• blad nr 11
  • 31-5-2003
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

“Er is geen oplossing voor zwarte scholen” 

Matthé Sjamaar, de rector die niet politiek correct kon zijn

Vijf jaar geleden werd hij in één klap een bekende Nederlander. Matthé Sjamaar liet weten dat zijn zwarte school maar beter kon sluiten. Door het grote aantal Marokkanen meldden zich steeds minder leerlingen aan. Half Nederland viel over hem heen, als de boodschapper van het slechte nieuws werd hij aan de hoogste paal genageld. Het Niels Stensencollege sluit dit jaar definitief de deuren. Een terugblik van de oud-rector: “Het is toch te gek voor woorden dat je naar het platteland moet voor een goede opleiding?”

Geen moment heeft hij zijn uitlatingen betreurd, hij heeft nergens spijt van. Integendeel, de oud-wiskundeleraar herinnert zich juist veel ‘glorieuze’ ervaringen. Zo heeft hij nog aan stadsplanning gedaan om zijn school weer in de vaart der volkeren terug te brengen: “Ik stelde voor om het nieuwe gemeentehuis in het park van Kanaleneiland te bouwen. Utrecht had De Meern erbij gekregen, daardoor was Kanaleneiland eigenlijk het middelpunt van de stad geworden. Door het stadhuis op die plek te zetten zou de buurt weer wat meer aanzien krijgen.” Gelaten: “Maar ze kozen voor de veilige weg, zoals altijd.”
Zijn eigen huis staat midden in de weilanden, geheel verscholen in het groen. De prachtige tuin heeft hij, samen met zijn vrouw, aangelegd, het is een paradijsje dicht bij Utrecht.
Matthé Sjamaar, voormalig rector van het Niels Stensencollege, ziet niet om in wrok. Ook al viel half Nederland over hem heen en werd hem na 35 jaar trouwe dienst de deur gewezen, hij betreurt het geen moment dat hij in 1998 eindelijk eens zei waar het op stond. “Ik had nooit verwacht dat het zoveel impact zou hebben, maar ik was blij dat het beter lukte dan ik had gedacht.”
Jarenlang had hij geprobeerd om zijn punt onder de aandacht te krijgen: de zwarte scholen en alle problematiek er omheen. Maar of het nu bij de Vereniging voor onderwijsmanagement was of bij zijn eigen Stivko-bestuur (Stichting voor katholiek voortgezet onderwijs), nooit werd het onderwerp op de agenda gezet. Iedereen was ervan op de hoogte dat de kwaliteit van zwarte scholen achteruitging, dat vwo-klassen met moeite te handhaven waren of gewoon verdwenen, maar het bleek politiek ongewenst om dat hardop te zeggen.

Zere tenen
Het was dan ook geen ‘slip of the tongue’ toen hij in het Onderwijsblad van 2 mei 1998 liet weten dat hij het voor zijn leerlingen beter vond wanneer de school dichtging. Vooral de toevoeging dat het probleem zat in een teveel aan Marokkanen, waardoor andere ouders zich niet langer aanmeldden, was dansen op heel veel zere tenen.
Sjamaar grinnikt bij de herinnering: “Ik was op vakantie toen het blad uitkwam, we gingen eerder terug omdat het zo regende. Toen ik uit het vliegtuig stapte bleek ik opeens een bekende Nederlander te zijn. Die eerste week gaf ik wel vijftig interviews, en als ik dan thuiskwam sprong er hier nog een journalist uit de struiken. Ik deed het allemaal omdat ik vond dat ik de kans nu moest grijpen om mijn boodschap over te brengen.”
De boodschapper van het slechte nieuws werd door menigeen aan de hoogste paal genageld. De toenmalige staatssecretaris van Onderwijs, Netelenbos, verklaarde hem tot persona non grata. “Tegen journalisten zei ze dat ze niet met mij moesten praten, terwijl ik geen onbekende was voor haar, ik had twee jaar daarvoor meegeholpen aan de nieuwe wiskundeplannen voor de bovenbouw.” Mohamed Rabbae, indertijd Kamerlid voor GroenLinks, betichtte hem van een ‘nederlagenstrategie’. Hij maakt zijn zoveelste wegwerpbeweging: “Ach, al die poeha.” Alleen Zeki Arslan van Forum steunde hem openlijk in de loopgravendiscussie die inmiddels was ontstaan.

