- blad nr 4
- 22-2-2003
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
De zelfstandige basisschool in 2005
Besturen zijn de nieuwe ministeries
Toen Dennis Bode in 1981 van de pabo afkwam, kon hij slechts met moeite een baan krijgen op een basisschool. "Op één vacature kwamen 400 sollicitanten af." Hij mocht tenslotte beginnen in Oosthuizen als poolvervanger, een plaatsje in Noord-Holland, als invaller voor zeven verschillende scholen. "Het enige waar je als invaller eigenlijk mee bezig was was orde houden, dat kon ik wel goed. Ik heb ook veel geleerd van die tijd moet ik zeggen." Het was het begin van een loopbaan waarin hij diverse malen directeur van een basisschool was, zijn studie onderwijskunde in de avonduren deed en tenslotte in 1993 bij de Asko (Amsterdamse stichtingen voor katholiek onderwijs) belandde. De Asko werd al in 1954 opgericht, toen er nog aparte jongens- en meisjesscholen waren. Nu vallen 28 basisscholen onder het bestuur. Dennis Bode is directeur onderwijs van de organisatie die dus een lange traditie van besturen heeft.
Sinds demissionair minister Van der Hoeve in een brief aan de Kamer duidelijk maakte dat ze de lumpsumfinanciering al in 2005 in het primair onderwijs wil invoeren, is er nogal wat onrust ontstaan bij directeuren en bij de bonden. De bonden vinden de financiële kaders en de medezeggenschap volstrekt onvoldoende geregeld. De directeuren zijn bang dat hun besturen, die nog vaak uit amateurs bestaan, het geld niet goed kunnen beheren. Uit een enquête van de christelijke besturenorganisatie PCSO onder 700 directeuren blijkt dat vier van de tien directeuren het ergste vreest. Ongeveer tien procent zegt zelfs nu geen enkele inspraak te hebben bij de besteding van het overheidsgeld. Door de schaalvergroting die onder voormalig minister Ritzen werd ingezet is het aantal besturen sinds 1995 gedaald van 3.446 tot 2.078. Iets minder dan de helft is éénpitter.
Risico's
De Asko wil graag naar een lumpsumfinanciering, Dennis Bode hoopt van harte dat hij dan niet langer voor iedere som geld verantwoording hoeft af te leggen zoals nu het geval is. Hij denkt wel dat scholen en besturen zich moeten heroriënteren en de risico's moeten inschatten. "Belangrijk is dat je alles in nauw overleg met elkaar moet doet. Wij doen dat met onze directeuren, dat is geen wassen neus, voor hen moet het duidelijk zijn hoe het geld besteed wordt. Iedere school levert namelijk een bepaald bedrag in voor de infrastructuur. Wij hebben bijvoorbeeld drie bovenschoolse managers in dienst, juristen, bouwkundig medewerkers, er is een ict- en een personeelsafdeling. Die staan allemaal in dienst van de scholen en moeten een professionele ondersteuning voor hen zijn."
Met het Schevenings beraad in 1992 is een start gemaakt met de deregulering, veel taken zijn afgestoten door de overheid. Eigenlijk was het toen al de bedoeling dat de scholen veel eigen beleidsruimte zouden krijgen, maar uit een onderzoek van het ministerie blijkt dat dat erg tegenvalt. Slechts zes procent van de scholen is beleidsrijk zoals dat in het jargon heet en 51 procent is zelfs beleidsarm. Bode is daar niet verbaasd over. "In feite zijn de besturen de nieuwe ministeries geworden. Uit een proefschrift over de autonomie van scholen blijkt dat er alleen een verschuiving heeft plaats gevonden naar het bovenschools management. Die hebben de extra beleidsruimte ingepikt. Dat komt ook omdat er om de school heen nog een hele schil zit van beleid dat door gemeente wordt uitgevoerd, het achterstandsbeleid, de scholenbouw. Managers moeten met de gemeente in de slag om hun deel van het geld binnen te halen. De regelgeving is zo ingewikkeld dat ik de directeur van een éénpitter niet benijd. Dan heb ik het nog niet eens over al die WSNS-samenwerkingsverbanden, de losse projecten en de andere instellingen waar een school mee te maken krijgt. Het onderwijs is eigenlijk totaal verbureaucratiseerd."
