- blad nr 11
- 31-5-2003
- auteur M. Zuidweg
- Redactioneel
“Onzin dat leren pijn moet doen”
Bookmap-methode ordent informatie voor de leerling
Eric Groenendijk meldde zich een kleine twee jaar geleden bij het ministerie van Onderwijs met het verhaal dat hij een fantastische leermethode in handen heeft: de Bookmap, ofwel brain-oriented organized knowledge map. Het ministerie verwees Groenendijk door naar het instituut voor leerplanontwikkeling SLO in Enschede. Deze denktank moest uitzoeken of Groenendijks methode iets zou kunnen zijn voor het voortgezet onderwijs in Nederland. Twan Brouwers van SLO, van huis uit natuurkundeleraar, was meteen geïnteresseerd. “In het traditionele denken over onderwijs is het uitgangspunt vaak dat leren pijn moet doen. Dat vind ik onzin. Ik vind het goed dat we zoeken naar manieren om leerlingen sneller te laten leren.”
SLO startte een project om de methode uit te proberen bij het vak biologie in vier-vwo. Een dozijn middelbare scholen met in totaal zeshonderd leerlingen werkte mee. Projectleider Brouwers verwacht dat de Bookmap-methode vooral in de tweede fase van nut kan zijn. “De tweede fase vergt veel van het analytisch vermogen van leerlingen. Ze moeten onderzoeksgericht leren denken, verbanden leggen tussen schijnbaar onsamenhangende onderwerpen en veel kennis opnemen in een korte tijd.”
De Bookmap-methode ordent de lesstof voor de leerling. En wel op zo’n manier dat hij de informatie makkelijker kan opnemen en onthouden. Volgens Brouwers ontbreekt zo’n logische ordening van informatie in veel van de bestaande leerboeken. Leerlingen kunnen dan niet anders dan de informatie in hun hoofd stampen. “Als je leerlingen zomaar honderd puzzelstukjes geeft uit een puzzel van duizend, zullen ze de puzzel nooit kunnen leggen. Maar als je informatie geeft over de samenhang, als je bijvoorbeeld zegt: het moet een afbeelding worden van een meisje in pyjama tegen de achtergrond van een sterrenhemel, komen ze een stukje verder.” De Bookmap-methode biedt leerlingen zo’n context, vindt Brouwers.
De methode oogt niet aantrekkelijk. Leerlingen krijgen een stapel schema’s voor hun neus. Elk schema bestaat uit begrippen die door lijnen met elkaar zijn verbonden. Van ‘eiwitten’ loopt bijvoorbeeld een lijn naar ‘eiwitsoorten’ en dan naar ‘enzymen’, om via ‘indeling’ van enzymen naar transportwijze uit te komen bij onder meer ‘lysosoom’. In de schema’s staat bij elk begrip steeds tussen haakjes op welke bladzijde van het boek de term verder wordt uitgelegd.
Schema’s zijn niet nieuw in het onderwijs. Veel leerboeken, zeker die van bètavakken als biologie, staan bol van de schema’s. “Maar de toegevoegde waarde van de Bookmap-methode is dat hij niet zozeer de leerstof ordent, maar het leren van de leerstof”, zegt Brouwers. “Geen opsomming van begrippen, maar leerlingen helpen de stof beter te begrijpen. Een Bookmap is eigenlijk een soort wegenkaart. Je hoeft hem ook niet van buiten te kennen. Het is een studiehulp: je pakt hem erbij als je gaat leren.” Leerlingen gebruiken de Bookmap dan ook niet in plaats van het leerboek maar ernaast.
Uitstekende scores
De leerlingen van de scholen die meededen aan het experiment, schrokken aanvankelijk toen ze de Bookmap voorgeschoteld kregen. Ze vonden de schema’s op het eerste gezicht nogal ingewikkeld vanwege de vele abstracte begrippen. Ze kregen een instructieles van een uur. Groenendijk zelf vertelde tijdens die les hoe leerlingen de Bookmap-methode moeten gebruiken. Brouwers was erbij. “Na dat uur hadden ze al veel meer opgepikt dan ik voor mogelijk had gehouden”, zegt hij.
Na afloop van de tien lessen volgens de Bookmap-methode kregen de leerlingen een toets over de stof. “Wij hebben een aparte test gemaakt, van een hoog niveau. De vragen hebben we afgekeken van de Olympiade. Een aantal ervan zou goed passen in het examen biologie. En sommige zouden ook best passen in een eerstejaars tentamen voor biologiestudenten op de universiteit”, zegt Brouwers.
