- blad nr 11
- 31-5-2003
- auteur R. Sikkes
- Commentaar
Vraag en aanbod
De cijfers spreken duidelijke taal. De komende jaren zal er nog een enorme vraag naar leraren bestaan. In het voortgezet onderwijs zijn er door de pensioengolf die er aan zit te komen duizenden en duizenden mensen nodig. In het basisonderwijs is de situatie door de groei van de pabo’s iets gunstiger, maar zijn er ook nog een paar duizend vacatures die overblijven als alle afgestudeerden aan de slag zijn. De opleidingen zijn dus niet in staat om alle openvallende banen op te vullen.
Zonder zij-instroom gaat het niet lukken om voldoende mensen voor de klas te hebben. Deze groep valt in tweeën uiteen. Die bestaat uit officiële zij-instromers die staan ingeschreven bij commerciële bureaus, eigenlijk onbevoegden in kaartenbakken. Maar er zijn veel meer mensen die rechtstreeks door schooldirecties worden aangesteld, onbevoegden, die de uitzendbureaus min of meer zien als illegale zij-instromers omdat ze niet in hun kaartenbak staan.
De snelle omslag van hoogconjunctuur naar recessie heeft het aanbod van mensen die voor de klas willen in een enorm tempo vergroot. Dat is prima, maar die mensen moeten wel begeleid en opgeleid worden. Het is een beetje parmantig dat minister Van der Hoeven de zwartepiet nu bij scholen ‘met koudwatervrees voor zij-instromers’ neerlegt.
De problematiek is namelijk te ingewikkeld om het daarmee af te doen. Wat we zien is dat scholen veel meer onbevoegden dan zij-instromers aannemen, simpelweg omdat ze de weg via de bemiddelaars te bureaucratisch, te ingewikkeld en te duur vinden. Bij de opleidingen stokt het testen van kandidaten met de assessments, bij de scholen ontbreekt de tijd voor begeleiding.
Dat leidt tot twee conclusies. Eén. Aan de cijfers van vraag en aanbod zien we dat zonder zij-instromers nooit en te nimmer alle vacatures vervuld kunnen worden. Twee. Het systeem van zij-instromers dat is opgetuigd, met meerdere commerciële aanbieders, vele tientallen opleidingen en honderden afnemers, functioneert niet. Dat moet anders. En als toetje nog een derde conclusie.
Werken in het onderwijs wordt blijkbaar populair tijdens recessies, maar zou niet beter zijn als werken in het onderwijs ook populair is in dagen van hoogconjunctuur? En dan is het rampzalig dat het regeerakkoord de ambtenaren salarissen fors in de min zet. Volgens het CPB loopt de loonachterstand de komende jaren op van 0,75 naar 1,75 procent per jaar ten opzichte van de marktsector. Dus als de economie in de lift zit, raakt het onderwijs weer veel mensen weer kwijt aan het bedrijfsleven.