• blad nr 4
  • 22-2-2003
  • auteur D. Hollander 
  • Redactioneel

 

Een ramp voor het bèta-onderwijs

Het e-mailbombardement vanuit de bètahoek op de redactie ging ook de afgelopen weken door. De opwinding is groot: 'Nederland moet geen achterstandsland voor bèta's worden' en 'Ik kan mij niet voorstellen dat industrieel Nederland met deze maatregel instemt.' Veel herhaling van zetten, maar ook nieuwe inzichten. Een aantal hoofdpunten uit de massale kritiek.

De bom onder het bèta-onderwijs ontplofte begin dit jaar met de publicatie van de voorstellen van de overleggroep Tweede fase. Sinds maart 2000 overleggen daarin het ministerie van Onderwijs en de onderwijsorganisaties over de tweede fase. Het eindrapport in telegramstijl: afschaffing van de deelvakken, minder voorschriften voor leraren, minder tijd voor de exacte vakken, twee nieuwe keuzevakken voor bètaleerlingen: voortgezette wiskunde en voortgezette natuurwetenschappen. De voorstellen zijn deze weken besproken met de achterban van de onderwijsorganisaties.
Om te beginnen de enige club die eigenlijk wel tevreden is met de voorstellen: de talendocenten Frans en Duits. Namens het actiecomité Heelmeesters (dat van de deelvakken weer 'heelvakken' wilde maken) bereikte de redactie een toch wat zuinig getoonzette reactie. De in de afgelopen jaren ernstig aangetaste positie van het Frans en Duits in de bovenbouw van havo en vwo wordt 'in redelijke mate' hersteld. 'Als leerlingen Frans en/of Duits volgen, worden zij in alle vaardigheden (spreken, luisteren, lezen, schrijven) getraind. Bovendien mag de Franse/Duitse literatuur weer in de Franse en Duitse lessen behandeld en getoetst worden.'
De Heelmeesters hebben natuurlijk begrip voor de opwinding onder de bèta's. 'De vraag is of deze urenvermindering bij de huidige schreeuwende behoefte van de Nederlandse industrie om nieuwe ingenieurs verstandig is.' Maar het actiecomité bijt ook van zich af: 'Wat bevreemding wekt, is dat sommige bètavertegenwoordigers hun pijlen op de positie van het Frans en het Duits hebben gericht, alsof het hele programma van havo en vwo slechts uit Frans/Duits en bètavakken bestaat, die als communicerende vaten moeten strijden om de beschikbare studielast. De kritiek richt zich vooral op het feit dat vwo-leerlingen vanaf 2005 verplicht zullen moeten kiezen Frans of Duits (naast Engels) als volledig vak te volgen. Echte bètaleerlingen zou je niet met deze talen mogen opzadelen.' De VSNU, de vereniging van Nederlandse universiteiten, denkt daar anders over, bericht het actiecomité.

Getergd
Tot zover de positieve reacties. Leraar Rudie van Balderen ziet vooral op tegen eem nieuwe strijd op school. 'Scholen mogen zelf besluiten om natuurkunde verplicht te stellen in de natuurprofielen. Dus de natuurkundesectie in gevecht met de schooldirectie? Weer zelf het wiel uitvinden? Hebben we daarvan bij de invoering van de tweede fase nog niet genoeg gehad? Wat hebben we in het onderwijs aan nog meer zogenaamde vrijheid?'
Getergd leraar scheikunde en natuurkunde drs. R.W. Soer vindt de plannen voor het bèta-onderwijs funest en verhaalt in een uitvoerig artikel over zijn praktijk. 'Bij ons op school hebben we naar aanleiding van de invoering van de tweede fase de secties natuurkunde, scheikunde en biologie opgeheven en één vakgroep gevormd. In dat kader zijn de practica bij biologie, natuurkunde en scheikunde opnieuw opgezet en op elkaar afgestemd. Daarbij is ook rekening gehouden met de wiskunde. We ervaren dat leerlingen goed gemotiveerd aan de practica werken. Hadden we vooraf geweten dat natuurkunde weer geschrapt zou worden dan hadden we niet geïnvesteerd in een nieuwe opzet. We voelen ons dan ook op zijn zachtst gezegd in de steek gelaten door de plannen van de minister.'
Veel kritiek uit Soer op de uitgangspunten van de voorstellen: organiseerbaarheid en studeerbaarheid. De organiseerbaarheid van het geheel neemt juist af, stelt hij, als er meer te kiezen valt. 'Er komen weer, zoals voor de komst van de tweede fase, allerlei varianten van pakketten die het roosteren bemoeilijken.' En dat de voorstellen goed zouden uitpakken voor de leerlingen, lijkt hem sterk: 'De werkdruk komt veelal voort uit de vele opdrachten die buiten de lessen om moeten worden gedaan. De term werkstukkenschool is niet voor niets in omloop geraakt. Door meer samenhang te creëren tussen de bètavakken kan de studeerbaarheid juist verhoogd worden. Door tegelijkertijd een goed op de theorie aansluitend practicum aan te bieden wordt het leren effectiever en interessanter. Als voorbeeld kan ik de manier waarop bij mijn eigen school het practicum is ingericht, aanhalen. Leerlingen doen tijdens de practicumles proeven en maken tegelijkertijd een verslag. Na afloop is alles afgerond. Het zijn voor de docent intensieve en voor leerlingen efficiënte en stimulerende lessen. Door een juiste keuze van de practica wordt het aanleren van de theorie vergemakkelijkt. Ik pleit er dan ook voor om juist meer in plaats van minder lestijd ter beschikking te stellen van de bètavakken om de unieke rol van het practicum te kunnen waarborgen.'
Soer besluit met een noodkreet: 'Als de plannen van het ministerie van Onderwijs doorgaan, staat het bèta-onderwijs een ramp te wachten. Zonder natuurwetenschappelijke kennis is een kenniseconomie onmogelijk.'

