- blad nr 19
- 7-11-2003
- auteur A. Vink
- Redactioneel
Geïntegreerd onderwijs in Almere
Kasar leert praten in de Torteltuin
Kasar moet vreselijk lachen als ze haar tong uitsteekt naar haar spiegelbeeld, de tranen biggelen ervan over haar wangen. Kasar is zes, heeft een verstandelijke handicap en zit in groep 1 van de Almeerse basisschool de Torteltuin. Ze doet alles met gebaren en praat haast niet. Het is nog onduidelijk of dat te maken heeft met haar Irakese afkomst of haar handicap. Aan een tafel in de klas krijgt ze 'praatles' van de speciale onderwijsassistent Akke van der Schouw. Van der Schouw wijst alle lichaamsdelen aan, benoemt ze en maakt gebaren. Zo af en toe komt een klasgenoot nieuwsgierig meekijken, maar Kasar vindt haar eigen tong stukken interessanter en giechelt nog even lekker door met haar spiegelbeeld.
Kasar is een van de bijna vierhonderd leerlingen met een handicap die onder begeleiding van de stichting Gewoon Anders naar een van de zeventig 'gewone' basisscholen of vier brede scholengemeenschappen in Almere gaat. In 1995 vroeg Almere aan toenmalig staatssecretaris van Onderwijs Tineke Netelenbos geld voor de oprichting van vier scholen voor speciaal onderwijs. Netelenbos greep dit echter aan om het overleg met de schoolbesturen te openen om het helemaal anders te doen. Het ministerie van Onderwijs was toen al bezig met het Weer samen naar school-beleid en de voorbereiding op het 'rugzakje'. Een stad zonder de geschiedenis van het verkokerde speciale onderwijs leek een ideale proeftuin. En dat betekende in 1997 de start van het experiment van de stichting Gewoon Anders, een stedelijk en clusteroverstijgend expertisecentrum. Zes jaar later is Gewoon Anders volledig geaccepteerd in het onderwijs in de grootste en snelst groeiende stad in de Flevopolder.
Kracht
Volgens directeur Grytsje Durkstra van Gewoon Anders ligt de kracht van het Almeerse project in de samenwerking met de ouders en de scholen. "Ouders krijgen vooral de keuze. Speciaal daarvoor aangestelde case-managers begeleiden niet alleen het kind maar ook de ouders en de school. Ze bekijken samen welke mogelijkheden en belemmeringen er zijn en stellen een begeleidings- en handelingsplan op. Ouders twijfelen vaak over de keuze of hun kind nu wel of niet naar een reguliere basisschool moet. Maar uiteindelijk kiezen een heleboel ouders in Almere toch voor geïntegreerd onderwijs. En zijn daar achteraf ook tevreden over."
Annemieke Timmerman is Kasars case-manager. Vandaag bespreekt ze het reilen en zeilen van Kasar met iedereen die met haar te maken heeft en doet een aantal observaties. Kasar is een van de zes leerlingen van de Torteltuin die ze begeleidt. Directeur Nico Staal van de Torteltuin is zeer te spreken over de gang van zaken met Gewoon Anders. "De gehandicapte kinderen horen ondertussen bij de Torteltuin. Veel scholen denken te veel in onmogelijkheden in plaats van de mogelijkheden bij de integratie van gehandicapte kinderen. Men is bang dat gehandicapte kinderen met bosjes naar school komen maar dat is angst voor het onbekende. Mensen stellen zich soms voor dat het om kwijlende en in hun broek plassende kinderen gaat maar als je in de school kijkt, haal je de meeste kinderen van Gewoon Anders er niet eens tussenuit. En om heel eerlijk te zijn, vragen sommige 'gewone' kinderen meer aandacht."
Tijdens het gesprek tussen Nico Staal en Annemieke Timmerman over Kasar komt een kind ter sprake die niet bij Gewoon Anders is aangemeld. Staal vraagt zich af of de leerling gezien de problematiek niet beter af is met begeleiding vanuit Gewoon Anders. Hij wil de ouders adviseren om dat ook te doen. Annemieke Timmerman: "Doordat ik hier veel kom, ben ik voor de scholen een aanspreekpunt geworden voor hun vragen. De lijnen worden gewoon korter."
