• blad nr 6
  • 20-3-2004
  • auteur R. Sikkes 
  • Commentaar

 

Groter of kleiner

Met minder mensen hetzelfde onderwijsproduct leveren. Minder locaties. Grotere groepen. Dat is de boodschap van verschillende bve-managers in dit nummer van Het Onderwijsblad. Geen vrolijke boodschap. De afgelopen vijf jaar zagen de meeste roc’s namelijk alleen maar groei. Meer leerlingen, meer cursisten, meer geld. De vette jaren zijn echter voorbij. De overheid kort op het budget voor inburgering en geeft geen compensatie meer voor gestegen huisvestingskosten.
Het dwingt de bve-sector om na die jaren van onstuimige groei orde op zaken te stellen. Dat heeft vergaande consequenties, consequenties die absoluut niet stroken met wat politiek en publiek eigenlijk verwachten van de roc’s. Al tijden lang hameren politieke partijen bijvoorbeeld op schaalverkleining. Juist in de bve-sector vinden zij, juist de regeringscoalitie, dat de schaalvergroting te ver is doorgeschoten. Maar het gebrek aan financiële armslag dwingt de instellingen weer tot verdere concentratie.
“Onderwijs om de hoek van de deur kunnen we niet meer financieren, dus daar stoppen we mee”, stelt één van de geïnterviewden in de reportage. Anderen hebben het over het terugbrengen van het aantal locaties van meer dan tien naar drie. Een derde groep bouwt grote instellingen voor vele duizenden studenten. Steeds weer wordt benadrukt dat daarbinnen kleine, herkenbare eenheden voor studenten moeten worden gemaakt.
Ondanks die mooie gedachten gaat het uiteindelijk gewoon om concentratieplannen, waarbij grotere, goedkopere eenheden worden neergezet, waar ook nog eens met minder mensen hetzelfde gedaan moet worden. Een ontwikkeling die de kwaliteit van het onderwijs geen goed doet.
Eén instelling heeft een opvallend andere keuze gemaakt. De Brabantgroep-De Rooipannen hebben een splitsingsverzoek ingediend. Omdat hun ervaring leert dat schaalvergroting meer nadelen dan voordelen oplevert. Een interessante conclusie te midden van een onderwijsveld waar fusies en concentratieplannen nog steeds in de mode zijn.

Elf miljoen euro of één postzegel

Het kostte Het Onderwijsblad overigens grote moeite om achter het financiele wel en wee van de roc’s te komen. Hoewel overal openheid wordt gepredikt, blijken colleges van bestuur buitengewoon huiverig om openbaar te maken hoe zij het belastinggeld besteden. Slechts een klein deel stuurde zonder morren alsof het de meest normale zaak ter wereld betrof de jaarrekeningen op. Zo hoort het natuurlijk ook.
Afgelopen week werd in de Tweede Kamer tijdens het allesomvattende debat over normen en waarden ook gesproken over fraude, over transparante financiële verantwoording bij gesubsidieerde instellingen. Afgesproken werd dat de quartaire sector voortaan open moet zijn over de bestding van belastinggeld. Maar zoals vaker maakt de Tweede Kamer een nieuwe regel voor regels die al bestaan. Nog niet zo lang geleden kregen de roc’s éxtra geld, maar liefst elf miljoen euro, voor een betere publieke verantwoording, onder meer van hun huishoudboekje. Waar ze die elf miljoen aan opgemaakt hebben is erg onduidelijk, want tweederde van de instellingen wilde dus aan het verzoek van Het Onderwijsblad, vermoedelijk de eerste die interesse toonde in de cijfers van de roc’s, niet voldoen. Elf miljoen extra voor publieke verantwoording, maar een kopietje van de jaarverslagen en een postzegel – gezamenlijke kosten voor de hele sector naar schatting nog geen honderd euro – kon er blijkbaar niet van af.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.