- blad nr 11
- 2-6-2001
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
AOb-enquête over convenantsgeld maakt mistroostig
Veel directies lappen afspraken an hun laars
Op 4 november vorig jaar sloten werkgevers en werknemers in het voortgezet onderwijs een convenant: van het decentrale schoolbudget (ongeveer twee ton per duizend leerlingen) wordt de helft besteed aan Œmaatregelen die bijdragen aan een daadwerkelijke verlaging van de werkdruk in het voortgezet onderwijs¹. De maatregelen zouden in overleg met de (g)mr moeten worden vastgelegd. Uit de enquête blijkt dat weliswaar op 158 scholen (zestig procent) het overleg is gestart (op 102 nog niet), maar dat het slechts in 42 gevallen naar tevredenheid is afgerond. Op de vraag of het bevoegd gezag of de directie een duidelijk voorstel had gedaan om ten minste de helft van het budget te besteden aan taakverlichting, antwoordt ruim meer dan de helft ontkennend (155). In negentig gevallen lag er wel een voorstel. Op 54 scholen was duidelijk dat het geld een andere bestemming had gekregen, namelijk voor de tekorten of voor het onderhoud van de gebouwen. Opvallend is het antwoord op de vraag of de mr-leden voldoende tijd en informatie hebben gekregen om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen: 137 antwoorden hierop Œneen¹ (meer dan de helft) en 88 Œja¹.
Pissig
Marten Kircz: ³Ik ben geschrokken van de uitkomst. Mensen worden voortdurend voor het blok gezet door directies. Dan komt er eindelijk een voorstel en dan moet er binnen een paar dagen over besloten worden, want er is haast bij.² Volgens Kircz had in het ideale geval de directie al eind januari met de mr in overleg moeten treden. ³Toen was bekend om hoeveel geld het ging en had gesproken kunnen worden over de besteding. Er viel gewoon poen te verdelen, op een school van duizend leerlingen twee ton, zo moeilijk is dat toch niet? Kijk, ik word van deze uitslag mistroostig, omdat het op die manier voor ons steeds moeilijker wordt om AOb-leden mee te krijgen in vernieuwingen. Als we op centraal niveau dit soort afspraken maken, waarbij de cao dus niet langer geheel wordt Œdichtgetimmerd¹ maar een deel vrij besteedbaar is, en op de school blijft onduidelijk wat er met het geld gebeurt, dan krijgen wij te horen dat we het slecht hebben geregeld.²
Kircz vindt niet dat medezeggenschapsraden zich te passief opstellen. ³Hier en daar zouden ze wat actiever mogen zijn, maar hoe worden mensen zo? Als er op school een strikte hiërarchie is waar ze nooit serieus worden genomen. Het zijn toch de directies die de meeste informatie hebben en die met een voorstel moeten komen.² Kircz wil de enquête-uitslag ook zien in het licht van de cao-onderhandelingen. In een nieuwe cao kunnen scholen kiezen voor een vrijer model bij de taakverdeling. Kircz is bang dat als directies niet meewerken aan de democratie op hun school een vrijer model nooit gerealiseerd kan worden. ³Je kunt het vergelijken met fusies. Bij geslaagde fusies weten mensen vanaf het eerste begin waar het om gaat en denken mee over oplossingen. Wanneer medezeggenschap niet serieus wordt genomen, dan krijgt de mr al gauw iets van Œlaat maar zitten¹. Hoe groter de Œbaasjescultuur¹ des te meer pissigheid onder het personeel, dat zich voortdurend voor het blok gezet voelt.²
Optimistisch
Theo Brugman, rector van het Dr. Nassaucollege in Assen, tevens voorzitter van de Vereniging voor het management in het voortgezet onderwijs (VVO), wil de negatieve gegevens niet wegpoetsen maar blijft optimistisch. ³Er zijn 580 scholen voor voortgezet onderwijs, wie weet is het bij die overige scholen wel goed gegaan. Ik kan hierover verder ook geen oordeel geven als voorzitter van de VVO, maar wel als rector. Op mijn school is in overleg met de mr het geld besteed aan een derde systeembeheerder, voor de docenten is dat een taakverlichting op het punt van de computers.²