Knutselen
Kasar is, zoals dat in Almere heet, een Kind in groep. In de rest van onderwijzend Nederland beter bekend als een kind met een 'rugzakje', het budget waarmee een gehandicapte leerling naar een reguliere school kan. Aan de Torteltuin zijn ook twee klassen met twaalf zeer moeilijk lerende kinderen verbonden, de Klimroos en de Stamroos. En dat heet dan in het Almeerse jargon Groep in school. Deze groepen draaien mee met activiteiten als buitenspelen en knutselen. Individuele kinderen lezen of rekenen soms in een groep. Naast deze twee varianten bestaat ook nog het model Groep gekoppeld aan school, de minst geïntegreerde vorm van onderwijs. Daarbij kan gedacht worden aan langdurig zieke kinderen met psychiatrische problemen die tevens intensieve therapie volgen. Voorop staat dat een leerling waar mogelijk weer kan uitstromen naar het regulier onderwijs.
Opvallend is dat op verzoek van ouders toch een minder geïntegreerde vorm van onderwijs is ontstaan, de Weerga. Deze school is een zogenoemde cluster 3-voorziening. Grytsje Durkstra, directeur Gewoon Anders: "Het gaat hierbij om verstandelijke en lichamelijk gehandicapte kinderen met een complexe problematiek. Op dit moment kunnen ze zich binnen het basisonderwijs niet handhaven. Een deel van de ouders vindt het belangrijk dat door de oprichting van een voorziening als de Weerga, hun kinderen niet noodgedwongen met een busje naar Huizen, Lelystad of Hilversum moeten reizen en dat hun kinderen in de buurt bekend zijn en met vriendjes kunnen spelen."
Om in aanmerking te komen voor een plaats in het reguliere onderwijs in Almere moeten ouders hun gehandicapte kind aanmelden bij Gewoon Anders. Als eerste wordt een indicatie gesteld om te kijken in welk cluster een kind valt. Veel kinderen die begeleid worden door Gewoon Anders hebben een indicatie cluster 3 (lichamelijk, verstandelijke en meervoudig gehandicapte kinderen en langdurig zieke kinderen)en cluster 4 (gedrags- en psychiatrische stoornissen). Het bijzondere in Almere is echter dat de indicatiecommissie voor alle clusters indiceert. In de rest van Nederland kunnen kinderen alleen per cluster een diagnose krijgen. Blijkt achteraf dat het kind toch in een ander cluster valt, dan begint de hele procedure opnieuw. Durkstra: "Voor ouders en kind kan dat een hele frustrerende gang van zaken zijn en dat kunnen wij in Almere voorkomen. Het kan bijvoorbeeld achteraf blijken dat een kind met een spraak- en taalstoornis zeer moeilijk lerend blijkt te zijn".
Ballonnen
Ook in het geval van Kasar kan het zijn dat uiteindelijk blijkt dat de overstap naar groep 3 van de basisschool voor haar te moeilijk is. Annemieke Timmerman: "Maar dan kan ze heel makkelijk de overstap naar de Klimroos maken en van daaruit meedraaien in de groepen van de Torteltuin. Daar valt nu nog niets over te zeggen. Veel hangt er van af of ze gaat praten".
Kasar gaat tijdens het overblijven tussen de middag naar de Stamroos, de klas met zeer moeilijk lerende kinderen. En soms volgt ze samen met deze kinderen een les logopedie waarbij ballonnen worden weggeblazen, lepels tussen de lippen worden vastgehouden en als toetje een spelletje met de tong. Koren op de molen van Kasar en Michael, die ook het Syndroom van Down heeft. De twee rollen helemaal om van de lach als ze hun tong naar elkaar uitsteken. Na de gezamenlijke les krijgt Kasar individueel logopedie. Ze is helemaal weg van de pop die ook het Syndroom van Down heeft en van puur enthousiasme zegt ze af en toe een woord in het Nederlands. Terwijl Kasar teruggaat naar haar eigen groep, maakt ze een vrolijk huppeltje en zwaait tot ziens.
Meer informatie over de stichting Gewoon Anders is te vinden op www.gewoonanders.nl