Wat bleek: de leerlingen van de scholen die hadden gewerkt met de Bookmap-methode scoorden een stuk hoger dan de leerlingen van de controlescholen. En de gemiddelde score in de Bookmap-groep lag twaalf procent hoger. Het aantal leerlingen in de Bookmap-groep met uitstekende resultaten was opvallend hoog. De methode pakt volgens Brouwers niet alleen goed uit voor de betere leerlingen maar ook voor middelmatige en zwakke leerlingen. Ze blijken minder tijd nodig te hebben om de stof onder de knie te krijgen. Een klein deel zou zelfs tot de bestscorende leerlingen gaan behoren.
Maar biologiedocent Maarten Pijnenburg heeft daar weinig van gemerkt. De school waaraan hij lesgeeft, gymnasium Bernrode in Heeswijk, deed ook mee aan het project. “Laat ik vooropstellen dat ik de methode voor mijzelf ontzettend verrijkend vind. Ik draai al 25 jaar mee in het biologieonderwijs en ben altijd al op zoek naar verbanden tussen onderwerpen, naar kapstokjes die leerlingen kunnen gebruiken om informatie te ordenen. Dat is belangrijk, omdat de biologie complexe onderwerpen behandelt en er steeds meer informatie bij komt. De Bookmap is wat dat betreft een goed hulpmiddel. De methode geeft verbanden aan die ikzelf nog niet eens had ontdekt.” De manier waarop de Bookmap-methode informatie ordent maakt nieuwe brokjes informatie makkelijker te behappen, is de ervaring van Pijnenburg. “Je kunt het nieuwe stukje informatie meteen aan een vertakking hangen in zo’n schema. Dan heeft het gelijk een plaats in de totale structuur. Leerlingen snappen dan hoe ze de informatie moeten plaatsen en onthouden het ook beter.”
Bij de slimste leerlingen van de klas slaat de Bookmap-methode goed aan, merkt Pijnenburg. “De betere leerlingen herkennen de leermethode en kunnen er goed mee werken. Maar leerlingen die zo niet leren, vinden de wijze waarop Bookmap wordt aangeboden ingewikkeld. Ik kreeg uit de hoek van middelmatige en zwakke leerlingen ook redelijk wat weerstand. Zij ervaren de Bookmap-methode niet als hulpmiddel, maar als iets dat er bijkomt. En ze hebben al zo’n moeite met de hoeveelheid stof.”
De slimsten
Of Bookmap aanslaat, hangt af van de manier waarop docenten de methode brengen, zegt Brouwers van SLO. “Er waren docenten die de Bookmap in groepsverband uitgebreid bespraken. Dat zijn meteen ook de scholen die eruit springen bij de prestaties. Maar er waren ook docenten die heel weinig uitleg gaven. Daar waren leerlingen meteen uitermate kritisch over de Bookmap. Dan stond er bijvoorbeeld boven de toets: Fuck de Bookmap.”
De biologieklas van het Almerecollege in Kampen haalde van de deelnemende scholen de hoogste gemiddelde score op de toets. En biologiedocent Anneke Annema-van Baal heeft inderdaad veel werk gemaakt van de Bookmap-methode. In tegenstelling tot haar collega Pijnenburg heeft ze de schema’s een voor een uitgebreid klassikaal besproken. Daarbij legde ze de verbanden tussen de begrippen in de schema’s steeds uit. Ze heeft de schema’s bovendien met plaatjes geïllustreerd. “Ik bouw er een verhaal omheen maar ik zeg er wel bij dat ze dat verhaal niet uit hun hoofd moeten leren, dat ze alleen het schema intensief moeten doorlezen”, zegt Annema-van Baal.
Ze is enthousiast over Bookmap. “Het ziet er niet uit voor de leerling, maar het fijne van Bookmap is dat het leerlingen de structuur geeft waar ze behoefte aan hebben. Leerlingen komen in vier-vwo voor het eerst in aanraking met stof van de bovenbouw en de meesten vinden het moeilijk om dat allemaal te behappen. Bookmap maakt het gemakkelijker voor ze.”
