- blad nr 11
- 31-5-2003
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Het niveau. Deel 3: de vlucht naar het particulier onderwijs
Wie het zich kan veroorloven, loopt in Groot-Brittannië de openbare school voorbij. En echt niet alleen de upper-class. Grote groepen ouders uit de middenklasse hebben er alles voor over om hun oogappeltjes in elk geval de laatste jaren van het voortgezet onderwijs naar een independent school te sturen. Zij kopen daarmee kwaliteit en een verhoogde kans op een plekje op een van de betere universiteiten. Volgens de ouders leren hun kinderen op de particuliere scholen meer en worden ze ook nog gedisciplineerder dan op het in hun ogen regelloze openbaar onderwijs.
Een vergelijkbare situatie doet zich misschien ook wel in Nederland voor, suggereren Ali de Regt en Don Weenink in het vorige week verschenen boek Investeren in je kinderen, over de keuze voor particulier onderwijs in Nederland. Er wordt immers de laatste jaren heel negatief gesproken over de kwaliteit van het onderwijs, schrijven zij. Vooral in het voortgezet onderwijs staat door onderwijsvernieuwingen zoals basisvorming en studiehuis volgens de publieke opinie ‘het niveau’ onder druk.
Tegelijkertijd groeit het aantal leerlingen op particuliere scholen als Luzac en Stebo gestaag. Waren het er in 1988 nog maar ruim 1300, inmiddels zijn het er tegen de 2300. Vooral sinds de invoering van het studiehuis gaat het hard, met tientallen procenten.
Natuurlijk blijft het particulier voortgezet onderwijs een kleintje op de scholenmarkt: samen tellen de scholen 1,8 procent van de leerlingen. Maar de vraag die De Regt en Weenink zich stellen is gerechtvaardigd: wordt de particuliere school zo langzamerhand een alternatief voor het gesubsidieerde onderwijs? Vinden ouders de kwaliteit van het gesubsidieerde onderwijs zo beroerd dat ze er tussen de 10.000 (Luzac) en 20.000 euro (Blankestijn) voor over hebben om hun kinderen een topopleiding te geven?
Sociale daling
Het onderzoek Investeren in je kinderen geeft een heldere schets van wie er in Nederland voor particulier onderwijs kiest en waarom. Hoewel ouders van leerlingen op deze scholen vooral zeggen dat de andere ouders veel verdienen, blijkt uit het onderzoek dat bijna tweederde meer dan 57.000 euro per jaar verdient. Het zijn dus zeker wel scholen voor de kinderen van veelverdieners.
De allerbelangrijkste reden om die keuze te maken is niet de geringe kwaliteit van het gewone onderwijs, integendeel, het komt vooral door gedrags- en disciplineproblemen bij de kinderen. De jongeren zijn blijven zitten, zijn niet gemotiveerd, hebben een gebrek aan zelfdiscipline of zijn faalangstig. De scholen spelen daar op in: in hun folders zeggen ze veel aandacht te besteden aan dyslexie en concentratieproblemen. De kleinschaligheid van bijvoorbeeld de Nieuwe School of het Instituut Vrijbergen spreekt de ouders aan. Maar vooral de strakke discipline, een schooldag van negen tot vijf, met constante overhoringen, controle op de voortgang.
Juist dat hebben de ouders gemist in het naar hun mening veel te vrije gesubsidieerde onderwijs. Het is ze ook niet gelukt om hun kinderen te motiveren voor school – ‘eigenlijk sta je machteloos’, verzucht er een – en zij hopen dat de particuliere school dat wèl regelt. Zo proberen ze te voorkomen dat hun kinderen zonder toegangsbewijs voor hogeschool of universiteit op straat komt te staan. Want de vrees voor sociale daling is bij deze groep groot, schetsen De Regt en Weenink. Met de opmerking ‘dit is een laatste kans’ rechtvaardigen ouders het megabedrag dat ze moeten overmaken om te voorkomen dat hun kinderen ‘vakkenvullers’ worden.
Meer controle
Toch lijkt het er niet op dat het particulier onderwijs in Nederland zich een positie aan het verwerven is als in Engeland, luidt de slotconclusie van de onderzoekers. ‘Ouders kunnen zich er niet op laten voorstaan of er trots op zijn dat hun kinderen onderwijs volgen in de particuliere sector. Het is geen positief onderscheidingsteken, omdat het nog altijd wil zeggen dat een kind het op een of andere manier niet redde op een reguliere school.’ Het particulier onderwijs in Nederland lijkt, als je het onderzoek wilt samenvatten, toch vooral een vorm van speciaal onderwijs voor leerlingen uit beter verdienende gezinnen met ernstige motivatieproblemen.
De Regt en Weenink menen echter wel dat het gesubsidieerde onderwijs er wat van kan opsteken. Het niveau op een particuliere school is niet lager of hoger dan in het gewone onderwijs, maar het zelfstandig werken in het studiehuis vraagt wel buitengewoon veel zelfdiscipline van alle leerlingen. Meer structuur, betere handhaving van regels, een tikkeltje meer controle zou wel eens voor grotere groepen leerlingen geschikt kunnen zijn.
En niet moet worden uitgesloten dat ooit in Nederland het particulier onderwijs dezelfde status krijgt als in het Verenigd Koninkrijk, zo waarschuwen zij. ‘Wanneer de kwaliteit van het reguliere onderwijs niet verbetert of zelfs nog verslechtert, dan bestaat het gevaar dat ouders die zich dat kunnen veroorloven meer en meer hun toevlucht zullen nemen tot de particuliere sector.’
Ali de Regt en Don Weenink: Investeren in je kinderen, over de keuze voor particulier onderwijs in Nederland. Uitgeverij Boom, Amsterdam 2003. ISBN 90-535-287-5X, 19 euro.