• blad nr 21
  • 29-11-2003
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Actieonderzoek moet lespraktijk veranderen 

Het gaat altijd over je eigen probleem

Onderzoek dat onmiddellijk invloed heeft op de praktijk, is tamelijk zeldzaam. In Amsterdam-Oost verrichten docenten volgens een vaststaande methode onderzoek naar problemen waar ze op stuiten. "De leerlingen vonden het heel leuk dat de rollen werden omgedraaid. Nu had ik hen een keer nodig voor mijn enquête."

Tekst Gaby van der Mee Beeld Studio Ruigrok

"Ik wilde onderzoeken of ik mijn lessen in het Engels kon geven, maar ik ontdekte dat ik eerst mijn leerlingen in het Nederlands moet ondersteunen om verder te komen met het Engels." Caroline Swan geeft Engels op het Montessoricollege Oost, een vmbo in Amsterdam. Het is de eerste school in Nederland waar aan 'actieonderzoek' wordt gedaan.
Het vmbo huist in een van de mooiste schoolgebouwen van Nederland, dat enkele jaren geleden werd ontworpen door architect Herman Hertzberger. De 1100 leerlingen spreken vrijwel allemaal Nederlands als tweede taal. Naast de normale instroom vangt de school nieuwkomers op, zoals minderjarige vluchtelingen die voor het eerst kennismaken met de taal. Directielid Hella Kroon: "Onze leerlingen zijn heel divers, we hebben alle niveaus, van analfabeet tot redelijk geschoold, maar de taal vormt toch wel het belangrijkste obstakel. Iedere docent is tevens taaldocent. We hebben inmiddels wel veel expertise opgebouwd, toch zitten docenten regelmatig met de handen in het haar omdat ze niet weten hoe ze verder moeten komen met deze leerlingen. Duidelijk is in ieder geval dat de leerlingen heel ander onderwijs nodig hebben: ze moeten vooral door ervaring leren en wij moeten hun zelfbeeld opvijzelen. Door wat ze meemaakten op andere scholen of in hun privé-leven hebben ze maar weinig zelfvertrouwen en gooien ze snel het bijltje erbij neer. Daarom willen we werken vanuit de mogelijkheden die de leerlingen hebben en niet meer vanuit één programma dat iedereen onder de knie moet krijgen. Bij een montessorischool ligt dat ook iets meer voor de hand."
Het actieonderzoek is een onderdeel van de nieuwe manier van lesgeven. Er zijn in de school ook andere pilots gaande, allemaal proeftuinen die nu nog in een beginstadium verkeren.

Dikke onvoldoendes
De kritiek op het reguliere onderwijsonderzoek is vaak dat het weinig soelaas biedt voor de dagelijkse praktijk in de klas. Ook de nascholingscursussen zijn doorgaans, volgens Kroon, niet toereikend. "Wij zochten een manier om met onze eigen specifieke problemen verder te komen. Ik hoorde toen over het actieonderzoek, waarmee eigenlijk alleen scholen in de Angelsaksische landen actief zijn. Het toeval wilde dat er in Nederland op hetzelfde moment een pedagoog, Petra Ponte, op dit onderwerp promoveerde*.
De school kreeg subsidie van het Onderwijskansenproject om voor twee dagen in de week een onderzoeker aan te trekken. Dat werd Atty Tordoir, die voor drie jaar door het Algemeen pedagogisch studiecentrum werd gedetacheerd. Zij maakt daar deel uit van de projectgroep Taal&vak. Kroon en Tordoir bezochten vervolgens scholen in Engeland om te kijken hoe ze het daar aanpakken. Tordoir: "Ik heb aan het begin van mijn loopbaan wel grootschalig onderzoek gedaan - dat is natuurlijk ook nodig - maar ik had toen al het gevoel dat het wel erg ver van de praktijk af stond." Het woord 'actieonderzoek' kende ze eigenlijk alleen van vroeger: "Het is een beetje een verwarrende term, want in de jaren zestig en zeventig had het een heel ideologische lading. Ik leg dus aan iedereen uit dat het woord 'actie' slaat op de activiteit die docenten zelf moeten ondernemen. Ze doen zelf onderzoek naar een probleem, bedenken zelf verbeteringen en gaan na of het succes heeft gehad."
Voor het actieonderzoek meldden zich tien docenten aan, die daarvoor per week twee uur de tijd krijgen. Tordoir begeleidt hen. Docent installatietechniek Victor Martina is een van hen. Zijn leerlingen snapten het theorieboek niet en haalden steeds dikke onvoldoendes bij de toetsen. Met toestemming van de afdelingsdirecteur gooide hij de aanpak helemaal om. Met grote vellen waarop alle vaktermen stonden, maakte hij een module over het ophangen van een radiator. Als de radiator eenmaal hangt, moet de leerling aan de klant uitleggen wat hij allemaal gedaan heeft. Bij de presentatie bleken de leerlingen meer te weten dan de docent had verwacht.
Tordoir legt de principes uit: "Als een docent een vraag formuleert, gaat hij die eerst onderzoeken. Hebben collega's hetzelfde probleem? Wat vinden de leerlingen ervan? Voor je aan een oplossing gaat denken, ben je dus eerst aan het observeren en interviewen. Meestal blijkt dan dat je de oorspronkelijke vraag moet herformuleren. Zo wilde Victor Martina in eerste instantie weten hoe hij zijn leerlingen aan het lezen kreeg. Ten slotte kwam hij uit bij de vraag: hoe kan ik de theorie integreren met de praktijk?"

