de werknemers de dupe van zijn. Ik heb talloze directiewisselingen meegemaakt. En als bedrijfsjurist zag ik de individuele problemen waarmee het personeel worstelde. Die kon ik gelukkig benutten om voorstellen te doen ter verbetering van het personeelsbeleid.”
Dat wil Imminga eigenlijk nu ook weer voor elkaar krijgen, als stafmedewerker bij het roc en als hoofdbestuurder van de AOb. Zijn voornaamste drijfveer is dat voor een goed functionerend bve-veld het management meer oog en oor moet hebben voor de werkvloer. “Er is een behoorlijke kaalslag geweest onder de managers in de bve, inmiddels zitten er mensen met behoorlijke managementkwaliteiten. Maar je ziet tegelijkertijd dat er een kloof ontstaat. Ik hoop ertoe bij te dragen dat bve-managers en de mensen die het echte werk doen, meer dezelfde taal gaan spreken. Dat het management contact houdt met de praktijk. Dat is wat mij betreft de uitdaging waar de medezeggenschapsraden en de vakbond aan moeten werken.” (RS)

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.