- blad nr 21
- 29-11-2003
- auteur T. van Haperen
- Column
Bang
Om mijn ergernis te onderdrukken pak ik een krant uit het rek. Midden op pagina drie valt mijn oog op een foto van schoolagent Bob. Ik ken Bob van de actualiteitenrubriek Netwerk, uit een reportage met een hoog Jiskefetgehalte. Bloedserieus legt hij daarin uit hoe het werkt; agent gestationeerd op school. Tijdens zijn verhaal ziet de kijker hem door de gangen lopen. Schouders naar achteren, blauwe spencer, boeien tussen de riem. Tussen deze shots door raakt hij in een onhandig, vermanend gesprek met een zogenaamd boefje. Het mannetje lacht wat, vindt het wel stoer. Verder gebeurt er weinig. Wetsovertredingen als mishandeling, verkrachting, rassenrellen, coke snuiven... niks van te zien. Loeiende sirenes, arrestaties, drugsvangsten, brommercontroles of wapenvondsten ontbreken eveneens. Bob is eigenlijk niet meer dan een beroepssurveillant, kinderoppasser. Zelf ziet hij dat anders. Zijn aanwezigheid werkt preventief. Het krantenartikel bevestigt dit beeld. Kreten als 'de deur staat altijd open' en 'een goed gesprek doet wonderen' domineren. De schoolleider spreekt van een experiment. De eerste resultaten zijn bemoedigend.
Als ik de krant dichtvouw, merk ik dat ik me nu pas echt erger. Zo'n reportage bij Netwerk, dat is infotainment bij gebrek aan echte actualiteit. Maar als serieuze kranten dit oppikken, begint de gekte. De burger schakelt de politie in bij de constatering van een delict of een serieus gevoel van onveiligheid. Daarvan is geen sprake. Bob is een welzijnswerker die zijn sandalen heeft ingeruild voor een uniform. Bovendien is hij overbodig. Leraren zijn veel beter in het creëren van een veilige leeromgeving. Hun gezag is groter. Zij ontmoeten lastige leerlingen in de klas en daar dwingt wederzijdse afhankelijkheid tot redelijkheid. Wat blijft er voor leraren over als niet zij de sfeer bepalen op school? Oké, lesgeven, maar buiten de klas zijn anderen de baas. De angstige leraar trekt zich terug, geeft steeds meer uit handen. Als de zoemer gaat, kijkt hij schichtig om de hoek of het veilig is en vlucht richting vergaderruimte, om zich te storten op persoonlijke ontwikkelingsplannen, cursussen aansturing en intervisie. Intussen heerst agent Bob op het schoolplein. Zo raken de prioriteiten behoorlijk in de war.
Bij de kassa staat de man met zijn pasje amok te maken. Hij eist zijn punten, schreeuwt dat hij ervoor heeft betaald. De vrachtwagenchauffeur voor me begint aan een blikje cola. Ik kijk naar buiten, zie videocamera's hangen. Die hebben nul betekenis. De politie houdt orde op school, maar heeft geen tijd om wanbetalers voor de rechter te sleuren. Zelfs minister Donner vindt dat tanken zonder afrekenen onder de verantwoordelijkheid van de pomphouder valt. Even twijfel ik. Zal ik gewoon wegrijden? Ik durf niet... net als mijn collegae ben ik ook een beetje bang.