Kritische vrienden
Het praten met leerlingen vinden docenten vaak lastig, omdat die nogal eens sociaal-wenselijke antwoorden geven. Tordoir: "Daar hebben we het afgelopen jaar veel mee geoefend en dan merken ze dat leerlingen veel nuttige informatie en tips kunnen geven. Als een leerling hier nog maar kort is, is het mogelijk een tolk in te schakelen."
Daarnaast krijgt elke actieonderzoeker te maken met enkele collega's, ook wel de 'kritische vrienden' genoemd, die vragen stellen en feedback geven. Een soort intervisiegroepje, dat praat over het opgeworpen probleem. Zo'n overleg is aan vrij strikte regels gebonden: eigen ervaringen en oplossingen voor het ingebrachte probleem moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Tordoir: "Een paar keer per jaar komen we met alle actieonderzoekers een hele dag bij elkaar in het vermaarde Amsterdamse hotel De Filosoof om ervaringen uit te wisselen. Er wordt dan ook geoefend met de technieken van het actieonderzoek, bijvoorbeeld voor het houden van gesprekken of voor het verzamelen en interpreteren van gegevens. Ik ben iedere keer weer getroffen door het enthousiasme van iedereen, ook al is het op school soms een heel geworstel om tijd te vinden voor je onderzoek."
Het verschil tussen actieonderzoek en reguliere begeleiding van docenten is volgens Hella Kroon dat het onderzoek volgens een duidelijke methode wordt gedaan en op de lange termijn leidt tot nieuwe ontwikkelingen.

Kronkel
Caroline Swan gaf in het vorig schooljaar Engelse les in een schakelklas. Ze wilde graag meedoen aan het actieonderzoek. Tegelijkertijd zat ze in een soort rare kronkel omdat het project moest bijdragen aan het verrijken van de Nederlandse taal van de leerlingen. "Maar ik geef Engels, dus hoe pak ik dat dan aan?" Door de vele verschillende nationaliteiten in haar klas kwam ze er achter dat iedere leerling gemiddeld met vier talen bezig is. "Ik begon met observeren en ontdekte dat ik, hoewel ik alleen Engels wilde spreken, toch veel Nederlands gebruikte in de les. Vervolgens heb ik een enquête gemaakt voor de leerlingen. Ik wilde weten wat zij ervan vonden als ik alleen Engels sprak en wat ze van hun eigen Nederlandse taalniveau vonden." De enquête werd een belangrijk onderdeel van het onderzoek, waarbij Swan meteen ook aan taalverrijking deed. Om meer antwoorden mogelijk te maken voor de leerlingen vervaardigde ze taalkaartjes waarop emoties in het Nederlands stonden opgeschreven. Daardoor konden de leerlingen iets uitgebreider antwoord geven. Swan: "Het was heel leuk om te doen, ook voor de leerlingen omdat de rollen nu waren omgedraaid, ik had hen nodig voor mijn enquête."
Debbie Rokette, lerares NT2, is nog maar net begonnen met haar onderzoek. "Alle eerste klassen hebben dit jaar ver beneden het gemiddelde gescoord bij de taaltoets. Ik wil weten wat de oorzaak is. Ik ben nu bezig een klas te observeren en praat met leerlingen over hun leesgedrag." Rokette vindt het goed dat het onderzoek volgens een vast stappenplan verloopt: "Daar heb ik houvast aan." Aan de andere kant klaagt ze dat ze eigenlijk te weinig tijd heeft om alles goed te kunnen doen. "Na zo'n observatie van een klas moet je eigenlijk direct aantekeningen maken, maar dan komt er alweer een nieuwe klas." Vooral de afspraken met de 'kritische vrienden' zijn moeilijk te plannen: "Wij doen het met z'n drieën maar niemand is op hetzelfde tijdstip vrij, dus daar moeten we wel een oplossing voor vinden." Zowel Rokette als Swan vond het praten met de collega's volgens bepaalde regels heel moeilijk. Swan: "Je mag niet met eigen ervaringen of oplossingen komen, maar je moet ook oppassen dat je geen kritiek gaat zitten geven. Daarom is het goed dat er een soort scheidsrechter bij aanwezig is die dat in de gaten houdt." Meedoen aan het actieonderzoek is zwaar, zegt ze, maar tegelijkertijd investeert ze in zichzelf en dat werkt motiverend: "Doordat ik die methode langzaamaan onder de knie krijg, kan ik straks weer een volgende actie oppakken."
Volgens Rokette is ze bewuster bezig is met haar eigen gedrag: "Je kijkt kritischer naar jezelf terwijl je er doorgaans van uitgaat dat het aan de leerlingen ligt als het niet goed loopt."
Hella Kroon en Atty Tordoir hopen natuurlijk dat het actieonderzoek zich als een olievlek gaat verspreiden over de school, maar ze blijven realistisch. Niemand moet gedwongen worden dit te gaan doen. De resultaten van het onderzoek, zoals die van de docent installatietechniek, zijn wel gepresenteerd aan de collega's. Tordoir: "Maar het is niet zo dat de oplossing van de één ook werkt bij een ander." In de toekomst zal ze zeker haar bevindingen op het Montessoricollege Oost publiceren.

*Onderwijs van eigen makelij. Procesboek actieonderzoek in scholen en opleidingen, door P. Ponte, uitgeverij Nelissen, Soest, 2002, 192 pagina's + cd-rom, 29,75 euro.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.