• blad nr 6
  • 20-3-2004
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Ronde

Op woensdag heb ik pleinwacht. Het gebied dat ik belopen moet is aanzienlijk. Daarom neem ik, nu mijn leeftijd vordert en mijn hekel aan gemaksschoenen niet vermindert, bij klachtmeldingen soms mijn toevlucht tot onpedagogische opdrachten als ‘haal hem maar op’ of het onlogische ‘als ze niet binnen een minuut voor mij staat dan kom ik haar halen!’. Ook Priscilla uit groep 5 ontkomt niet aan deze opdracht. Hevig snikkend staat zij voor mij en vertelt dat haar klasgenoot Jan iets heel lelijks over haar moeder tegen haar gezegd heeft. Tijdens haar gesnik schaart zich een kring vriendinnetjes en een nog grotere kring tijdelijke vriendinnetjes om ons heen. Enkele van hen betreuren het ten zeerste dat Priscilla dat lelijke woord niet bij de naam noemt en ze besluiten dit verzuim terstond goed te maken. ‘Hij zei hoer juf, hij zei…’. ‘Ja, ja ik heb het wel gehoord’, onderbreek ik. ‘Haal hem maar op!’ Daar gaan ze. Als wrekende godinnen storten ze zich in de verte op de nietsvermoedende Jan. Het liefst zouden ze hem bij de kraag vatten en hem als een echte boef opbrengen maar dat laat Jan niet gebeuren. Hoofdschuddend kijk ik naar de uitwassen van mijn beleid. ‘Zo en nu gaan jullie spelen’, gebied ik tegen de anderen als Jan voor mij staat. ‘Dit lossen Priscilla, Jan en ik wel samen op’. Teleurgesteld druipen de dames af. Jan kijkt mij bozig aan. Hij ontkent de tenlastelegging niet maar voert wel iets ter verdediging aan. Priscilla zou namelijk hebben rondgebazuind dat zijn vader in de gevangenis zit! Ook Priscilla ontkent niks. Zij heeft dat inderdaad gezegd en daar heeft ze ook een reden voor, het is namelijk waar. Zij heeft dat van haar vader gehoord. ‘Niet waar’, brult Jan, ‘mijn ouders zijn gescheiden en mijn vader woont bij zijn vriendin. Maar jouw moeder is mooi wel een…’ Weer grijp ik in. Uiteindelijk krijg ik ze zover dat ze elkaar hun excuses aanbieden. Als ze weglopen vraag ik mij af of het nu wel of niet treurig is dat ze op de hoogte zijn van elkaars waarheid maar niet van die van henzelf. Ik krijg echter niet lang de tijd voor dit soort droeve overpeinzingen want er stormt een nieuwe delegatie op me af. ‘Juf, Mike heeft een astma-aanval.’ Omdat het zelfs mij te gortig is om een kind in deze omstandigheid op te laten halen, ga ik op weg naar Mike. Als ik hem echter in een uithoek van het plein ontwaar, zie ik meteen dat de diagnose verkeerd gesteld is. Het handelt hier om zijn andere kwaal. Ook Kimberley uit groep 6, die gezellig aan mijn arm meekuiert, ziet meteen dat het geen astma is. ‘Het lijkt mij eerder een ADHD-aanval’, stelt ze bezorgd vast. Mike staat in het midden van een grote groep relbeluste toeschouwers. Een woedeaanval van Mike is een spektakelstuk waar zelfs groep 8 zich niet te min voor acht. Ik vraag twee getuigen van het voorval achter te blijven en stuur de rest weg. Ik denk dat we eerst moeten wachten tot hij weer rustig is, zeg ik tegen de getuigen. Ze knikken. Ze kennen Mike. En dus wachten we. Heel geduldig met in ons midden een tierende Mike. Dit gaat nog wel enige tijd duren. Toch maak ik me geen zorgen over de afloop. Wel over de weg terug.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.