Brugman voert een aantal redenen aan waarom directies wellicht in gebreke zijn gebleven. ³Het kan zijn dat het geld op een tijdstip kwam dat het niet meer in de formatieplannen te verwerken was. Dan kun je er niet zoveel meer mee als het gaat om die taakverlichting.² Ook kan hij zich voorstellen dat de tekst van het convenant directies kopschuw maakte, omdat 25 lesuren er als suggestie in genoemd staat. Een maatregel die met dit geld niet valt te financieren. Er heerste volgens hem hier en daar het misverstand dat het geld van de mr zou zijn. ³Maar het is jammer, want het zijn natuurlijk zaken waar je uitstekend met de mr over kunt praten en ik zou erop aan willen dringen om die discussie te blijven voeren.²
De VVO is voorstander van een kaderstellende cao. In het aprilnummer van het VVO-magazine worden de decentrale budgetten weer een stap op weg naar een volwassen sector genoemd: ŒAlleen, er is wel een resultaatverplichting. De sector zal moeten tonen dat de gemaakte afspraken loyaal worden nagekomen, dat er daadwerkelijk op schoolniveau iets wordt gedaan aan de verlaging van de werkdruk. Zowel de overheid als de centrales kijken daar zeer kritisch naar.¹
Theo Brugman denkt dat zowel de medezeggenschapsraden als de directies nog moeten leren om met elkaar te onderhandelen. ³We zitten in fase twee van de lumpsumfinanciering. Als het goed is wordt het voor scholen alleen maar leuker, omdat ze maatwerk kunnen leveren. Daarbij kun je je voorstellen dat er in de toekomst gemiddeld 22 uur wordt lesgegeven, maar dat kan naar boven of naar beneden afwijken, omdat de één er liever wat taken bij heeft en de ander liever lesgeeft.² Als de wederzijdse bevoegdheden goed vastliggen, ook bij de Wet op de ondernemingsraden, heeft Brugman er alle hoop op dat de directies er samen met het personeel uit kunnen komen: ³Je moet het tenslotte toch samen doen.²
Geen geld
Boudewijn Coster, voorzitter van de medezeggenschapsraad van het Thorbeckelyceum in Rotterdam, is groot voorstander van Œsamen doen¹, alleen heeft zijn directie dat minder. In zijn toelichting op het enquêteformulier schrijft hij dat de directie in een eerste reactie liet weten dat er geen geld was, in tweede instantie wist ze niet om hoeveel het ging omdat het bestuur van het openbaar onderwijs erover beschikte. Nu, een maand later, is er nog steeds niet veel veranderd. Coster: ³We weten inmiddels dat de directie voor de helft van het geld een ict-medewerker wil aanstellen. Daar zijn wij het niet mee eens omdat we dat niet als een taakverlichting voor ons zien. Wij willen een surveillant voor in de aula op de drie locaties. En we weten nu nog steeds niet precies om hoeveel geld het gaat.² Coster hoopt dat de directie bij zal draaien, maar vindt toch de hele gang van zaken Œzeer onbevredigend¹.
Op de christelijke scholengemeenschap de Heemgaard in Apeldoorn zijn ze er ook nog niet uit. Eerst kwamen er geen initiatieven van de directie en het bevoegd gezag richting mr. Vervolgens bleek dat de directie het geld wilde besteden aan een duurder arbo-contract en aan professionele psychisch-sociale hulp voor het personeel. Mr-voorzitter A. Kaan-Poldervaart ziet dat eerder als taakverlichting voor de directie. ³Wij vinden dat er veel verbeterd kan worden aan het meubilair en dat er waar mogelijk wat gedaan moet worden aan de groepsbegeleiding. Daarom hebben we het formatieplan voor het komend schooljaar nog niet goedgekeurd.²
In sommige gevallen houden directies er heel eigen ideeën op na over taakverlichting. Zo werd op een school in Bussum een personeelsfunctionaris aangesteld die loopbaanbegeleiding geeft. Ergens anders wordt het geld gebruikt om de vervanging te regelen voor zieke leraren. Zeker, dat is een taakverlichting aangezien er nu niet meer Œintern¹ vervangen hoeft te worden, maar waar diende het geld van het Vervangingsfonds ook al weer voor?
