- blad nr 18
- 18-10-2003
- auteur . Overige
- Redactioneel
Hbo-recht: een studie voor ambitieuze allochtone meisjes
Als het aan staatssecretaris Nijs had gelegen, was het er nooit van gekomen. Toch zijn deze maand zo'n veertienhonderd studenten begonnen met de studie hbo-rechten. De hogeschool 's-Hertogenbosch startte vorig jaar als eerste met deze nieuwe opleiding en tien andere hogescholen vonden dat zo'n goed idee dat ze er dit studiejaar ook mee wilden beginnen. Hun aanvragen kwamen echter op Nijs' bureau terecht samen met tweehonderd andere aanvragen voor nieuwe hbo-opleidingen. Die stroom van opleidingsplannen was uitgelokt door Nijs' voorganger, minister Hermans, die de hogescholen vrijliet om naar eigen goeddunken nieuwe opleidingen op te zetten. Maar volgens Nijs liep het volledig uit de hand. Daarom zette ze een streep door een groot deel van die tweehonderd plannen, ook door die voor hbo-rechten.
Daadkrachtig was Nijs' optreden misschien wel, doordacht was het niet. Want in het vervolg kwam zij stukje bij beetje op haar beslissing terug. Eerst kregen de hogescholen in Den Haag en Groningen alsnog een licentie voor hbo-rechten. Toen de anderen daarna naar de Raad van State stapten, bleek de staatssecretaris bereid haar beslissing opnieuw te overwegen. Het eind van het liedje was dat zij in maart nog eens zes hogescholen groen licht gaf.
Niet meer dan terecht, oordeelt Wijnand Scholtens, directeur van de juridische opleidingen van de hogeschool van Amsterdam (HvA). "Hbo-rechten is zeker geen hype. Het is niet een verzameling modules van bestaande opleidingen met een klinkende Engels naam - zoals je van andere nieuwe studies soms wel denkt. Het is echt een nieuwe opleiding, waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt en onder studenten. Linksom of rechtsom, deze opleiding moest er komen."
Evenknie
Die Amsterdamse zelfverzekerdheid is te verklaren. Aan de HvA begon men tenslotte al jaren geleden na te denken over een juridische opleiding op hbo-niveau. Het idee daarvoor kwam op in gesprekken over de samenwerking tussen de hogeschool en de universiteit van Amsterdam. Het hbo kent weliswaar studies als management, economie & recht en sociaal-juridische dienstverlening, stelde men in die gesprekken vast, maar een echte evenknie voor de universitaire rechtenstudie was er niet.
Een gat in de markt? Dat moest nog blijken. Interviews met juristen in allerhande beroepen bevestigden het vermoeden dat er behoefte was aan hbo-afgestudeerden in het recht. Maar echt enthousiasme ontstond pas toen de hogeschool de competenties op papier had gezet waarover die afgestudeerden moeten beschikken: de hbo-jurist moet dossiermanager worden, informatiemanager en proces- en projectmanager. Juristen werken steeds vaker in teams, zo is de gedachte daarachter; de hbo-jurist moet daarin zorgen voor bijvoorbeeld de afstemming van werkzaamheden en voor de juiste informatie op de juiste plek. "Natuurlijk stuitten we ook op scepsis. Veel juristen kunnen niet delegeren, die denken bij een hbo'er: dat kost alleen maar tijd, want alles wat 'ie doet, moet ik nakijken", vertelt Lieke Schrijvers, die lang bij het ontwikkelen van de opleiding betrokken is geweest. "Maar in het algemeen zag men veel in ons beroepsprofiel. Op een gegeven ogenblik weet je dan: dit is het, nu weten we genoeg."
Uiteindelijk was de HvA vorig jaar zover dat ze een proefjaar kon draaien met vijftig studenten. Deze maand kon hbo-rechten ten slotte officieel van start, met driehonderd studenten. Scholtens en Schrijvers hebben na de jarenlange voorbereiding het gevoel dat er weinig mis kan gaan. Pas over een paar jaar wordt het weer spannend, zeggen ze. "Dan moet blijken of onze studenten een stageplek vinden, en daarna een baan", aldus Scholtens. "We zullen moeten zorgen dat de eerste lichting die we afleveren heel goed is. Want die bepaalt het beeld dat het beroepenveld straks van onze afgestudeerden krijgt."
Inhalig
Een goed idee voor een nieuwe opleiding wordt in het hbo altijd binnen de kortste keren door andere hogescholen gekopieerd. In het geval van hbo-rechten gebeurde dat zelfs voordat het Amsterdamse idee werkelijkheid werd. Want terwijl de HvA nog broedde op een gedegen plan, diende de hogeschool 's-Hertogenbosch al een aanvraag in. "Amsterdam had de zaak inhoudelijk op orde, maar procedureel niet", zegt Gerard Hupperetz, die aan de wieg stond van de Bossche rechtenstudie. In Den Bosch was het andersom. Daar dreigde men nul op het rekest te krijgen, omdat de commissie die staatssecretaris Nijs adviseerde over nieuwe opleidingen de Bossche plannen inhoudelijk niet sterk genoeg vond.
Maar Hupperetz verzon een list: hij vroeg Amsterdam of hij het materiaal dat daar inmiddels klaar lag mocht gebruiken. Brutaal? "Aanvankelijk zeiden ze: waarom zouden we dat doen?", vertelt Hupperetz. "Toen heb ik uitgelegd dat ik anders zelf een opleidingsprofiel moest ontwikkelen. Uiteraard zou dat er dan anders uitzien dan het Amsterdamse. Daar zou de HvA, als die later met haar eigen profiel zou komen, alleen maar last van hebben." Dat bleek een overtuigende redenering en zo kreeg Den Bosch dankzij de HvA als eerste een licentie voor hbo-rechten.
