- blad nr 21
- 30-11-2002
- auteur R. Sikkes
- Commentaar
Politieke examenopgave
Onderwijs is een recht en de beste investering in de jeugd. De toekomst van dit land hangt grotendeels af van wat kinderen leren. Met slecht onderwijs vergooien we de toekomst van onze kinderen. In het onderwijs is dus een andere aanpak nodig: meer investeren en minder bureaucratische bemoeizucht.
De samenleving moet ophouden leraren met een schouderklopje, met een complimentje of een incidentele theater- en of boekenbon extra te belonen. Inzet kan gewaardeerd worden met een compliment, maar dat is niet voldoende. Het is ouderwets en een ontkenning van de professionaliteit van de leraren als er niet ook adequaat beloond wordt. 'Roeping' sluit een goede beloning niet uit. Tegenover traditionele voordelen in het onderwijs (aanzien, werktijden en vakanties) staat een groeiend aantal onaantrekkelijke kanten (perspectief, inkomen, werksituatie, toenemende regeldruk). Onderwijs kost geld. Veel geld, bestemd voor de burgers van de volgende eeuw. Dat is waard om nu in te investeren. In gebouwen en uitrusting, maar vooral in de mensen in de klas. Dat geldt voor elk land en voor elke regering.
Aan wie kan je deze tekst toeschrijven, kies daarvoor uit een van de onderstaande mogelijkheden, motiveer je antwoord en verklaar waarom de uitspraken opvallend zijn. Extra punten zijn te verdienen door een kort essay te schrijven over de toekomstige ontwikkelingen in het onderwijs.
1. Toespraak van de voorzitter van de AOb tijdens een werkonderbreking
2. Uitspraken van CDA-politici vóór de verkiezingen van 15 mei
3. Premier Blair in zijn toespraak 'education, education, education'
Correctiemodel
Voor een goed antwoord en een goede motivering 3 punten:
Het goede antwoord is 2. Het stuk is samengesteld uit verschillende uitspraken van de CDA'ers Jan Peter Balkenende, Maria van der Hoeven en Piet Hein Donner in verschillende toespraken, boeken en interviews. De teksten zijn opvallend omdat het gaat om uitspraken van ministers in het demissionaire kabinet Balkenende. Een kabinet dat in weerwil van CDA-verkiezingsbeloften van vóór de verkiezingen van 15 mei zo verschrikkelijk weinig geld investeerde in onderwijs. Raar, omdat het CDA als overwinnaar uit de bus kwam, maar zich door de VVD liet inpakken en onderwijs nauwelijks meer als prioriteit zag, waardoor een structurele aanpak van het lerarentekort en verhoging van de kwaliteit onmogelijk is geworden.
Vier extra punten zijn te verdienen als in het verhaal de volgende elementen voorkomen:
Met nieuwe verkiezingen op komst schaamt het CDA zich wellicht voor haar armzalige onderwijsbeleid. Tijdens de begrotingsbehandeling werd al langzaam afstand genomen van het regeerakkoord, door net als de oppositie de bezuinigingen op het hoger onderwijs te willen verzachten. Daarnaast heeft het Wetenschappelijk Instituut van het CDA aangegeven dat het prima mogelijk is om het begrotingstekort iets op te laten lopen om zo ruimte te maken voor overheidsinvesteringen in onderwijs. Onduidelijk is of onderwijs in het verkiezingsprogramma dat dit weekeinde wordt vastgesteld voldoende ruimte krijgt. Tweede onzekerheid is natuurlijk of het CDA er na 22 januari weer met de VVD gaat regeren en dit keer CDA-politici hun beloften nakomen, of zich opnieuw door de kleinste coalitiepartner de onnodig zuinige Zalm-koers laten opdringen.