Meisjes
Wiskundedocente W. van Bunningen gaat nog even terug naar de tijd voor de invoering van de tweede fase. Het waren volgens hem prachtige, idealistische doelstellingen, zoals een betere aansluiting op het hoger onderwijs of dat leerlingen met allerlei moderne informatiebronnen moeten kunnen werken om hun kennis actueel te houden. Het kostte heel wat moeite die uitgangspunten in de onderwijspraktijk te vertalen. 'Na vier jaar hadden we de organisatie aardig op de rails. Ik had het idee eindelijk weer aan onderwijs toe te komen. Maar wat dreigt er nu te gebeuren? Iets waar elke bèta, maar zeker elke wiskundige van moet gruwelen. Is het niet zo dat Nederland achterop raakt op exact gebied? Te weinig leerlingen die de technische richting uitgaan? En wat is de reactie op deze ongewenste ingeslagen richting? Zoveel mogelijk de exacte vakken uitkleden. Verhoogt dat de aansluiting met de vervolgopleidingen? Worden daardoor leerlingen meer geïnteresseerd in technische opleidingen en beroepen? Het profiel natuur en gezondheid mag je volgen zonder natuurkunde en met de wiskunde uit het economie- en maatschappijprofiel. In het profiel natuur en techniek wordt drastisch geschrapt in de natuurkunde- en de scheikundestof. En de wiskundestof wordt bijna gehalveerd. Meisjes - jammer genoeg meer geneigd natuur en gezondheid dan natuur en techniek te volgen - zullen geen natuurkunde meer krijgen en veel minder wiskunde.'

Stelselherziening
Plaatsvervangend rector J.A.J. van Doorn van het Montessorilyceum in Rotterdam protesteert in een genuanceerd betoog vooral tegen het beeld dat de overleggroep tweede fase van haar voorstellen schetst. 'De voorstellen worden gepresenteerd als een bijstelling van de tweede fase. Wie kennis neemt van de inhoud van het rapport, kan het niet ontgaan dat hier sprake is van een zeer vergaande stelselherziening. Het inzicht dat het onderwijs niet iedere vijf jaar op zijn kop gezet kan worden zonder veel schade aan te richten, is ook tot de politiek wel doorgedrongen, maar dat inzicht is blijkbaar louter verbaal. In de voorstellen worden veel vakken afgeschaft, nieuwe vakken geïntroduceerd, de studielast van veel vakken veranderd, zodat ook de examenprogramma´s moeten worden herzien, de profielen krijgen een andere inhoud, het gemeenschappelijke deel wordt anders ingevuld en de examenregels worden veranderd. Er blijft geen steen op zijn plaats en toch noemen we deze stap, die volstrekt vergelijkbaar is met de eerdere invoering van de tweede fase toen ook alles tegelijk moest, geen stelselherziening.'
De ingrijpende voorstellen, zo voorspelt Van Doorn, zullen het voortgezet onderwijs voor een paar jaar lam leggen. 'Een dreigende stelselwijziging in 2005 beneemt je alle lust om het onderwijs op onderdelen te verbeteren. Je zult immers die verbeteringen na twee jaar, als zij net gaan renderen, al weer terug moeten draaien. Heel concreet zie je dit bijvoorbeeld bij de deeltalen. Een circulaire van Adelmund biedt sinds 7 mei 2002 de mogelijkheid de deeltalen geheel te concentreren in vier-vwo en de inhoud te laten samenvallen met die van het complete vak. Aan alle bezwaren van de befaamde Heelmeesters kan zo worden tegemoet gekomen. Toch heeft mijn school er van afgezien deze verandering door te voeren, omdat het ministerie in dezelfde tijd liet weten van plan te zijn deze deeltalen in 2005 af te schaffen. Het gevolg is dat de problematiek van de deeltalen en de overladenheid van het vier-vwo-programma nog twee jaar blijft.'

