• blad nr 6
  • 20-3-2004
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Radeloos door zoveel regels



Bijna duizend zijn het er. De grote en kleine regels waar het onderwijs zich aan moet houden. Kosten? Zo’n slordige 400 miljoen euro. Een veel gehoorde klacht is dan ook dat aanvraag en verantwoording van subsidie meer kost dan het oplevert.

Tekst Gaby van der Mee Beeld Typetank

Wie kent in het onderwijs niet het Gele Katern? In het tweewekelijkse werkje van het ministerie dat bij iedere school in de bus valt, staan ze allemaal, de regels; de nieuwe, de aangepaste en de afgeschafte. En wat doet de directeur van de instelling met al dit geploeter op geel papier - inmiddels ook digitaal te bekijken? Hij legt het op een stapel of in de kast, want hij ziet allang door de bomen het bos niet meer. Dat er dan bepaalde regels niet nageleefd worden lijkt geen probleem, er bestaan toch geen sancties tegen. Dat ontdekten de onderzoekers van bureau Ecorys die in opdracht van de minister inventariseerden aan hoeveel regeltjes men zich eigenlijk moet houden, wat het naleven daarvan kost en welke de meeste ergernis opleveren.
Wat zijn de meest irritante regels? Op nummer 1, met ster, staan de bekostigingsbesluiten (OCW), een goede tweede plaats krijgen de arbeidsomstandigheden, die onder een ander ministerie vallen namelijk Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De wet Verbetering poortwachter en de Arbeidstijdenwet (ook van SZW) staan op de derde en vierde plaats en op vijf eindigde het ‘Bouwbesluit 2003’ van een derde ministerie, namelijk Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM).

Irritatie
Het is vaak nog niet eens zo dat directies of andere uitvoerders van de regels het niet eens zijn met de wet. Zo vindt vrijwel iedereen de nieuwe wet Poortwachter, die het aantal zieken en arbeidsongeschikten moet terugdringen, een goede zaak. Alleen, zegt de bovenschools manager van een christelijk bestuur ‘radeloos’ te worden van de werkwijze van de uitvoeringsinstantie UWV. Hij verwijt hen inflexibiliteit, bureaucratie en procedurele traagheid. Irritatie is er ook omdat er vaak geen capaciteit is en er geen middelen zijn om een wet na te leven. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Arbowet, maar ook voor het Bouwbesluit 2003. Door de rampen in Enschede en Volendam zijn er allerlei nieuwe en gedetailleerde eisen gekomen voor de brandveiligheid die tot hoge kosten leiden. Per instelling kan dat tot tienduizenden euro’s extra leiden, wat volgens de respondenten vaak niet op te brengen is - door het ministerie wordt het niet vergoed. Voor de Arbeidstijdenwet geldt dat vrijwel niemand arbeidstijden registreert. Dat kost te veel tijd en geld. Het liefst zien de scholen de wet vandaag nog ingetrokken worden, dat is de enige oplossing die werd aangedragen.
De kosten die voortvloeien uit informatieverplichtingen liggen tussen de 329 en 434 miljoen euro per jaar. De onderzoekers constateerden dat bij OCW, waar het merendeel van de regels vandaan komt (31 procent), geen centraal overzicht bestaat van alle regels. Andere belangrijke bronnen van regels zijn sociale zaken (SZW) met 17 procent en de gemeenten met 14 procent.

Potjes
In het primair onderwijs blijft bekostiging voor negentig procent van de respondenten de meeste ‘regeldruk’ geven. De geoormerkte gelden worden apart genoemd als bron van irritatie. Een directeur administratieve zaken van een onderwijsbureau noemt het een 'potjescultuur' bij OCW: ‘Overal bestaat wel een potje voor, maar overal dient ook verantwoording over afgelegd te worden.’ De regeldruk zal echter door lumpsumfinanciering niet automatisch verminderen. Er zal meer verantwoording achteraf gevraagd worden en dat kan ook nog eens voor heel veel irritatie zorgen. De onderzoekers constateren dat de ‘verantwoordingsdwang’ soms lijkt te zijn doorgeschoten, mede door het gebrek aan vertrouwen van beide kanten. De instellingen zien OCW niet als een stabiele partner vanwege de vele wijzigingen in beleid, wet- en regelgeving en bezuinigingen. Vanuit het ministerie lijkt wantrouwen te bestaan als het gaat om verdere autonomievergroting. Dat wantrouwen werd in het recente verleden ondermeer veroorzaakt door de hbo-fraude.
Zo nu en dan is er sprake van een ‘misverstand’ over de uitvoering van een regeling. Zo dacht een bve-instelling dat de meldplicht, die het voortijdig schoolverlaten van leerlingen moet tegengaan, inhield dat de leerling plus de verantwoordelijke docent ieder uur een handtekening moest zetten voor aanwezigheid. Met 29.000 leerlingen en 850 contacturen betekende dat op jaarbasis 54 miljoen handtekeningen. Gelukkig was dit verkeerd begrepen. De onduidelijkheid over de regels blijkt echter bij alle partijen groot. De onderzoekers denken dan ook dat een helder overzicht van de regels en de verplichtingen van de instellingen prioriteit heeft.
De oplossing van de regeldruk zit niet altijd in het schrappen van wetten en regelingen. Er moet vooral gekeken worden naar de werkwijze van de uitvoeringsinstellingen en naar de financiële middelen om wetten uit te kunnen voeren. Sociale partners, plus het ministerie van OCW zouden veel meer stelling moeten nemen wanneer er van buitenaf regels opgelegd dreigen te worden.
Belangrijkste vraag blijft echter volgens de onderzoekers wat de overheid nu wel en niet moet regelen. Minister Van der Hoeven start dit najaar het project OCW ontregelt. Het verminderen van regels zat vanaf haar eerste optreden in haar pakket, maar ze heeft daarmee dus nog niet veel succes gehad. In 2007 moeten de regels verminderd en vereenvoudigd zijn.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.