• blad nr 21
  • 30-11-2002
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Oppositie fel over gebrek aan geld in 2003 

Minister vindt alleen een potje voor 'vliegende brigade'

De oppositiepartijen gingen er tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting 2003 fel tegenaan ondanks de demissionaire status van de bewindslieden. Staatssecretaris Nijs kreeg de wind van voren en het scheelde niet veel of er was een motie van afkeuring tegen haar ingediend. De inspectie mag van de Tweede Kamer godsdienstlessen gaan bijwonen en minister Van der Hoeven had nieuwe oplossingen voor het lerarentekort, maar geen geld. Alleen de 'vliegende brigade' kan rekenen op een bijdrage.

Een debat over een begroting die de bewindslieden zelf wellicht niet eens gaan uitvoeren, heeft iets merkwaardigs. Toch ging de oppositie er vol goede moed tegenaan, want de kans is natuurlijk groot dat minister Van der Hoeven (CDA) en staatssecretaris Nijs (VVD) na de verkiezingen terugkeren op dezelfde plek. Het CDA doet het goed in de peilingen en de VVD moet wel erg omlaag duikelen om niet opnieuw als regeringspartner dienst te doen. Of staatssecretaris Nijs nog wel voldoende vertrouwen heeft voor een tweede termijn is de vraag. Zij kreeg de wind van voren van vrijwel de hele Kamer, uitgezonderd haar eigen partij, vanwege haar uitlatingen over het niet langer bekostigen van een tweede en derde studie. Van der Hoeven greep direct in en liet in een interview weten dat hier geen sprake van kon zijn, de overheid bleef alles betalen. Nijs noemde de terechtwijzing van de minister voor de camera's van het Nos-journaal tot drie keer toe 'een bijdrage aan het debat'. Een staatsrechtelijk novum, aangezien een minister boven en niet op gelijke voet met zijn staatssecretaris staat. Premier Balkenende liet weten niet erg gecharmeerd te zijn van haar woorden.

Zwalkende rol
In de aanvaring met de Kamer kon Nijs zich slechts met moeite staande houden. Er zou overleg geweest zijn met de instellingen voor hoger onderwijs, het ging slechts om een discussie. Maar volgens de PvdA-fractie had ze met haar woorden veel verwarring gezaaid en hadden de instellingen het overleg met Nijs eerder als een monoloog dan als een dialoog ervaren. PvdA-Kamerleden Mariëtte Hamer en Jacques Tichelaar dienden nog net geen motie van afkeuring in, maar het vertrouwen in de staatssecretaris was bij hen weg. Ook de SP en GroenLinks constateerden dat de staatssecretaris in de resterende maanden nog maar weinig kon doen. Van het CDA kreeg ze wel een tweede kans.
De CDA-fractie speelde een wat zwalkende rol in het begrotingsdebat. Bij het sluiten van dit nummer van het Onderwijsblad was nog steeds niet duidelijk of de bezuinigingen in 2003 voor het hoger onderwijs - een efficiencykorting van 35,8 miljoen - doorgaan. De oppositiepartijen, die er fel tegen gekant zijn, hadden voor 2003 een oplossing aangedragen. Er is een pot voor wetenschappelijk onderzoek, de zogeheten ICES/KIS-gelden, waarin zoveel niet-besteed geld zit dat het gebruikt zou kunnen worden voor de dekking. Zelfs CDA-fractievoorzitter Verhagen vond het zonde als dat geld niet aangewend zou worden voor het hoger onderwijs. Zover wilde CDA-woordvoerder Joldersma in de Kamer echter niet gaan. Het geld moest wel boven water komen, maar over de bestemming sprak ze zich niet uit, want eigenlijk was het CDA voorstander van de bezuinigingen. De bewindslieden konden ook na een week nog steeds niet zeggen om hoeveel geld het nu precies gaat en bovendien wilden ze gewoon vasthouden aan de bezuinigingen. Kennelijk willen ze allebei graag door naar een volgend kabinet met precies hetzelfde 'strategische akkoord', anders hadden ze zich wel wat meer ingespannen om de creativiteit van de Kamer te belonen. De stemmingen over de ingediende moties zullen uitsluitsel moeten geven.

