- blad nr 11
- 31-5-2003
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Regeerakkoord: Meer en minder voor onderwijs
Tegen het hoofdlijnenakkoord van CDA, VVD en D66 Meedoen, meer werk, minder regels (een prijsvraag voor de leukste variant op dit motto is in de maak) lopen de oppositiepartijen plus de vakbeweging momenteel te hoop. Onderwijs vormt een uitzondering omdat het de enige sector is waar 800 miljoen extra naartoe gaat, tegelijkertijd wordt er echter op het onderwijsachterstandsbeleid 100 miljoen bezuinigd.
Ondanks de 700 miljoen extra heeft AOb-voorzitter Walter Dresscher gemengde gevoelens bij dit akkoord. “Natuurlijk zijn we tevreden over het feit dat er extra geld bij komt, ik vind dat we daar als AOb wel een bijdrage aan geleverd hebben. Maar gezien alle kortingen die er tegelijkertijd worden aangekondigd is het nog onduidelijk hoeveel er tenslotte voor scholen overblijft.” Bij de bezuinigingen van 15 miljard euro zitten niet alleen efficiencykortingen, maar ook kortingen op het gemeentefonds. Daarnaast zal de koopkracht van ambtenaren in vier jaar teruglopen met naar schatting zeven procent, van de inflatie van 2,5 procent wordt namelijk maar 0,75 procent vergoed. Het lerarentekort heeft de hoogste prioriteit, maar de beloning wordt er op deze manier niet beter op. Werkgevers en werknemers in de marktsector wordt dringend verzocht dezelfde loonmatiging toe te passen, maar de vakbeweging heeft al laten weten daaraan niet mee te werken zolang de verslechtering van de sociale zekerheid niet van de baan is.
Dresscher: “Heel in het algemeen is het de vraag of het wel zo handig is om op grote schaal loonmatiging toe te passen en allerlei eigen risico’s in te stellen. Wanneer de koopkracht daalt, dalen ook de inkomsten van de overheid. Het is het soort domino-effect dat in het commentaar van het Centraal Planbureau ook wordt genoemd.
Uitval
Waar de 800 miljoen voor onderwijs naar toe gaat is niet duidelijk. Het vermoeden is dat een deel naar beroepsonderwijs zal gaan, omdat er in het regeerakkoord hoge prioriteit wordt gegeven aan het tegengaan van de uitval in het beroepsonderwijs. Meer leerlingbegeleiders, een betere aansluiting tussen vmbo en mbo, meer praktijkgerichte lessen en deelcertificaten op verschillende niveaus, worden genoemd als middelen daartegen. Verder moet Nederland tot de ‘Europese voorhoede’ gaan behoren op het terrein van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie. Degenen die zijn wegbezuinigd bij de efficiencyoperatie kunnen dan weer terecht bij het Innovatieplatform dat moet worden opgericht en onder leiding staat van premier Balkenende.
Op het budget voor het werkwerken van onderwijsachterstanden wordt 100 miljoen bezuinigd. Men wil dit bereiken door een bundeling van het geld dat de gemeente nu krijgt voor onderwijsachterstanden met het geld voor de gewichtenregeling dat de school rechtstreeks krijgt. Er wordt nog maar één regeling gehanteerd met als maatstaf de ‘feitelijke achterstand van de leerling.’ De achterstand wordt waarschijnlijk gemeten door een kleutertest. In het akkoord staat dat het door de nieuwe regeling makkelijker wordt om schakelklassen te vormen met achterstandsleerlingen. Het is niet duidelijk wat daar opeens het voordeel van is, maar verder blijven scholen vrij om het budget naar eigen inzicht te besteden.
Om de instroom van bèta- en technische opleidingen te stimuleren worden ‘onorthodoxe maatregelen’ aangekondigd.
Meedogenloos
De FNV kwalificeert het akkoord als ‘meedogenloos’, omdat het omvangrijke bezuinigingspakket leidt tot onaanvaardbare inkomenseffecten. De AOb is het eens met die kritiek. AOb-bestuurder Ton Rolvink voorziet bovendien allerlei gevolgen voor het onderwijs. Zo wordt in de ww de kortdurende uitkering afgeschaft en het gaat langer duren voordat iemand een uitkering krijgt. Rolvink: “Met name voor invallers kan dat gevolgen hebben voor hun uitkering.” Daarnaast dreigt het ‘bovenwettelijk deel’ van de ww-uitkering, dat is afgesproken als overgang van de oude wachtgeldregeling, onbetaalbaar te worden door de nieuwe kortingen. Om langer doorwerken te bevorderen wordt de belastingaftrek voor vut en prepensioenregelingen afgeschaft. Weliswaar is er sprake van een overgangsrecht maar Rolvink voorziet dat op deze manier de fpu in het onderwijs onmogelijk wordt gemaakt.
Het Vervangingsfonds heeft felle kritiek op de passage in het akkoord waarin staat dat het ziekteverzuim in het onderwijs de laatste jaren flink is gestegen. Dat klopt niet, want het is in het afgelopen jaar juist gedaald. Frans van Dijk, voorzitter van het Vervangingsfonds: “Sinds augustus 2001 is het verzuim juist continue gedaald, dus hier klopt niets van.” De nieuwe taakstelling die genoemd wordt is een verdubbeling van de huidige en volgens Van Dijk zeer ‘onrealistisch.’