Op 21 van de 264 scholen werd al het geld rechtstreeks in het begrotingstekort gedumpt. Bij krimpende scholen werd het gebruikt voor instandhouding van de formatie.
Voortvarend type
Het blijkt ook goed te kunnen gaan. Op een derde van de 264 scholen is men tevreden en ligt er wel een akkoord. Op het Varendonckcollege in Asten bijvoorbeeld, een brede scholengemeenschap, lag er eind maart al een akkoord. Voorzitter van de mr, Leo Dijcks, kon dan ook vrijwel alle vragen op het enquêteformulier met Œja¹ beantwoorden.
Dat er 352.000 gulden te besteden was, had hij zelf uitgerekend. Hij was met drie mensen van de mr naar de AOb-bijeenkomst over het convenantsgeld in januari geweest. Vervolgens werd er met de directie brainstormend gebabbeld. Daar kwam een voorstel uit waar iedereen zich in kon vinden. Het komt erop neer dat er een oop¹er wordt benoemd voor de sector havo/vwo, speciaal belast met de surveillance van groepen waar docenten uitvallen. Dijcks: ³Als er een docent uitvalt vanwege een cursus of door ziekte, moeten anderen invallen. Dat irriteert, want je hebt toch een programma en als je dan steeds moet invallen is dat een inbreuk. Deze oplossing geeft meer rust.² Bij het vmbo is gekozen voor een onderwijsassistent, in eerste instantie bij biologie en scheikunde. Verder wordt er over de gehele linie gestreefd naar vermindering van het aantal lesuren, een beter taakbeleid en surveillance tijdens de pauze.
Leo Dijcks denkt dat hij de vlotte afhandeling van het overleg voornamelijk te danken heeft aan een voortvarende directeur. ³Ik zit in de gmr van ons bestuur OMO, maar daar hoor ik heel andere verhalen. Over directieleden die doodsimpel zeggen: ŒIk weet nog niet om hoeveel geld het gaat¹. Nou, dat kan ìk zelfs uitrekenen.²
Op het Sint Maartenscollege in Maastricht liep het aanvankelijk wat stroef maar ook daar zijn ze er uitgekomen. Voorzitter van de mr John Aussems: ³Pas in een later stadium begrepen we dat er tweemaal 130.000 gulden te besteden was. Voor dit jaar hebben we dat geld laten zitten omdat het gebruikt is voor formatieplaatsen. Het komende schooljaar is er per fulltime formatieplaats een bonus van tien klokuren. Verder wordt er een extra oop¹er aangesteld. Dat is niet alleen voor ons een taakverlichting, maar ook voor de andere oop¹ers.² Aussems is tevreden over de uitkomst van de onderhandelingen. Andere mr-leden hadden nog bedenkingen dat er wellicht naar een vermindering van vijftien klokuren gestreefd had moeten worden, maar hij vindt dat dat dan maar volgend jaar moet.
Op de andere scholen waar het overleg met succes werd afgerond, is de besteding zeer divers. Zo werd hier en daar de voorbereidingstijd per les verhoogd van 45 naar vijftig minuten, was er sprake van taakvermindering en is er een begin gemaakt met vermindering van het aantal lesuren. Verder worden er onderwijsassistenten genoemd, remedial teachers, taakverlichting directie, facilitering ontwikkeltaken, klassenverkleining, seniorenbeleid, mediatheekmedewerkers, systeembeheerders en toezichthouders.
Op de vraag of de convenantsgelden kunnen bijdragen aan verbetering van de arbeidsomstandigheden antwoorden 99 AOb¹ers met een volmondig ja, 34 vinden het maar Œeen druppel op de gloeiende plaat¹. Voor hen moet er nog veel meer gebeuren, willen ze iets van taakverlichting merken.