• blad nr 18
  • 18-10-2003
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Slechte leraren

Eindelijk stromen jonge leraren de scholen binnen. Verfrissend. Of toch niet? Ik durf er eigenlijk niet over te beginnen. Het lijkt een goedkope riedel: het wordt allemaal minder, leraren zijn niet meer wat ze geweest zijn, van die opleidingen klopt weinig, de doelgroep bestaat uit zwakke havo-leerlingen die een ander diploma hoger onderwijs wel kunnen vergeten. Onderbuikgevoelens? No way!
Er gebeuren vreemde dingen in klaslokalen, omdat door onderwijsvernieuwing en raar beleid ouderwetse vastigheid is verdwenen. Een voorbeeld. Een beginner is bevoegd voor geschiedenis. Hij geeft in de basisvorming ook economie. De schoolleiding vindt dit geen probleem. Beide vakken vallen onder het leergebied mens en maatschappij. Bovendien is het onderwijsaanbod versnipperd. Met deze oplossing zien leerlingen hun leraar vaker, doen vaardigheid op en leren meer.
Dat valt tegen. Economie is een vak met een eigen kenobject en werkwijze. Het leergebied mens en maatschappij is een verzameling van maatschappelijke problemen. De historicus weet veel van het laatste, maar weinig van het vak economie. Dus laat hij de sturing van zijn les over aan de methode: na opgave 1 komt 2. Waarom dat moet, waar het over gaat... de leerling zoekt dat zelf uit. Dat is modern, want bevordert zelfstandigheid. Maar leerlingen ontvangen amper een prikkel, vervelen zich, gedragen zich ook zo en dus levert de toets hopeloze resultaten op. In de ogen van de docent ligt dat aan die kinderen... ze willen niet.
Ruzie maken is een val waar jonge leraren vaak in trappen... het kind als vijand. Het valt ook niet mee in een diffuse schoolcultuur en met een opleiding die weinig houvast biedt. In het Visitatierapport pabo staat dat studenten veel moeten doen, maar dat het nooit moeilijk wordt. Concreet betekent dat ontelbare opdrachten over persoonlijke ontwikkeling en groei, maar weinig harde kennis en vaardigheid. Kortom, wel reflecteren, daar niet veel van leren en amper selecteren.
De documentaire De school draait door toont de gevolgen. Twee oudere leerkrachten krijgen in een achterstandsbuurt de klassen relatief makkelijk aan de gang. Hoe anders gaat het bij de jongere collegae. Die staan met de handen in zij te wachten tot het leren vanzelf begint. Dat gebeurt niet en dus volgen: 'houd je mond', 'ga aan het werk' en 'naar de gang'... dat niveau. Na huilbuien, burn-out en voorhoofdsholteontsteking, capituleren deze twintigers. Op hun nieuwe school in een buitenwijk gaat het beter, vertelt het onderschrift. Dat valt te betwijfelen. Witte kinderen hebben een grote bek, klassen zijn vol en ouders assertief. Voor slechte leraren zijn de omstandigheden altijd lastig.
In de documentaire zit één jankpartij die wel indruk maakt. Een allochtone jongen gelooft in het systeem, is ambitieus, maar maakt een slechte Cito-toets. Einde verhaal dus. Terwijl domme middenklasse-jeugd een meestertitel in de rechten haalt, racet hij straks verbitterd op zijn scooter door de straten. Uiteindelijk is er maar één onderwijsprobleem dat om beleid schreeuwt... slechte leraren... en toen werd het oorverdovend stil.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.