• blad nr 19
  • 7-11-2003
  • auteur . Overige 
  • Column

 

Verschil in leren

Verschillen in leren tussen etnische groepen benoemen, blijft heikel. Eigenlijk zou je het niet moeten doen omdat je meewerkt aan stereotypering. Marokkanen leren zus, Antillianen zo en wij autochtone Nederlanders doen het zoals het betaamt. De grote valkuil is natuurlijk dat twee dingen vergeten worden: dat we allemaal mensen zijn (en dus op grotendeels overeenkomstige wijze leren) en dat we allemaal individuen zijn (en dus een persoonlijke manier van leren ontwikkelen). Toch is het belangrijk om ook groepsverschillen te belichten. Ze helpen de invloed van culturele aspecten op het leren te begrijpen en mede daardoor weer de invloed van de dominante cultuur.
In de VS leveren onderzoekers uit etnische minderheidsculturen zelf interessante bijdragen. Zo iemand is bijvoorbeeld de van oorsprong Cubaanse Alejandro Portes. Hij ontwikkelde de theorie van de gesegmenteerde assimilatie. Die werd nodig om het traditionele assimilatieverhaal te vervangen. De oude trend was: eerste generatie is arbeider, tweede generatie dringt door tot de toezichthoudende banen, terwijl de derde generatie door hard leren tot de middenklasse doordringt. De eerste en tweede generatie hebben dus niet zo'n opwaartse mobiliteit meegemaakt, maar wel redelijke arbeidsvoorwaarden veroverd. Dit alles door hard werken. Die trend is nu anders. Mede door de massamedia zijn sociale klassen schijnbaar veranderd in 'leefstijlen'. Nieuwe immigranten willen direct de welvaart die de media suggereren. Dat motiveert tot werken en vooral opklimmen in een bedrijf, zonder dat ze de lange weg van goed onderwijs nemen. Daarbij ervaren ze de oude generaties immigranten die arbeiders zijn gebleven als 'luier' en 'minder gemotiveerd'. Het stereotype gaat leven onder immigranten zelf. Het blijkt uiteindelijk niet in het voordeel van de kinderen van deze nieuwe immigranten. In de statistieken zien we hen maatschappelijk weer dalen. Hun assimilatie is gesegmenteerd omdat zij eenzijdig gericht is op de waarden van de massacultuur.
Een andere interessante onderzoeker is de onlangs overleden John Ogbu. In zijn laatste boek Black American Students in an Affluent Suburb: A Study of Academic Disengagement (2003) analyseert hij de cultuurverschillen die mogelijk verklaren waarom witte leerlingen systematisch beter presteren dan zwarte leerlingen, ook al zitten ze op dezelfde high-school en ook al zijn hun ouders even hoog opgeleid. Het is een mooie, voorzichtige studie die ik te kort doe door er maar twee, voor ons leerzame punten uit te pikken. Een eerste verklaring is dat er een soort black learning style is die Ogbu duidt als het low effort syndrome. De achtergrond daarvan is verzet tegen de witte dominantie (men ervaart het curriculum bijvoorbeeld als door de blanken opgelegd) en het terugvallen op een collectieve (zwarte) identiteit waarin intellectuele waarden minder hoog staan aangeschreven. Een tweede verklaring is dat zwarte hoogopgeleide ouders weliswaar hoge aspiraties hebben voor hun kinderen, maar tegelijk geloven in het traditionele 'trechtermodel', waarin de leraar en de school geheel verantwoordelijk zijn voor de overdracht. En hun moderne massamedia-kinderen vertalen dat in de verwachting dat de leraar hen moet motiveren.
De inzichten van Portes en Ogbu laten zien dat assimilatie en massamedia elkaar hevig beïnvloeden en dat dat niet zo gunstig uitpakt. In Nederland lijken die inzichten niet alleen van toepassing op minderheidsgroepen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.