Was het niet heel pijnlijk dat heel veel mensen u er de schuld van gaven dat de school moest sluiten?
“Ja, maar ik had het bij de andere buurtscholen allemaal al zien gebeuren. De rector van de Hendrik van der Vlistscholengemeenschap kreeg ook de schuld van de sluiting. De boodschapper is gewoon altijd de klos. Het was natuurlijk allemaal heel vervelend voor het personeel. Die waren ook op vakantie en lazen bij terugkomst in de krant dat ik vond dat de school moest worden opgeheven. Voor hen was het een schok om op die manier in het nieuws te komen. Toch gaven ze mij tijdens een personeelsvergadering gelijk. Daarom kon het bestuur mij op dat moment nog niet ontslaan, omdat het team achter mij stond.”
De rector werd overstelpt met goedbedoelde adviezen van collega’s: een tweedetaalprogramma, een verlengde schooldag, zou dat niet helpen? “Ze wisten natuurlijk niet dat wij werkelijk alles gedaan hadden, er was daar per zeven leerlingen een computer, een prachtig cultureel programma. Alles hadden we uit de kast getrokken. Daarom vind ik die uitspraken van Karin Adelmund (oud-staatssecretaris van Onderwijs, red.) dat er niets aan de hand is als zwarte scholen maar kwalitatief goed zijn, zulke kletskoek. Het Niels Stensen was de beste school, we hadden alles, ik heb die school rijker achtergelaten dan toen ik er begon, maar niemand wilde er meer heen.”

Rozen
Begin jaren zestig werd Kanaleneiland nog het rozeneiland genoemd, tussen de moderne, ruim opgezette flatgebouwen waren overal rozenperken aangelegd. Sjamaar werd er in 1964 wiskundeleraar. “Het was een nieuwe school, een jong team, ik ben er gaan werken vanuit een soort idealisme, ik wilde vernieuwingen in het onderwijs. De school groeide. Als we gewild hadden, dan konden we zo 1400 leerlingen plaatsen.” Vervolgens bouwde de gemeente op alle lege plekken goedkope huurflats en veranderde de wijk langzamerhand in een gebied waar bijna uitsluitend allochtonen wonen, vooral Marokkanen. Een armoedecultuur deed zijn intrede, hoge werkloosheid, criminaliteit. De witte Nederlanders plus de allochtonen met wie het goed ging, trokken allemaal naar elders. “Wij hebben het nog vrij lang uitgehouden, van de twintig scholen bleven er geloof ik twee over.”
In 1999 wilde het bestuur alsnog dat hij opstapte. Hij was in hun ogen de grote boosdoener, omdat hij in de pers had gezegd dat het niet goed ging. “Mijn opvolger Post, een theoloog, zou dit varkentje wel even gaan wassen. Alle doodlopende straten zijn vervolgens nog eens de revue gepasseerd en toen kwam eruit dat een fusie met het openbare Thorbeckecollege de oplossing zou zijn.” Helaas kwamen er ook toen geen nieuwe ouders, de school belandde onder de opheffingsnorm. Hij had het allemaal voorspeld: “Was de fusie gelukt, dan had ik ze gefeliciteerd, maar tegelijkertijd had ik gezegd: ‘Ik geef jullie vijf jaar’.”