Als bewijs houdt hij zijn agenda omhoog met tientallen afspraken voor overlegjes en vergaderingen per dag. "Ik vind het allemaal leuk hoor, maar het zou wel wat minder kunnen."
Volgens Bode hebben scholen nauwelijks de tijd gehad sinds het Schevenings beraad om eigen beleid te maken. "Ze zijn overspoeld door de gebeurtenissen. Inspectie kwam met nieuwe kwaliteitseisen, er moesten opeens schoolplannen op tafel komen en onderwijsverslagen. Vervolgens sloeg het personeelstekort toe. Vooral in de randstad gingen leraren weer in hun eigen woonplaats, zoals Badhoevedorp of Almere lesgeven. Ik ken een school in Amsterdam die in één jaar zeven leerkrachten kwijtraakte. Ik vind het verbazingwekkend dat scholen ondanks alles het hoofd boven water houden."
Politiek
Kan er in het huidige bestel wel gesproken worden van autonomie, vraagt Dennis Bode zich af. "Het onderwijs is heel erg 'verpolitiekt', er worden steeds nieuwe eisen gesteld. In Amsterdam speelt dat dan nog eens extra met veertien deelraden, dus veertien onderwijswethouders die allemaal zo hun eigen wensen hebben. Daarnaast vraag ik me af of de eisen van inspectie niet heel erg in strijd zijn met de autonomie van een school. Inspectie bemoeit zich met het didactisch handelen, terwijl ik vind dat dat nou juist heel erg des schools is." Het nieuwe toezichtskader van inspectie is volgens hem weliswaar goed voor de kwaliteit, tegelijkertijd denkt hij dat de eisen met elkaar kunnen botsen.
Voorwaarde voor het welslagen van lumpsumfinanciering is volgens Bode dat er een duidelijke taakverdeling ligt tussen bestuur en directie. "Een schoolleider is vooral gericht op zijn eigen organisatie, die voelt zich niet verantwoordelijk voor het geheel, terwijl een bestuur van 28 scholen de pijn een beetje moet verdelen. Bij een team met veel jonge vrouwen kun je van tevoren bedenken dat er veel ouderschapsverlof opgenomen gaat worden, dus dat er meer geld naartoe moet dan bij een team met alleen ouderen. Je moet niet met het opgeheven vingertje staan, bij ons heeft iedere school zijn eigen leerplan, er zitten Montessorischolen tussen en gewone scholen. Aan de andere kant mogen ze niet het gevoel hebben dat ze het alleen moeten doen, een directeur moet kunnen rekenen op professionele ondersteuning."
Controle op het bestuur is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle invoering van lumpsum. Het moet Dennis Bode wel van het hart dat de bonden te makkelijk praten over versterking van de medezeggenschap. "Ik ben er heel erg vóór, graag zelfs, maar dan moet er wel geïnvesteerd worden in de kennis van de leden. Want voor een grootschalig professioneel bestuur is de medezeggenschapsraad geen partij meer, die wordt overruled. Het heeft alleen zin als een MR of toekomstige ondernemingsraad beter gefaciliteerd wordt. Mensen moeten daar echt voor vrijgesteld worden en er ook nog eens zin in hebben."
Ondanks de grote tekorten onder directeuren heeft de Asko momenteel geen vacatures. Op de avond van dit interview zal er voor het eerst iemand uit het bedrijfsleven aangesteld worden. "Dat kan nu pas omdat een directeur geen onderwijsbevoegdheid meer hoeft te hebben. Deze man doet het uit idealisme, maar hij weet wel waar hij aan begint, wij zijn er erg blij mee."