Het bleek een doorslaand succes: de opleiding trok in haar eerste jaar meteen 230 studenten. Geen wonder dus dat er direct andere hogescholen klaarstonden om dat succes te kopiëren - want 230 studenten, dat is een aantal waar hogeschoolbestuurders erg inhalig van worden. Ook de nieuwkomers profiteren nu van het voorwerk van de HvA, want zij besloten eveneens het Amsterdamse profiel als uitgangspunt te nemen. Zo krijgt de opleiding landelijk in elk geval een duidelijk gezicht - een absolute noodzaak voor een opleiding die zich nog moet bewijzen.
Toch staat dat duidelijke profiel al onder druk. De meeste hogescholen die deze maand van start zijn gegaan met hbo-rechten, wisten pas in maart dat Nijs een licentie zou afgeven. Die hadden dus nauwelijks een half jaar de tijd om een onderwijsprogramma in elkaar te draaien en docenten aan te trekken. Desondanks heeft geen enkele hogeschool serieus overwogen de start dan maar een jaar uit te stellen. "Ik weet niet of je een betere opleiding krijgt als je er meer tijd in steekt", zegt Huug de Deugd van hogeschool Inholland Rotterdam. "Die intensiteit van de afgelopen maanden heeft goed gewerkt." Maar ongetwijfeld heeft ook meegespeeld dat hogescholen die lokkende studentenaantallen liever vandaag dan morgen binnenhalen.
Die gretigheid leidt echter tot allerlei noodverbanden die het heldere profiel vertroebelen. Zo schotelt de hogeschool Leiden haar eerstejaars rechten gemakshalve hetzelfde programma voor als studenten sociaal-juridische dienstverlening. Iemand als Hupperetz is daar niet blij mee. "Sociaal-juridische dienstverlening zit in de hoek van de sociale zekerheid en de sociaal raadslieden; dat is echt iets anders dan de stevige juridische opleiding waar wij mee bezig zijn. Ook voor ons is het slecht als anderen er een potje van maken. Het maakt het lastiger om hbo-rechten goed neer te zetten."
Hupperetz zelf heeft trouwens ook ervaring met noodverbanden. De Bossche opleiding kon de enorme toestroom van studenten in haar eerste jaar slechts behappen door vakken en docenten te lenen van de opleiding management, economie & recht. Tot ongenoegen van de studenten, want die wilden bedrijfskundige vakken juist mijden. Dit jaar gaat het anders, zegt Hupperetz. Hij bestiert inmiddels twee juridische opleidingen, de bestaande in Den Bosch en een nieuwe in Tilburg, en die krijgen een eigen docententeam en rechtenonderwijs 'met een hoofdletter R'.
Sluiproute
Minstens één ander gevaar bedreigt de opleiding: die kan gebruikt worden als sluiproute voor havisten die een universitaire rechtenstudie willen volgen. Wie een havo-diploma op zak heeft, hoeft immers slechts een hbo-propedeuse te halen om tot de universiteit toegelaten te worden. Als veel hbo-rechtenstudenten die overstap maken, zijn de hogescholen een flink deel van hun veertienhonderd eerstejaars snel weer kwijt.
De hogescholen zijn zich van dat gevaar bewust. Vwo'ers die rechten willen studeren, kiezen nog steeds massaal voor de universiteit - begrijpelijk, want die biedt toegang tot togaberoepen als advocaat en rechter. De collegebanken worden bij hbo-rechten dan ook vooral gevuld met havisten. "Onze standaardstudent is een ambitieus allochtoon meisje met een havo-diploma; we zijn een echte emancipatiestudie", zegt Scholtens (HvA). "De helft van de studenten geeft aan dat ze willen doorstuderen voor één van de togaberoepen en dus naar de universiteit willen."
Toch is Scholtens niet bang voor een uittocht na de propedeuse. Net als zijn collega's elders denkt hij die te kunnen voorkomen met een doorstroomprogramma in de laatste fase van de studie. Dat moet zijn studenten in staat stellen in vijf jaar de hbo-studie plus een universitaire master te halen. De route via de propedeuse is even lang, maar veel riskanter, houdt Scholtens zijn studenten voor. In het proefjaar dat hij achter de rug heeft, bleek dat betoog overtuigend: van de vijftig studenten stapten er slechts twee over naar de universiteit. "Eén daarvan redt het zeker, over de ander heb ik sterke twijfels."
Ten koste van wie?
"Nee, bij onze opleiding sociaal-juridische dienstverlening was men eerst niet blij met hbo-rechten", vertelt Wijnand Scholtens (hogeschool van Amsterdam). "Dat gaat ons studenten kosten, zeiden ze." Die vrees is begrijpelijk. Nieuwe opleidingen trekken vaak veel studenten. Maar het totale aantal hbo-studenten groeit nauwelijks. De winst van de nieuwkomers gaat dus ten koste van bestaande opleidingen.
Maar sociaal-juridische dienstverlening lijkt niet het grootste slachtoffer van hbo-rechten. Volgens de Informatiebeheergroep (IBG) daalt de populariteit van die studie vergeleken met vorig jaar slechts licht. Ook de universitaire rechtenstudie merkt niets van de populariteit van hbo-rechten; de hbo-studie trekt vrijwel uitsluitend havisten.
Ten koste van welke opleiding gaat de populariteit van hbo-rechten dan? Vooral management, economie & recht (mer) lijkt het kind van de rekening. Voor die opleiding registreerde de IBG eind augustus vorig jaar 3400 aanmeldingen, zeshonderd minder dan vorig jaar. Scholtens ziet wel logica in die verschuiving: "Onze studenten zijn mer-studenten met een hekel aan rekenen."