Voelde hij zich niet geslachtofferd door het bestuur toen hij na 35 jaar op deze manier werd geloosd?
De vraag irriteert hem. Kortaf: “Iedereen vraagt dat. Het is naar, maar het hoort erbij, ik zie het als een schaakspel. Strijd is niet negatief, als ik ergens een hekel aan heb dan is het aan medelijden. Vechten geeft ook een zekere vreugde, ik voel mij zeker geen slachtoffer.”
De taboedoorbrekende taal van Sjamaar, die in 1998 nog zoveel stof deed opwaaien, lijkt ver weg sinds de periode-Fortuyn. Ook die stelde de gedoogcultuur in Nederland aan de orde, waarin de dingen niet bij hun naam werden genoemd. Sjamaar: “Hij had in veel opzichten gelijk, maar politiek gezien vond ik hem niets omdat hij de verkeerde mensen aantrok.” Tegelijkertijd moet hij vaststellen dat het doorbreken van taboes kennelijk niet genoeg is, want er is nog steeds niets veranderd. “Je ziet het in heel Europa, waar welvarende blanken langzamerhand in de minderheid beginnen te raken, dat er geen antwoord is. Er is ook geen oplossing voor zwarte scholen. Alleen wanneer je een enorme nationale inspanning levert en alles inzet op voorschoolse opvang, taal, cultuur, dan heb je misschien over twintig jaar resultaat.”
Hij ziet de toekomst somber in: “In twintig jaar tijd is het aantal zwarte scholen zonder vwo-bovenbouw enorm toegenomen. Dat betekent dat er in de grote steden steeds minder leerlingen naar de universiteit gaan. In Utrecht is het in ieder geval sterk teruggelopen. Vroeger gingen de mensen van het platteland naar de scholen in de stad, nu zoeken ze hun heil op het platteland. Van Utrecht gaan ze naar Bilthoven en andere dorpen. Beschaving en verval. Het is toch te gek voor woorden dat je naar het platteland moet voor een goede opleiding?”

Spreiding
Ooit vond hij dat scholen de allochtone leerlingen in hun stad als een gemeenschappelijk probleem moesten zien, inmiddels ziet hij spreiding niet langer als een reële oplossing. “De samenwerking tussen scholen stuit op een menselijk tekort. Bijzondere scholen hebben vaak een goede smoes om de echte risicoleerling te mijden, maar het zijn ook maar werknemers die allemaal al genoeg problemen hebben. Als ik een lezing hield op een witte school, werd me vaak gevraagd of zij niet ook een deel van de allochtone leerlingen moesten opnemen. Nee, waarom zou je? Waarom zou je, als alles goed gaat, de problemen die veroorzaakt zijn door de overheid bij de immigratie, op je nek moeten nemen? Dat lijkt dan sterk op masochisme.” Ook het beperken van de vrijheid van ouders in hun schoolkeuze, ziet hij niet langer als een mogelijkheid: “Dan gaat de welvarende burgerij zijn eigen scholen oprichten.”

Had u het politiek voor het zeggen in Nederland wat zou u dan onmiddellijk doen?
“Ik zou ingrijpen in de docentensalarissen. Net als Toxopeus indertijd deed, de VVD-minister die in de jaren zestig de tekorten bestreed met salarisrondes - dat heeft geholpen. Volgens mij is de aanzet voor het grote tekort aan docenten van nu indertijd begonnen met het Hos-akkoord, waarbij de beginnende leraar flink werd achteruit gezet in salaris. De tweede maatregel die ik zou nemen is het opvangen van jonge, allochtone kinderen en keiharde verplichtingen stellen aan de ouders.”
Maar hij heeft het politiek niet voor het zeggen en tot op heden ziet hij weinig vooruitgang. “We hadden het economisch tien jaar goed in Nederland en er gebeurde niets, er werden alleen plannen gemaakt. Als je die vergrijzing nu levensgroot ziet aankomen, dan zou je toch zeggen dat je juist in onderwijs moet investeren om technologisch steeds beter te worden. Maar men heeft last van een onvoorstelbare bijziendheid. Minister Van der Hoeven wil het bèta-onderwijs in de tweede fase saneren. Men heeft de mond vol van normen en waarden, maar de premier laat zich wel interviewen door Katja Schuurman en de gemeente Utrecht investeert rustig dertig, veertig miljoen in het bodemloze gat van een voetbalclub alsof er geen hogere prioriteiten zijn.”
Zo kan hij zich over nog veel meer zaken kwaad maken, maar verbitterd is hij zeker niet. “Als je maar ruimte voor jezelf neemt om voldoende afstand te houden. Dat doe ik wel, kijk naar buiten, die tuin, dat zegt genoeg.”
Werken doet hij ook nog steeds, straks begint hij aan een nieuwe klus als onderwijsadviseur, maar hij is nu wel eigen baas.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.