• blad nr 21
  • 30-11-2002
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Roc's bezorgd over onderzoek naar gesjoemel

Roc's wachten met spanning op de uitkomst van het onderzoek naar de inschrijving van leerlingen, dat is ingesteld na het gesjoemel met studenten in het hbo. Want uit de vragenlijst die de roc's moesten invullen, blijkt dat het ministerie bij diverse gegroeide praktijken verdenkingen koestert. "Maar veel leerlingen passen niet in de bestaande regels. Het is niet rood of groen, er is veel oranje."

Aanleiding voor de vragenlijst is het gesjoemel met studentenaantallen in het hbo. Een aantal hogescholen bleek eerder dit jaar Belgische studenten te hebben ingeschreven die niet of nauwelijks onderwijs ontvingen. Nadat deze zaak aan het licht kwam, kregen alle hogescholen, universiteiten en roc's een vragenlijst van het ministerie. Daarop moeten de instellingen aangeven of ze bepaalde, met name genoemde constructies al dan niet gebruiken bij de inschrijving van leerlingen.
De lijsten zijn inmiddels ingeleverd, het ministerie heeft de antwoorden doorgespit en de uitkomst van dit onderzoek wordt een dezer dagen verwacht. Diverse roc's zijn er niet gerust op, omdat ze in de vragenlijst constructies voorbij zagen komen die ze zelf hanteren.
Een van de vragen is of cursisten wel eens in twee onderwijstrajecten tegelijk worden ingeschreven. Roc's verzorgen immers zowel educatie (meestal taalonderwijs voor nieuw- of oudkomers) als beroepsopleidingen. Het beroepsonderwijs wordt betaald door het rijk, de taaleducatie door de gemeenten. Inschrijving in beide trajecten tegelijk levert per cursist dus geld van het rijk èn van de gemeente op, en dat vindt het ministerie kennelijk verdacht.
Een aantal roc's heeft die vraag naar de dubbele inschrijvingen bevestigend moeten beantwoorden. Daarbij gaat het vooral om opleidingen in de grote steden, waar de taaleducatie steeds vaker wordt gekoppeld aan het volgen van een - al dan niet gedeeltelijke - beroepsopleiding. "Voor een snelle integratie van allochtonen is taalonderwijs alleen niet voldoende", vindt Ankie Verlaan, collegevoorzitter van Roc Amsterdam. "Daarom wordt vaak geprobeerd om de deelnemers ook een beroepsopleiding te laten volgen. Vaak is dat dan geen volledige opleiding, omdat de betrokkenen bijvoorbeeld geen Engels krijgen. Maar ze halen wel voldoende deelcertificaten om aan het werk te gaan. Roc's zijn doodsbang dat dit straks niet meer mag, want dan laten we deze doelgroep in de kou staan."

Inburgering
"Als je aan inburgering doet, hoort daar niet alleen taalonderwijs maar ook een beroepsopleiding bij", vindt Piet Boekhoud, collegevoorzitter van het Albedacollege in Rotterdam. "Er komen steeds meer doelgroepen, zeker in de grote steden, en die proberen we te bedienen. Soms kom je met leerlingen niet verder dan taaleducatie, wat deelkwalificaties en een baan. En daar zijn wij dan al ontzettend blij mee."
Dat de cursisten dan zowel educatie als beroepsonderwijs volgen en zonder officieel diploma het roc verlaten, het zij zo. Ook als dat niet precies binnen alle regels zou passen. "Als ik een rustig leven wilde, zou ik niet proberen om al die nieuwe doelgroepen te bedienen", reageert Boekhoud. "Maar zo'n school willen we niet zijn. We zijn een school van deze stad en we willen dat mensen echt iets aan ons hebben."
Een tweede heikele vraag uit het onderzoek is of er bij roc's diplomastapeling voorkomt. Het ministerie vraagt daar glashelder naar. 'Worden bij uw instelling deelnemers op een relatief laag opleidingsniveau ingeschreven, terwijl zij - gelet op hun vooropleiding - ook toelaatbaar zouden zijn tot een hoger opleidingsniveau? Waardoor meer diploma's kunnen worden behaald en de rijksbijdrage dus hoger uitvalt?'
Er zijn - indirecte - aanwijzingen dat dit inderdaad gebeurt. Zo is het aantal leerlingen op niveau 1 en 2 (de laagste niveaus van het mbo) de laatste jaren fors gestegen. En het is voor een roc aantrekkelijk om een leerling op deze lage niveaus in te schrijven, omdat het voor zo'n leerling automatisch een extra toeslag krijgt (het zogenoemde Voa-geld van het voormalige vormingswerk).
"Het aantal leerlingen op niveau 1 en 2 is de laatste jaren gigantisch gegroeid", zegt Verlaan van Roc Amsterdam. "En misschien worden leerlingen eerst op niveau 2 ingeschreven vanuit het idee dat zij later naar niveau 3 kunnen doorstromen."
Met doorstromen op zichzelf hoeft overigens weer niets mis te zijn. Sterker nog: het stapelen van diploma's, en dus het afleveren van hoger geschoolde leerlingen, wordt door diverse landelijke organen van het mbo gestimuleerd. "Met het behalen van verschillende opeenvolgende diploma's hoeft niets mis te zijn", vindt C. Free, collegevoorzitter van het Koning Willem I-college in Den Bosch. "Als er dan ook maar verschillende onderwijsprestaties tegenover staan en die twee diploma's aparte leertrajecten hebben."

