- blad nr 11
- 31-5-2003
- auteur D. van 't Erve
- Redactioneel
“Je kwam hier niet alleen om te leren”
Het finalejaar van het Niels Stensen
De grote blauwe letters van de naam van de school steken fel af tegen de witbewolkte lucht. Bruine rolluiken bedekken de ramen. De anders zo grote en continue stroom leerlingen is opgedroogd tot een enkeling. In 1998 telde het Niels Stensencollege nog zo’n duizend leerlingen, daar zijn er nu nog 95 van over. Driekwart van het gebouw is al afgesloten en na de laatste lesdag eind juni zal de school voorgoed haar deuren sluiten. Het Niels Stensencollege heeft echter besloten om van dit laatste jaar geen treurjaar te maken.
“We noemen het ons finalejaar, eigenlijk is het een heel jaar feest”, zegt Rachid Belhadi (17). “Iedere klas kreeg geld om iets te organiseren. We zijn met de hele school naar het pretpark SixFlags geweest en met onze klas naar Istanbul.” Rachid zit in zes-atheneum en doet nu eindexamen. Straks gaat hij rechten studeren. “Het is heel raar om te bedenken dat deze school straks niet meer bestaat. Je kwam hier niet alleen om te leren, maar kreeg ook veel mee over de maatschappij. Het is jammer dat het zo gelopen is, het had ook niet zo gehoeven. De schoolleiding heeft ongelooflijk veel gedaan om de school overeind te houden, maar ik ben teleurgesteld in de overheid. De gemeente had voor een beter spreidingsbeleid van allochtone en autochtone kinderen moeten zorgen, had veel meer kunnen doen aan voorlichting op basisscholen en aan ouders.”
De bel gaat. Een handjevol leerlingen loopt de trap af en verzamelt zich bij de rode bankjes in de hal of hangt rond op de blauwe en gele stoeltjes in de kantine. Een gedeelte van het gebouw is verhuurd aan een basisschool die wacht op de oplevering van een nieuw gebouw. Van die kinderen merk je niets, zegt Leila Yahyaoui (16) uit drie-havo. “Wij zitten alleen in dit gedeelte van het gebouw. De basisschool zit aan de andere kant, waar ook een ingang is.” Zij gaat straks naar vier-havo op het Gregoriuscollege. “Daar ken ik al veel anderen, dus dat is dan makkelijker.” Ze heeft er eigenlijk wel zin in. “Kijk dan, hier is toch niets meer over? Bovendien wordt er nu wel heel erg op je gelet, een school met meer leerlingen lijkt me beter.” Samira Bouakka (17) is het niet met Leila eens. Zij kwam vorig jaar van een andere school en doet nu eindexamen mavo. “Mijn resultaten zijn nu veel beter, omdat er kleine klassen zijn en er meer aandacht van leraren is. Ik kan me beter concentreren.”
Achmed Kiat (16) gaat straks ook naar vier-havo van het Gregorius. “Het maakt mij niet zoveel uit dat ik hier weg moet. Die nieuwe school is veel dichterbij, dat scheelt. Het enige is dat je hier iedereen kent.” En dat is een groot goed, vindt Anna Sakalis (15) uit dezelfde klas. “Allerlei nationaliteiten zitten zonder problemen bij elkaar, multicultureler kan niet. Als er ruzie is, wordt dat meteen uitgepraat. Op andere scholen waar veel leerlingen zijn, gaat iedereen zich ermee bemoeien en dan heb je meteen met iedereen ruzie.” “Maar er is ook wel een nadeel”, vindt haar klasgenoot Gillmar Veldema (17). “Als er iets gebeurt, dan weet iedereen het en je kunt elkaar niet ontlopen.”
