- blad nr 11
- 31-5-2003
- auteur T. van Haperen
- Column
Cohesie
Weet u wat het is? De meerderheid van de collegae wil helemaal niet met groepen kinderen werken. Modern personeelsbeleid legitimeert dat ren-uit-de-klas-gedrag. Inderdaad, functiedifferentiatie. De andere taken! Mentor, faalangstreductietrainer, zorgcoördinator, proefwerkcorrector, vertrouwenspersoon, gespreksleider bij groepen die een dierbare hebben verloren, toetsontwikkelaar, studieadviseur... na een cursus bij het pedagogisch centrum tegen marktconform tarief zijn ze tegenwoordig van alles. Stuk voor stuk leuke baantjes, maar het leerrendement is nul. Ook met socialevaardigheidstraining blijft een 4 voor wiskunde een 4. Ach meneer, laten we de dingen bij de naam noemen. U kent die beklemmende situaties toch ook? Bleke onderpresterende hormoongestuurde puistenkop zit tegenover hoogrode hormoonontregelde zorgcoördinator. Zij vraagt: “Wil je over?” Hij kijkt naar buiten. Zij zegt: “Het moet wel uit jezelf komen, hoor.” Hij antwoordt: “Huh.” Zij beëindigt het gesprek: “Nou, je weet wat je te doen staat. Tot over twee weken.” Stilte. Hij staat op, loopt de kamer uit en denkt ‘kutwijf’.
Arbeidsverdeling... in onderwijs werkt het niet. Weet u wat kwalijk is? De specialisatie raast maar door, niemand evalueert. Politie marcheert de school in, het cateringbedrijf doet de pauze en feesten zijn in een discotheek, onder begeleiding van een particuliere beveiligingsdienst. En dan raar opkijken dat leraren zich terugtrekken, zich niet verantwoordelijk voelen. Alles wat waardevol is, wordt uit hun poten geslagen.
Ach meneer, het moet anders. Een school is een gemeenschap, leraar een totaalbaan. Je geeft les, maakt proefwerken, kijkt na, bent klassenleraar, surveilleert, hebt contact met ouders, bezoekt schoolfeesten en beheert met leerlingen de kantine. Een vakleerkracht heeft gezag, alleen hij kan leerlingen aanspreken op prestaties. Zonder onderlinge afhankelijkheid is communicatie over falen zinloos. Daar kijkt u van op, hè? Ik zal het sterker vertellen. Zet van die driehonderdduizend werknemers negentig procent voor de klas en het Nederlands onderwijs is gered. Groepen worden kleiner, anonimiteit daalt, de gemiddelde lesweek kan omlaag, cohesie groeit, kinderen voelen zich veilig, presteren naar hun mogelijkheden, het lerarentekort is uit de wereld en de lerarenopleidingen lopen weer vol.