- blad nr 4
- 22-2-2003
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Kleine scholen doen het goed in Amerika
Van afvalbak tot succesverhaal
1. Paradepaardje
Urban Academy. A small school with big ideas. Amerikanen schamen zich niet om een beetje resultaatgericht reclame te maken. Midden in New York staat een hele kleine highschool, 120 leerlingen. En pats, op de tweede pagina van de website vind je al de examenresultaten: 97 procent van de leerlingen stroomt door naar de universiteit. En niet naar de minste universiteiten, in het gevecht om de beste plaatsen staat de Urban Academy haar mannetje.
Geen kunst, zult u misschien denken, klein eliteschooltje, hoog schoolgeld. Het tegendeel is waar. 'Onze studenten hebben een geschiedenis van chronisch absenteïsme, schorsingen, slechte resultaten en faalangst. Nu werken ze keihard.'
De Urban Academy is een van de paradepaardjes van de snel groeiende kleine scholenbeweging in de Verenigde Staten. Een compleet nieuw concept werd er in New York neergezet. Een klein team van leraren dat hoge eisen stelt. Met als uitgangspunt wederzijds respect, zoals de schoolleiding het noemt, zodat het gevoel bij zowel leerlingen als leraren van 'zij tegen ons' verdwijnt. Een programma van twee maal twee jaargroepen in plaats van vier jaarklassen, met projecten, probleemgestuurd onderwijs en onderzoek. Maar steeds weer met hoge eisen als het gaat om de basisvakken. Een gebouw met sfeer. Comfortabele banken, een groot aquarium en voor studenten een magnetron om een warme hap in klaar te maken. Leraren zijn er ook tevreden. Een laag ziekteverzuim, zelden vertrekt er een docent naar een andere school en van veiligheidsproblemen is nauwelijks sprake.
2. Het succes
De kleine-scholenbeweging in de Verenigde Staten is aan een stevige opmars bezig. Scholen delen zich op in kleinere min of meer zelfstandige eenheden binnen een groot gebouw - vergelijkbaar met teamteaching in Nederland - of gaan echt over tot schaalverkleining. Gewoon nieuwe schoolgebouwen waar rond de 400 leerlingen in kunnen, zeg maar honderd per leerjaar. Het eerste grote project op dat gebied vond plaats in New York. In Manhatten stond de Julia Richmanhighschool, in de Bronx de James Monroehighschool. Elk met 3000 leerlingen. Scholen vol problemen, een afvalbak in achterstandswijken waar leerlingen terechtkwamen die op geen enkele andere school werden toegelaten. Scholen met grote veiligheidsproblemen, veel geweld, diefstal en leraren die het liefst ergens anders gingen werken. Nog geen derde van de leerlingen van deze scholen haalde de eindstreep...
Vanaf 1993 zijn deze scholen omgezet in een netwerk van kleine eenheden van maximaal 600 leerlingen. Van één groep, de Coalition Campusproject, werden de leerlingen en hun schoolresultaten de afgelopen negen jaar uitvoerig gevolgd. Afgelopen december deed onderzoekster Linda Darling Hammond samen met haar projectgroep van Stanford University, daarvan uitvoerig verslag in het American Educational Research Journal. Alleen schaalverkleining is niet genoeg, waarschuwen de onderzoekers. Het gaat ook om een totaal andere aanpak, zoals die van de Urban Academy.
De resultaten zijn verbluffend. Vrijwel meteen was het merendeel van de veiligheidsproblemen in de kleinere eenheden verdwenen. Het spijbelgedrag veranderde ook op slag: in plaats van dat gemiddeld genomen een derde van de leerlingen niet kwam opdagen, was in de eerste jaren al bijna negentig procent van de leerlingen iedere dag aanwezig. Natuurlijk waren er ook kinderziekten. De docenten moesten een behoorlijke omslag maken en lang niet iedereen was daar voldoende op voorbereid. Sommige scholen zagen in het eerste jaar een exodus van leraren op gang komen.
