- blad nr 18
- 18-10-2003
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Onderzoek naar antisemitisme
Vanwege de signalen over antisemitische uitlatingen van leerlingen bij het behandelen van de geschiedenis van de jodenvervolging deed de stichting Vredeseducatie in Utrecht onderzoek onder docenten. Daaruit blijkt dat de leerlingen die zich schuldig maken aan antisemitisme voornamelijk allochtoon zijn en een islamitische achtergrond hebben. Zij koppelen de geschiedenis van de jodenvervolging aan de politiek van de staat Israël tegenover de Palestijnen. Vandaar dat er heftige discussies ontstaan met de docent. Veel docenten besluiten het onderwerp niet meer te behandelen omdat ze die discussie niet aankunnen.
Volgens onderzoeker Chris Blanken komt de houding van de leerlingen in het algemeen niet voort uit kwaadaardig antisemitisme, maar is het een gevolg van onwetendheid, klakkeloos overgenomen opvoedingsboodschappen, moskeelessen, berichten van Arabische zenders en de behoefte om te provoceren. Sommige docenten vertellen in het onderzoek dat het wel helpt als er goede informatie gegeven wordt, goed geluisterd wordt naar de leerlingen en er grenzen aan het gedrag worden gesteld. Ze proberen de leerlingen zover te krijgen dat ze zelf leren nadenken en een eigen mening leren ontwikkelen. Het onderzoek is te vinden op www.vredeseducatie.nl. Daar zijn ook suggesties te vinden voor de docenten.
De Amsterdamse wethouder van onderwijs, Rob Oudkerk, meent dat de overheid de kinderbijslag moet inhouden van ouders die niets ondernemen tegen het discriminerende gedrag van hun kind. Hij deed dit voorstel in de gemeenteraad naar aanleiding van de berichten over intimiderend gedrag van leerlingen tegen leraren die de Tweede Wereldoorlog en de holocaust behandelen. Ook bedreigingen van homoseksuele leraren vallen onder de discriminatie. Als ouders, aldus Oudkerk, niet bereid zijn mee te werken aan het corrigeren van het gedrag van hun kinderen, dan moet er een sanctie mogelijk zijn. (GvdM)