Verfrissende aanpak
PvdA, GroenLinks, SP en D66 vonden extra investeringen voor de komende jaren onontkoombaar, variërend van één tot drie miljard euro. Jan de Vries (CDA) leek de 100 miljoen euro die tot 2006 wordt aangewend ter bestrijding van het lerarentekort (in dat jaar opgelopen tot 8100 leraren), wel voldoende. Ook toen Mariëtte Hamer en Ursie Lambrechts (D66) hem voorhielden dat daarvan in 2003 nog niets beschikbaar komt was hij niet uit het veld geslagen: "Het is jammer dat dit niet al in 2003 kan, maar in 2004 kunnen wij gaan inhalen. Op die manier moet ook zichtbaar worden dat de investering profijt oplevert."
Maria van der Hoeven had nog een aantal oplossingen voor het grootste probleem van het onderwijs. Zo wil ze zich inspannen voor een kortere carrièrelijn, dus het terugbrengen van het aantal jaren waarin de leraar op zijn maximumsalaris komt, maar zonder enig extra budget. Ze gaat een nota van wijzigingen maken op de Wet beroepen in het onderwijs om leerkrachten met een deelbevoegdheid weer aan te kunnen stellen, de oude vakleerkrachten. In de vier grote steden en Almere wordt momenteel gewerkt aan een plan om mensen die hun hbo-diploma net niet haalden en dus niet als zij-instromer kunnen worden aangesteld, toch te werven, maar dan als leraarondersteuner. Volgens Van der Hoeven betreft het een enorm potentieel aan mensen. Jan Rijpstra (VVD) sloot naadloos aan op deze 'goed-nieuws-show-met-maatregelen-die-geen-geld-kosten' door op te merken dat hier sprake was van een 'verfrissende aanpak' en dat er kennelijk een 'educatieve infrastructuur van onderop' aan het ontstaan is.
Bij de andere partijen leefden ook ideeën over het oplossen van het tekort, alleen kosten die allemaal wèl geld. Zo dacht Naima Azough (GroenLinks) dat er voor docenten in het vmbo een bonus moet komen en stelde SP'er Harry van Bommel een loonsverhoging voor van zes procent. Volgens Lambrechts moet er meer geïnvesteerd worden in de begeleiding van zij-instromers, omdat ze anders weer even hard het onderwijs uitstromen. Vic Bonke (LPF) pleitte voor het inzetten van onderwijspersoneel dat op dit moment in de wao zit, op vrijwillige basis dat wel. Scholen kunnen zelf contact zoeken met wao'ers en met hen afspraken maken. Daarnaast wil hij de assessmentcenters opheffen. Volgens hem werken zij vertragend en demotiverend voor zij-instromers. Het geld dat daardoor vrijkomt, kan gebruikt worden om studenten aan lerarenopleidingen tegemoet te komen in hun studiekosten.
Het enige idee waarvoor de minister in 2003 500.000 euro beschikbaar stelt is de instelling van 'vliegende brigades' in de vier grote steden. In Almere bestaat dit systeem al. Als een school absoluut geen vervanging kan vinden, kan ze een beroep doen op een team van onderwijsassistenten, kunstenaars en vakleerkrachten die opvang verzorgen of onderwijs geven op een specifiek vakgebied.

Islamitisch
Het rapport van de inspectie over islamitische scholen was voor de Tweede Kamer aanleiding om de taak van inspectie uit te breiden naar de godsdienstles. Minister Van der Hoeven vindt dat niet nodig, maar een meerderheid, uitgezonderd de confessionele partijen CDA, SGP en ChristenUnie, wil wel eens weten wat er in al die godsdienstlessen in het bijzonder onderwijs gebeurt. Volgens Azough past dit in het 'open-ramenbeleid' dat nodig is voor deze scholen. Het gaat ook minder ver dan onmiddellijk de AIVD (voorheen BVD) eropaf te sturen wanneer er een vermoeden bestaat van aanzetten tot haat of ander ondemocratisch gedrag, zoals de minister voorstelde.
In de begroting werd weinig over de segregatie in het onderwijs gezegd, maar in de Kamer des te meer. GroenLinks en de SP toonden zich voorstander van vrijwillige convenanten waarbij scholen afspraken maken over spreiding van allochtone leerlingen. Volgens de PvdA en D66 (Ursie Lambrechts: "Dit is het derde jaar dat ik het aan de orde stel") moet er iets gebeuren aan de toegankelijkheid van scholen. Het bijzonder onderwijs moet alle kinderen toelaten, als tenminste de ouders de grondslag van de school onderschrijven.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.