Inmiddels behoren de kleine scholen tot de succesverhalen van het New Yorkse openbaar onderwijs. De veiligheid - een hot item in grote stadsgebieden in de VS - is er uitzonderlijk hoog. Geweldsincidenten zijn in plaats van schering en inslag een uitzondering. In plaats van een derde, haalt nu 73 procent het einddiploma van de highschool. Van de geslaagden studeert bijna iedereen door op een college. De drop-out ligt inmiddels op 3,4 procent, de helft van wat in New York gebruikelijk is.
Een successtory, kortom. Iets voor Nederland? "Zeker", beaamt Linda Darling Hammond desgevraagd. "Alle grote stadsgebieden kennen vergelijkbare problemen, dus zal schaalverkleining zeker ook in Nederland effect kunnen hebben."
3. Hot item
Nu was schaalverkleining in het voortgezet onderwijs in Nederland bij de vorige verkiezingen ook een hot item. Alle partijen hadden daarover mooie woorden in hun verkiezingsprogramma opgenomen. Maar het laatste jaar hoor je daar niemand meer over. Misschien heeft dat te maken met het onderzoek School op maat dat het ministerie in november 2001 publiceerde naar aanleiding van de goedkope babbels over schaalverkleining van politici. Want al pleitte iedereen wel voor kleinere vestigingen in het voortgezet onderwijs, eigenlijk, zo bleek al snel uit de harde cijfers, waren scholen helemaal geen onderwijsfabrieken met duizenden leerlingen. Misschien wel op papier, maar als je kijkt naar het gebouw - de vestigingsgrootte - waar leerlingen in terechtkomen, dan valt het allemaal wel mee. (zie grafiek)
Bovendien was het met allerlei kwaliteitscriteria op die grote scholen helemaal niet zo slecht gesteld. Grote en zeer grote scholen zagen er een stuk verzorgder uit dan de kleintjes, leerlingen waarderen de grote scholen ook beter, de regels worden er beter gehandhaafd, de kwaliteit van de lessen is beter, de vorderingen worden beter bijgehouden. Als het gaat om veiligheid komt pesten op kleine scholen vaker voor, maar springen ook in Nederland grote scholen er iets negatiever uit als het gaat om vernielingen en diefstal. De boodschap van de nota was helder. Klein is niet beter, op veel punten zelfs slechter. Schaalverkleining is in Nederland zo tot een non-discussie verklaard. En we horen er dan ook meteen weinig meer over.
4. Muurbloempje
T1:Ondertussen groeit in de Verenigde Staten het aantal kleine scholen hand over hand. Na New York volgden Washington, Boston, Chicago en nog vele anderen. Rare jongens, die Amerikanen? Helemaal niet, want zoals gebruikelijk wordt daar tot op de dollarcent nauwkeurig uitgerekend wat de kosten en baten zijn van schaalverkleining. En natuurlijk zijn al die berekeningen weer aanvechtbaar, maar het rapport Dollars&Sense, the cost effectiveness of small schools geeft een aardig doorkijkje in de schaalvergrotingsprocessen.
Want ook in de VS was lange tijd big beautiful en heeft er uit kostenoverwegingen een forse schaalvergroting plaats gevonden. De gemiddelde schoolgrootte nam de afgelopen veertig jaar daar toe van 127 tot 650. Grotere gebouwen maakten niet alleen het onderwijs efficiënter, maar zou ook positief uitwerken op de kwaliteit. Grotere scholen zouden immers meer kunnen bieden, beter werken aan professionalisering en een behoorlijk personeelsbeleid kunnen opzetten. Een trend die ook naar Nederland overwaaide. Inmiddels, zo blijkt uit de cijfers, heeft Nederland gemiddeld grotere vestigingen dan de Verenigde Staten. (zie grafiek)
En terwijl de kleine-scholenbeweging aan de overkant van de Atlantische Oceaan groeit en bloeit, wentelen wij ons in tevredenheid. Is er een verklaring voor die tegenstelling? Dollars&Sense legde het schaalvergrotingsproces wat preciezer onder de loep. Ook in de Verenigde Staten bestaan erg veel slechte kleine scholen, met beroerde prestaties en weinig tevreden leerlingen en ouders. Maar dat heeft een oorzaak. Omdat veel schoolbesturen bezig waren met schaalvergroting investeerden ze niet in de kleine vestigingen. Kleine scholen zouden immers toch opgaan in een groter geheel of gesloten worden. Gebouwen verloederden. Ambitieuze leraren vertrokken naar andere scholen, de achterblijvers moeten het doen met invallers of onbevoegde docenten. Kleine, eigenlijk aan hun lot overgelaten, scholen scoorden daardoor beduidend slechter.
