- blad nr 4
- 22-2-2003
- auteur M. Vermeulen
- Column
Vrije jongens
In het zuiden zijn ze corrupt en in het noorden correct. Of het door het regelmatige verblijf van Nederlanders in Zuid-Europa komt of door de Europese eenwording: dit simpele onderscheid gaat niet meer op. De ESF-affaire, de bouwfraude, malverserende huisartsen, met dubbel krijt schrijvende hogeschoolbestuurders; we hebben het allemaal meegemaakt de afgelopen paar jaar. Waar Nederland voorheen met een ware domineesaard en geheven vinger onze zuiderburen vermaande, zitten we nu zelf permanent in de affaires en de rellen. De typisch Nederlandse uitvinding van het gedogen is over de kop geslagen en leidt tot Siciliaanse toestanden die vooral de publieke sector lijken te betreffen. Van waar deze omslag? Van dienaren in de publieke sector wordt tegenwoordig allerlei ondernemend gedrag verlangd. De bedrijvige school, de ondernemende gevangenis of het entrepreneurende hospitaal. In een onduidelijk overgangsgebied tussen eigen initiatief en publieke regelgeving liggen creatieve constructies voor de hand. Het is juist dit grijze gebied waarin gedragsregels ontbreken of onduidelijk zijn en waarin er ook geen traditie is van eerlijk zakendoen en gelijk oversteken. Ondernemend gedrag in de publieke sector wordt vaak voorgesteld als een oplossing voor wachtlijsten, slechte gebouwen of andere knelpunten in de sector. De overheid geeft zelf voortdurend het slechte voorbeeld. Er wordt gedereguleerd met de rechterhand en gereguleerd met de linker. Een commissie onder leiding van de huidige burgemeester van Amsterdam Job Cohen kwam enkele jaren geleden al tot de conclusie dat markt en overheid veel beter uit elkaar getrokken moeten worden. Halfslachtige onderscheidingen leiden tot concurrentievervalsing en ondermijnen het ondernemingsklimaat. Bovendien, en dat is zo mogelijk nog kwalijker, hollen ze de kwaliteit en integriteit van de publieke dienstverlening uit.
In het onderwijs zien we ook voortdurend dit soort halfslachtigheid. Scholen krijgen financieel meer vrijheid met de lumpsum, maar hun leerplan wordt dichtgetimmerd via eindtermen en inspectietoezicht. Een prachtig voorbeeld van waar het weer eens mis dreigt te gaan, is de examenproblematiek in het vmbo. Na lang en zorgvuldig nadenken worden er eindniveaus afgesproken waaraan leerlingen moeten voldoen. Vervolgens schreeuwen de scholen moord en brand omdat de normen veel te hoog zijn, vooral voor de jeugd in de beroepsgerichte leerwegen. Geen punt volgens de minister. De scholen nemen zelf de examens af en moeten daar de normen dan maar een beetje oprekken. Dit is nu precies waarom ze in de bve-sector een kwaliteitscentrum examens op het dak gestuurd kregen. Daar namen de roc's iets te veel vrijheid in het bepalen van de normen bij de examens en luidde de inspectie de noodklok. Kort en goed, je kunt je niet een beetje aan de norm houden en een beetje niet, net zo min je niet maar een beetje kunt ondernemen of een beetje zwanger kunt zijn. Het is tijd dat er eens fundamentele knopen doorgehakt worden over het aansturen van de onderwijssector. Maken we van scholen echte bedrijven met alle vrijheden die daarvoor nodig zijn of zien we ze toch vooral als uitvoerders van elders bedachte regels en houden we ze daar dan ook aan. Er is een Rijnlands reveil nodig waarin duidelijk wordt gemaakt wat mag en wat niet. Het oprekken van eindexamennormen en andere vormen van onderwijskundig gedoogbeleid zijn dan hopelijk niet meer nodig.