Goedkope beschuldiging
Een derde heet hangijzer is de vraag of leerlingen in de BBL (het oude leerlingwezen, leren en werken tegelijk) worden ingeschreven, of in de BOL (waarbij ze het grootste gedeelte van hun tijd op school doorbrengen). Een BOL-leerling vergt meer tijd en inspanning van een roc en levert meer geld op. Directeur Kantelberg van het particuliere Best Alertcollege, een school die onder andere bodyguards aflevert, beweert in een brief aan de Tweede Kamer dat roc's op dit punt nogal eens sjoemelen. 'Voor een BOL-leerweg krijg je drie keer zoveel geld als een BBL-leerweg. Je hoeft er maar één letter voor te veranderen in je administratie - dat is wel heel verleidelijk', zo verklaart de directeur in de Volkskrant.
"Een goedkope beschuldiging", meent Free van het Koning Willem I. "Het inschrijven van BBL-leerlingen in de BOL is zo opvallend dat het er bij de eerste de beste accountantscontrole uit zou rollen. Ik kan me niet voorstellen dat dat gebeurt."
Zowel Free, Verlaan als Boekhoud benadrukken dat de regelgeving voor roc's veel ingewikkelder is dan die voor het hbo of wo. Er is educatie en beroepsonderwijs, er zijn vier niveaus en er is een BOL en een BBL. En dan krijgen de roc's ook nog nieuwe doelgroepen binnen, zoals probleemjongeren en te integreren allochtonen, die niet in de traditionele kaders passen. Verlaan: "Roc's zijn creatief omdat ze die nieuwe doelgroepen willen bedienen. De regels zijn elastisch en iedereen die in nood zit gaat eraan trekken. Logisch."
Het ministerie heeft de ingevulde vragenlijsten laten controleren door de accountantsdienst. Er is ook een onafhankelijke commissie ingesteld die zich buigt over de twijfelgevallen. Dus niet de groene of de rode, maar de oranje gevallen, zo zegt commissielid Fons van Wieringen, tevens voorzitter van de Onderwijsraad. "Er zijn altijd interpretatieverschillen. Sommige constructies zijn niet in strijd met de letter van de wet, soms niet eens in strijd met de geest, maar het ene roc doet het wel en het andere niet. Dan is er dus discussie over."
Free, Boekhoud en Verlaan maken zich geen zorgen over wat het onderzoek zal opleveren voor hun eigen roc. "Roc Amsterdam is schoon", zegt Verlaan. "Al ben ik bij mijn aantreden ook wel eens op inschrijfmanieren gestuit waarvan ik gezegd heb: dat doen we niet meer, want dat kan nooit de bedoeling van de wet zijn'." Zou zij zich verbazen als het onderzoek voor andere roc's minder gunstig zou uitpakken? "Ik heb een grenzeloos vertrouwen in mijn collega's. Maar mij verbaast nooit wat."

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.