• blad nr 4
  • 22-2-2003
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Onderwijsbegeleiding raakt versnipperd

Scholen mogen in de toekomst zelf bepalen hoe en waar zij begeleiding inkopen. Het geld dat onderwijsbegeleidingsdiensten van de overheid krijgen, gaat straks namelijk rechtstreeks naar de scholen. De voorbereidingen hiertoe starten per augustus. Ad Maas, onderwijspublicist en senioradviseur bij onderwijsbegeleidingsdienst Doba, vreest het verlies van kwaliteit, geld en expertise. Hij pleit er in onderstaand opiniestuk voor het beleid te herzien.

Ons land heeft een dekkend netwerk van onderwijsbegeleidingsdiensten. Tot nu toe worden de diensten rechtstreeks gefinancierd door de rijksoverheid en gemeenten. Dit subsidiëringssysteem wordt echter afgebouwd. Het geld gaat naar de gemeenten en schoolbesturen die zelf kunnen uitmaken hoe en hoeveel geld ze besteden aan onderwijsbegeleiding. Deze ontwikkeling leidt echter tot afbraak van een onderwijsbegeleidingsstructuur. Er is alle reden om dit voorgenomen beleid te herzien. Het is een kwestie van integriteit en politieke moed om op een aantal terreinen de nadelige kanten van deregulering en privatisering goed op een rij te zetten. Ook als het om onderwijsbegeleiding gaat, want die voorziening zie ik als een belangrijk gemeenschapsbezit. Als de politiek toch van alles voor de kwaliteit van het onderwijs wil doen, dan is het direct instandhouden van onderwijsbegeleidingsdiensten niet duur en toch doeltreffend. Het zijn in feite publieke organisaties: de overheid betaalt, het onderwijs bestuurt, en een overheidsdienst controleert.
Het nu ingezette beleid leidt waarschijnlijk tot ontwikkelingen die eigenlijk niemand wil. Ik voorspel de volgende drie negatieve lijnen. Ten eerste krijgen de onderwijsbegeleidingsorganisaties onontkoombaar een relevante omzetdaling en het is de vraag of dat verlies aan geld en expertise terug te winnen is. Dat zal niet meevallen en toch wordt voor dit risico doelbewust gekozen. Het voldoen aan de vraag naar onderwijsondersteuning leidt tot versnippering in het aanbod en dus tot het onder druk zetten van continuïteit in werkrelaties en dus ook weer tot een ondermijning van opbouw en handhaving van expertise. Programma's van aanbieders die korte tijd de show stelen, zullen het wel enige jaren gaan doen. Een eventueel beleid van schoolbesturen om eigen begeleidingsfunctionarissen te benoemen en hen op de langere termijn kwalitatief goed te laten functioneren, is tot mislukken gedoemd als dat in een zeker isolement gebeurt.

Klap
De landelijke innovatieprojecten krijgen bovendien minder kans om duurzame resultaten op te leveren. De onderwijsinspectie kan schoolbesturen en scholen in grote mate voor van alles en nog wat verantwoordelijk stellen, ook voor de kwaliteit van de ingekochte onderwijsbegeleiding. Als de ondersteuningsstructuur echter fluctueert en niet meer aanspreekbaar is, is er ook geen partner. In dit verband is het natuurlijk merkwaardig dat de overheid allerlei problemen wil oplossen door scholen te laten samenwerken in lokaal of regionaal verband, maar kennelijk op dit moment niet ziet dat onderwijsbegeleidingsdiensten daarin een zeer belangrijke rol spelen.
Ten slotte krijgt de regionale infrastructuur voor de kwaliteit van het onderwijs een klap omdat de onderwijsbegeleiding minder regiobinding zal hebben en zich ook als zodanig zal gedragen. De betekenis van onderwijsbegeleiding voor de educatieve en dus economische infrastructuur van de regio is amper in beeld en wordt waarschijnlijk duidelijk als de huidige verworvenheden aan het verdwijnen zijn.
Het is anno 2003 opvallend om te zien dat juist landelijke kwaliteitsverbeteringsorganen, zoals 'procesmanagements' of 'wegbereiders', die ingesteld worden om resultaten af te dwingen in het kader van landelijke projecten, zich de laatste tijd beroepen op de noodzaak van een nog sterkere participatie van de onderwijsbegeleidingsdiensten. Zonder zulke lokale of regionale voorzieningen lukt het gewoon niet.

Marktgericht
Een aantal onderwijsbegeleidingsdiensten is inmiddels al meer als particuliere onderneming gaan werken, hoewel het subsidiëringssysteem nog in takt is. In elk geval anticiperen ze op de situatie van de ondernemingsgewijze dienstverlening: marktgericht en -conform. Zij hebben tijdig onderkend wat er maatschappelijk gaande is, maar het is ook zo dat tegelijk met het anticiperen op een nieuwe toekomst de ongunstige neveneffecten van marktwerking alsmaar duidelijker worden. Daarom is er geen sprake van een conservatief 'terug naar af', maar van voortschrijdend inzicht, reflectie en herziening. De nadelen van een direct subsidiëringssysteem zijn algemeen bekend maar er zijn ook allerlei mogelijkheden om deze nadelen te bestrijden. Bijvoorbeeld door financiering van een basisvoorziening onderwijsbegeleiding die op hoofdlijnen geoormerkt wordt of door grotere vrijheid van samenwerkende besturen om onderwijsbegeleiding in te richten en vorm te geven. Goede controle en evaluatie van de inspectie of bestuurlijke zeggenschap van de scholen en besturen over de onderwijsbegeleiding annex nascholing, zijn andere mogelijkheden.
Allerlei maatregelen zijn mogelijk om via het model van een publieke organisatie de kwaliteit van het werk van onderwijsbegeleidingsdiensten te garanderen en steeds te vernieuwen. Het besturen van deze organisaties kan bovendien zeer goed gericht zijn op het koppelen van onderwijsbegeleidingsdiensten aan opleidingen en nascholingsinstellingen, op samenwerkingsvormen met andere organisaties met een onderwijsondersteunende taak zoals maatschappelijk werk of jeugdhulpverlening, en op nieuwe vormgeving van de interne begeleidingsmogelijkheden die het onderwijs zelf reeds ontwikkeld heeft. Een gezamenlijk regionaal beleid op het terrein van onderwijsbegeleiding is een veel doelmatiger perspectief dan de verdeling en versnippering die nu voor de deur staat.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.