Nieuwe generaties
De leraren zijn murw en daarom is er nog geen opstand uitgebroken, schrijft een leraar. Voor de bètadocenten geldt deze stelling zo te zien niet. Misschien wel voor de leraren maatschappijleer, van wie slechts enkele reacties binnenkwamen. Onder anderen van Toine Beijer. 'In de nota van het ministerie van Onderwijs krijgt zestig procent van de leerlingen geen maatschappijleer meer. Hiermee dreigt het paard achter de wagen te worden gespannen want de democratie heeft onderhoud nodig. Steeds opnieuw moeten nieuwe generaties jongeren worden voorbereid op hun toekomstige rol van mondige en kritische staatsburger. Het vak maatschappijleer heeft in dit verband een voortrekkersrol.'
Beijer hoopt op krachtig ingrijpen van het parlement. 'De nieuwe Tweede Kamer zal zich moeten afvragen bij de inrichting van de tweede fase wat leuk is voor leerlingen om te weten en wat voor iedere burger noodzakelijk is om te weten. Docenten maatschappijleer zijn over het algemeen mensen die vertrouwen hebben in het functioneren van de democratie. Op 30 januari 2002 heeft een ruime meerderheid zich uitgesproken voor het behoud van een verplicht vak maatschappijleer voor alle leerlingen. Het zou een slag zijn voor de democratie - en het veel geprezen dualisme dezer dagen - als de nieuwe Tweede Kamer de voorstellen om het vak maatschappijleer af te schaffen niet van tafel zou vegen.'


Alles is nog mogelijk

De AOb-bestuurders Wim de Kok en Martin Knoop hebben het zwaar te verduren tijdens de bespreking met de achterban van de nieuwe voorstellen van het ministerie van Onderwijs voor de tweede fase, zoals elders op deze pagina's te lezen valt. "We hebben de bijeenkomsten belegd om te luisteren naar de kritiek van de leden", benadrukt Martin Knoop. Maar daarbij blijken veel gegevens bij docenten onbekend te zijn, vult De Kok aan. Bijvoorbeeld het onderzoek van de inspectie waaruit naar voren kwam dat tweederde van de leraren in de tweede fase klaagt over de overladenheid van het programma en het tekort aan lesuren.
In maart 2000 startte het overleg tussen het ministerie en de onderwijsorganisaties over de knelpunten in de tweede fase. Na diverse tussenstappen trok de Tweede Kamer in januari 2002 onder andere de volgende conclusies:
- er komen twee keuzevakken in het vrije deel in plaats van één
- in het profieldeel komen drie vakken
- in het vwo wordt een tweede moderne vreemde taal verplicht
- de deelvakken worden 'heelvakken'.
Wim de Kok: "De vraag voor ons was: Kun je met deze conclusies en de onderzoeken in het achterhoofd een redelijke tabel maken? Daartoe is een poging gedaan. Hoewel er natuurlijk ook nu nog een aantal zaken moet worden uitgewerkt. De inhoud van de nieuwe vakken in het vrije deel, voortgezette wiskunde en voortgezette natuurwetenschappen, staat nog niet vast. Onze inschatting is dat de scholen die vakken zeker zullen aanbieden, als ze tenminste de naam van de school hoog willen houden. Maar waarom zouden we ze dan niet verplicht stellen, krijg je als reactie. Kijk, dan kom je weer in strijd met het uitgangspunt dat er meer vrijheid van keuze zou komen."
Deze weken luisteren beide heren naar de kritiek en alternatieven van de leden. Daarna zetten zij zich aan het schrijven van een reactie. Op zich is daarin alles nog mogelijk. Als de conclusie luidt dat de uitgangspunten verkeerd waren, zal de commissie opnieuw aan het werk moeten. Wim de Kok verwacht dat dat gaat gebeuren. Veel docenten pleiten bijvoorbeeld voor vier vakken in het verplichte profieldeel. Dat zou volgens hen ook een werkbaar model kunnen opleveren, al gaat het wel ten koste van de keuzevrijheid. En vervolgens moet toch de Tweede Kamer de beslissing nemen.
"Mij gaat het erom", zegt De Kok, "dat we een evenwichtig pakket van vormende vakken krijgen, dat voldoende doorstromingsmogelijkheden biedt naar het hoger onderwijs en dat werkbaar is voor de docenten. Op 14 maart buigt de AOb-sectorraad voortgezet onderwijs zich over de reactie.
De Kok wil nog wel even kwijt dat niet alle kritiek even terecht is. "Ik hoor nogal eens: 'Laat de situatie nu zoals die is. Na de verlichtingsmaatregelen van staatssecretaris Adelmund is de tweede fase sterk verbeterd'. Men vergeet dan dat die maatregelen per 1 augustus zouden aflopen en er geen verlenging mogelijk was zonder perspectief op een meer definitieve verbetering. En als de maatschappijleraren zeggen dat hun vak wordt weggehakt, vergeet men erbij te vermelden dat maar dertig procent van de scholen maatschappijleer als examenvak aanbiedt. Ik schat in dat dat percentage door de nieuwe voorstellen juist zal toenemen omdat maatschappijleer in twee profielen als keuzemogelijkheid is opgenomen."
De datum van invoering van de nieuwe opzet is trouwens al weer opgeschoven. Vorige maand werd augustus 2005 nog voor mogelijk gehouden, dat lijkt nu al opgeschoven naar 2006, op zijn vroegst.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.