• blad nr 19
  • 7-11-2003
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Onderzoeksmoeheid hangt af van het onderwerp 

'We doen mee als we het nut ervan inzien'

Zijn scholen onderzoeksmoe? Ja en nee. De talloze vragen om mee te werken aan onderzoek worden heel selectief beoordeeld. Wat de doorslag geeft is of een school er zelf wat mee opschiet.

"Onderzoeksmoe? Ja, dat woord is op mij wel van toepassing", zegt directeur Harry Blume van de protestants christelijke Lukasschool in Utrecht. "Wij worden doodgegooid met aanvragen, bijvoorbeeld van uitgeverijen die hun methoden willen testen."
Telefonisch of schriftelijk, er moet voortdurend van alles onderzocht worden, producten en methoden getest, resultaten gemeten. Waar ligt de grens, wat doe je wel en wat niet? Een belronde langs scholen en onderzoekers levert een duidelijk antwoord: 'we doen mee als we zelf het nut ervan inzien of er zelf profijt van hebben'. Zo wil directeur Blume, die voor zijn basisschool gemiddeld twee maal per maand wordt bestookt met een aanvraag, wel meedoen aan onderzoeken die te maken hebben met het achterstandsbeleid: "Dat doet Oberon (een onderzoeks- en adviesbureau in Utrecht, red.) bij ons. Daar hebben wij zelf ook wat aan, dus daar wil je je wel voor inspannen."
Pieter Hettema, algemeen directeur van de Montessori-scholengemeenschap (vier scholen voor voortgezet onderwijs) in Amsterdam, tevens voorzitter van de vereniging voor schoolmanagers VVO, ziet heel wat aanvragen langskomen. "Vaak zijn ze te globaal, dan heeft een school er zelf weinig aan en gaat het de prullenbak in." Hoogst irritant vindt hij het wanneer er zaken dubbel moeten gebeuren. "Wij hebben bijvoorbeeld een jaarlijkse leerlingentelling, met alles wat daarbij hoort, dus in- en uitstroom. Als net alles is verwerkt, komt er nog eens een aanvraag van de gemeente overheen. Zoiets is voor ons dan een te grote belasting." Hettema ziet wel een vooruitgang, bijvoorbeeld bij het ministerie waar momenteel veel meer met websites gewerkt wordt die voor iedereen toegankelijk zijn. "Ik werd gebeld door een school in Almere die onze financiële gegevens op de website had bekeken. Daar moet het denk ik naartoe in de toekomst, gegevens die al verzameld zijn toegankelijk maken voor anderen."

Wensen
Op een van zijn scholen, het Montessoricollege Oost, wordt een onderzoek gedaan dat volledig voldoet aan de wensen van deze tijd. De uitkomsten zijn namelijk direct bruikbaar voor de praktijk. Hettema: "Ik ben zelf groot voorstander van meerjarig onderzoek waarbij je het effect van je eigen handelen kunt bekijken. Volgens mij hebben wij met dit onderzoek precies het midden weten te vinden tussen relevantie voor de wetenschap en voor de directe praktijk van alle dag." Op het college wordt vmbo-onderwijs gegeven, daarnaast is het een eerste opvang voor leerlingen die nog maar net in Nederland zijn, 95 procent van de 1200 leerlingen is allochtoon. Directielid Hella Kroon is verantwoordelijk voor het onderzoek dat in Nederland uniek is: "Wij hebben veel leerlingen die Nederlands spreken als tweede taal, dat geeft problemen in alle lessen. Inmiddels is er al heel veel deskundigheid op dat gebied, toch wilden we meer. We zijn toen gestuit op een aanpak, het zogeheten actieonderzoek, dat met name in Engeland ontwikkeld is." De school heeft nu twee dagen per week een onderzoeker in dienst, Atty Tordoir, afkomstig van het APS. Ze werkt met tien docenten die zelf onderzoeken hoe hun aanpak werkt, onder andere door informatie van leerlingen en collega's. Kroon: "Je ziet mensen zich echt ontwikkelen en het gaat niet alleen om taaldocenten, maar ook om docenten die andere vakken geven."
Wat is het verschil met een deskundige begeleider? Kroon: "Dat is de methodiek. Er wordt door de actieonderzoekers eigenlijk sociaal-wetenschappelijk onderzoek gedaan. Het bredere doel is om een nieuwe methode te ontwikkelen die ook op andere scholen te gebruiken is. We gaan er nu ook de boer mee op, er wordt publiciteit aan gegeven."

Harde kern
Paul Jungbluth, onderzoeker bij het ITS in Nijmegen, denkt dat naast het onderwerp, het ook van belang is wat directies of docenten voor inspanning moeten leveren voor een onderzoek. "Zo'n panel bijvoorbeeld waarin leraren op internet wat vragen kunnen beantwoorden, dat is niet zoveel moeite, maar bij het Prima-cohortonderzoek ligt dat heel anders. Daar worden leerlingen, ouders en leerkrachten bij betrokken, dat vraagt nogal wat van de school." Het Prima-onderzoek is een landelijk onderzoek naar het primair onderwijs waar zo'n 700 scholen aan meedoen. Mia Mulder, die zich bij het ITS onder meer bezig houdt met dit onderzoek, vindt dat de deelnemers behoorlijk trouw zijn. "Het loopt al vanaf 1994, om de twee jaar zijn de onderzoekers een week lang bezig in de school. Toch hebben wij nog steeds een harde kern van 75 tot 80 procent die meedoet. De scholen krijgen er ook wel wat voor terug; een uitgebreide tussenrapportage en natuurlijk de resultaten op de lange termijn." Ze merkt wel dat het moeilijk is om vervanging te vinden als er scholen afvallen. "Het argument is dan dat ze al aan zoveel onderzoek meedoen." Als het om praktische overzichtelijke onderwerpen gaat, zoals bijvoorbeeld de vierdaagse schoolweek, dan heeft Mulder geen enkel probleem om de medewerking te krijgen. "Daar zien ze zelf het nut van in. Zodra het onderwerp vager wordt, bijvoorbeeld heel theoretisch voor iemand die wil promoveren, dan haken ze toch snel af."
Directeur Verhaaf, van de openbare basisschool De Klimop in Den Haag krijgt nogal eens een aanvraag binnen van het ministerie. "Als het wordt ondersteund door de wethouder krijgt het voor ons al snel het karakter van een dienstopdracht."
Voor studenten die bezig zijn met onderzoek gaat hij altijd door de knieën. "Ik ben tenslotte zelf ook student geweest." Maar als het erg commercieel wordt, inclusief bonussen, dan haakt hij af. Verhaaf schat dat hij er op jaarbasis zo'n anderhalve dag mee bezig is. Het Prima-cohortonderzoek staat daar los van, dat is een hele klus. "Dat is een echte energievreter, maar je moet wel van hele goede huize komen om dat te weigeren."
Dat het meten en weten louter iets van de laatste tijd is, klopt volgens directeur Blume niet helemaal. Hij herinnert zich dat hij vroeger ook al een standaardbriefje had klaar liggen. "Dat was al in de tijd van Deetman, toen er zo vreselijk bezuinigd werd. Als we dan een aanvraag kregen van het ministerie stuurden we dat briefje terug: 'helaas, maar door de enorme bezuinigingen zien we geen kans om hier aan mee te doen'."

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.