Leerlingen stelden in de klas ook opvallend intelligente vragen, zegt Annema-van Baal. Hoewel die vragen meestal afkomstig waren van leerlingen die altijd al tot de slimsten van de klas behoren. “Maar ik merk ook dat zwakkere leerlingen baat hebben bij de methode. Anders hadden ze nooit zo hoog gescoord. Juist zwakke leerlingen hebben moeite om structuur aan te brengen in de stof. Zij kunnen een extra studiehulpmiddel goed gebruiken. Je moet ze alleen wel goed duidelijk maken wat de bedoeling is van Bookmap. Anders schieten ze er nog niet veel mee op.”
Veel geld
SLO vindt een grootschalig vervolgonderzoek naar de Bookmap-methode nodig. Daarin kan bijvoorbeeld worden gekeken of de Bookmap aantrekkelijker kan worden gemaakt voor leerlingen. In het experiment gaven leerlingen aan dat ze meer afbeeldingen willen in de Bookmap en dat ze liever op de computer werken dan met papieren schema’s.
Maar de vraag is of de methode ooit algemeen ingang zal vinden in het voortgezet onderwijs. Het maken van een Bookmap is erg arbeidsintensief. Eén Bookmap behandelt maar één onderwerp uit een leerboek. En met de vervaardiging van die ene Bookmap zijn twee academici maanden zoet. De bookmap voor de biologieklassen behandelde alleen de cel en daar hebben twee academici zes maanden aan gewerkt. Kosten: ongeveer een ton.
SLO wilde de methode aanvankelijk ook uitproberen in de lessen economie, maar heeft dat plan uit kostenoverwegingen laten varen. Educatieve uitgeverijen hebben nog weinig belangstelling getoond. Ze gaan niet graag avonturen aan die veel geld kosten. Brouwers: “Niet voor niets hebben we ons rapport in het Engels geschreven. Misschien kunnen we zo buitenlandse investeerders aantrekken.”
Maar Groenendijk mikt naar eigen zeggen niet op steun van uitgeverijen. Hij wil de Bookmaps op termijn zelf uitbrengen. Scholen kunnen dan per sector (science, economie) een Bookmap kopen bij het bedrijf van Groenendijk: Bookmap Limited. Van het ministerie van Onderwijs hoopt hij een opstartsubsidie te krijgen voor onder meer bijscholing van docenten.
Biologiedocent Anneke Annema-van Baal van het Almerecollege moet er eigenlijk niet aan denken dat de Bookmap-methode bij alle vakken integraal wordt ingevoerd. “Moet je je voorstellen dat je leerlingen de hele tijd van die schema’s voorlegt. Het leven moet nog een beetje leuk en afwisselend blijven.” Voor bestudering van complexe onderwerpen vindt ze de leermethode heel geschikt. Neem biologieonderwerpen als de celbouw, de stofwisseling en de bloedsomloop. “Maar een onderwerp als ecologie kan best op een andere manier duidelijk worden gemaakt. Daarbij is het helemaal niet nodig om de stof in schema’s te vatten.”
Meer hersendelen
Eric Groenendijk, van huis uit ingenieur, ontwikkelde de Bookmap-methode in de jaren negentig. Op universitair niveau, met name bij de studie rechten, is de Bookmap-methode al eerder gebruikt, maar nog niet in het voortgezet onderwijs. Het bedrijf van Eric Groenendijk, Bookmap Limited, is gevestigd op belastingparadijs Jersey.
Bookmap Limited geeft op zijn site een mysterieuze verklaring voor de werking van de Bookmap-methode: Bookmap zou meer hersendelen activeren. ‘Bij het bestuderen van de tekst activeert de bookmap ook de visuele cortex ter verwerking van de informatie, waardoor het begrip van de tekst verbetert’, staat er.
“Flauwekul”, zegt Twan Brouwers van SLO. “Maar het maakt op de Amerikaanse markt wel indruk als je er zo’n verhaal bijhaalt.” Niettemin is ook Brouwers ervan overtuigd dat de hersenen de Bookmap-schema’s anders verwerken dan een doorsnee-pagina uit een leerboek. “We weten nog niet op welke manier de hersenen het meest efficiënt kennis opnemen, maar we hebben wel aanwijzingen hoe het zou kunnen gaan. Bij de Bookmap-methode hebben we gekeken hoe de slimste leerlingen informatie verwerken. Zij hebben van nature al een manier ontdekt om de lesstof zo te ordenen dat van buiten leren niet meer nodig is. Nu we weten hoe deze leerlingen de lesstof ordenen, kunnen we andere leerlingen hulpmiddelen aanreiken om het ook zo aan te pakken.”
Voor meer informatie over het Bookmap-project: Twan Brouwers, SLO, 053 4840339.