Een soortgelijk proces heeft zich hier voltrokken. Op grote schaal werden honderden zeer kleine scholen - vooral mavo's, lts'en en huishoudscholen - in hoog tempo gesloten of afgebouwd. Wie niet meekon in een fusieproces heette een 'muurbloempje' en was zielig. Nieuwe scholengemeenschappen kregen voorrang bij nieuwbouw. En dat werkt door: nieuwe, moderne schoolgebouwen stemmen leerlingen, ouders én docenten tevreden. Maar zo worden wel rotte appels met verse peren vergeleken.
5. Verspilling
Dollars&Sense keek daarom vooral naar de níeuwe kleine scholen die de laatste jaren zijn ontstaan. Een trend die vooral voorkomt bij het openbaar onderwijs dat in de Verenigde Staten kampt met een negatief imago. Juist organisaties als het Center on reinventing public education en de National commission on teaching and America's future maken werk van schaalverkleining. Wanneer dan allerlei indicatoren worden vergeleken, scoren de nieuwe kleine scholen in de grote steden veel beter, concluderen de onderzoekers in Dollars&Sense. In aanvang zijn kleine scholen vanwege de kosten van het gebouw misschien wel een tikkie duurder, maar voor de maatschappij is een kleine school uiteindelijk voordeliger. Minder veiligheidsproblemen, dus minder kosten voor administratie, bewaking en handhaving. 'Om de negatieve effecten van een grote school op te vangen, zijn veel meer betaalde functionarissen nodig', signaleert Dollars&Sense. Zo komen er meer leraren-uren beschikbaar voor onderwijs en worden de klassen kleiner. Maar het grote voordeel zit in minder drop-outs, wat later weer een beter geschoolde bevolking betekent die minder kans loopt op werkloosheid. Vooral op dat punt tikt het aan: in plaats van dertien procent uitval, kennen de kleintjes maar vijf procent afhakers. 'Wie kosten en baten tegen elkaar afzet, kan eenvoudig zien dat kleine scholen niet alleen beter zijn om kinderen te onderwijzen, maar dat grote scholen verspillend werken', aldus de eindconclusie.
Het Amerikaanse verhaal roept op z'n minst een aantal voor Nederland relevante vragen op. Heeft Nederland niet ook te kampen met een enorme, jarenlange schooluitval? Waardoor het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking internationaal gezien nogal magertjes is? Vooral in de grote steden? Vooral bij achterstandsgroepen? En een uittocht van autochtone jongeren naar de scholen in randgemeenten? Zouden Urban Academies daarom misschien hier een oplossing betekenen?
Gebruikte onderzoeken
Linda Darling-Hammond e.a.: Reinventing highschool, outcomes of the Coalition Campusproject , American Educational Research Journal, 2002
Patricia E. Wasley: Small school, great strides - A study of new small school in Chicago, New York 2000
Barbara Kent Lawrence, Dollars&Sense, the cost effectiveness of small schools, 2002
Ministerie van OCW, School op maat, 2001
Voor meer informatie kunt u terecht op de volgende websites, waar weer links staan naar onderzoeken en andere organisaties die zich bezighouden met kleine scholen.
Center on reinventing public education
www.smallschoolsproject.org
The school redesign network van Stanford University
www.standford.edu
National commission on teaching and America's future
www.nctaf.org/smallschools