Bergafwaarts
Elke leerling wordt nu extra begeleid door een externe mentor: een hbo- of roc-student die tot volgend schooljaar een keer in de week gesprekken voert. “Alles wat me dwarszit kan ik aan mijn mentor kwijt”, zegt Anna, die de begeleiding wel handig vindt. Ook zij heeft zich ingeschreven voor het Gregoriuscollege. Natuurlijk is het fijn dat andere leerlingen ook daar naartoe gaan en dat ze er al mensen kent. “Maar kijk, dat zal altijd hůn school blijven, het Niels Stensen is gewoon onze school.”
“De sluiting is een groot gemis voor de wijk”, meent Rachid. “Omdat er straks geen havo/vwo meer is, zullen de ouders hun kinderen eerder naar de vmbo-school in de buurt sturen. Op die manier gaat het alleen maar bergafwaarts met de wijk, omdat kinderen die wel kunnen leren, niet de mogelijkheid krijgen.” Nog een ding wil hij benadrukken. “Wij zitten hier maar een paar jaar, maar sommige leraren geven hier al 25 jaar les. Natuurlijk zijn zij veel erger aan de school gehecht geraakt dan wij en zij moeten nu weg, daar mag ook wel eens bij stil worden gestaan.”
Nog dertien fulltime en dertien parttime docenten werken er, plus drie conciërges, een conrector en een rector. Het overkoepelend bestuur heeft gegarandeerd dat elk personeelslid een nieuwe plek krijgt bij de andere vier scholen in Utrecht. Conrector Frank Seller: “Het personeel heeft hier met vallen en opstaan een enorme hoeveelheid kennis vergaard over hoe om te gaan met leerlingen van verschillende nationaliteiten. Het is belangrijk om die expertise te behouden, want ik schat dat meer dan de helft van alle scholen met een jaar of drie volledig multicultureel is. Daarom hebben we vijf bijeenkomsten georganiseerd, waarin personeelsleden terugkijken op wat ze hebben geleerd. Het finalejaar sluiten we af met een conferentie waarin de overdracht van die kennis centraal staat.”
Brede school
Zelf gaat Seller straks de andere scholen begeleiden bij de herinrichting van de basisvorming. Op het Niels Stensen heeft hij daarmee al ervaring opgedaan. “Vanaf 1998 is er een enorm bewustwordingsproces over de omgang met allochtonen op gang gekomen. Als leidinggevende van een multiculturele school moest je telkens op zoek naar manieren om de veranderingen in goede banen te leiden, zoals de omschakeling naar een brede school. Het Niels Stensengebouw biedt nu onderdak aan schoolactiviteiten voor mensen van twee tot zestig jaar. Er zijn bijvoorbeeld buitenschoolse activiteiten voor basisscholen en inburgeringscursussen voor vrouwen. Ook al zijn wij straks weg, dan kan dat allemaal doorgaan.”
Uit een bergkast op de gang halen conciërges Gijs Verkerk en Jan Redegeld pakken proefwerkblaadjes met daarop het logo van de school en stapelen die op een karretje. “Je groeit naar zo’n sluiting toe”, zegt Verkerk. “Toen ze de eerste partij computers afgelopen september kwamen ophalen, ging er wel wat door me heen, maar ja, dat hoort er bij.” Hij blijft nog een half jaar tot alles afgerond is, daarna gaat hij met pensioen. In totaal heeft hij dan dik negen jaar op het Niels Stensen gewerkt. “Beviel prima. De taakomschrijving ligt nu niet meer zo vast, met gemak doe ik er ook administratieve taken bij of neem ik de telefoon op.” “Wat ook leuk is, is dat iedereen hier, van hoog tot laag, goed met elkaar omgaat”, zegt Jan Redegeld. “Op de vorige school zeiden ze meneer tegen me, hier word je ook door de leerlingen met je voornaam aangesproken, dat vind ik veel leuker. Het is natuurlijk afwachten hoe het op een volgende school is. Maar ach, toen ik schilder was, had ik leuke en minder leuke klanten. Als ik bij een leuke klant wegging, dan dacht ik ‘jammer’, maar dan bleek de volgende nog leuker.”