- blad nr 21
- 30-11-2002
- auteur A. Vink
- Redactioneel
Vaker nee zeggen? Te streng? Te soft?
We weten het even niet meer
Over het algemeen halen directeuren en leerkrachten hun schouders op over de normen-en-waardendiscussies van de afgelopen maanden. Conrector Henry van het Zwincollege in Oostburg: "Om de tien jaar klinkt de roep om herstel van waarden en normen weer. En dan wordt er altijd gesuggereerd dat het onderwijs er niets aan doet. Wij hebben altijd aandacht besteed aan wat wel en wat niet kan op school en in de maatschappij. Dat is nu eenmaal de taak van het onderwijs."
Volgens Tom Kroon (65), wijsgerig en historisch pedagoog, is het een naïeve gedachte dat het onderwijs het herstel van normen en waarden kan bewerkstelligen. "Het is een echo uit de negentiende eeuw: 'Open de scholen en sluit de gevangenissen!' Beweren dat onderwijs leerlingen moreel besef kan bijbrengen is een misvatting. Het gezin heeft een veel grotere invloed", zegt Kroon. Hij is de schrijver van de methode 'Kinderen en omgaan met normen en waarden' voor het basisonderwijs. Daarnaast geeft Kroon geeft advies aan scholen over het opstellen van een pedagogische plan. Hij houdt daarnaast regelmatig praatjes op ouderavonden over hoe ouders aan hun kinderen normen en waarden kunnen leren.
Op een ouderavond begint hij steevast eerst uit te leggen wat normen en waarden zijn. "Als je dat aan een willekeurig iemand vraagt weet vrijwel niemand het verschil." Kroon trekt de twee begrippen uit elkaar. "Waarden zijn kwaliteiten die moreel nastrevenswaardig zijn. Waarden zijn universeel. Ze zijn zowel in de bijbel als de koran terug te vinden en iedereen onderschrijft ze. Voorbeelden zijn rechtvaardigheid, naastenliefde en waarachtigheid. Normen daarentegen zijn voorschriften voor het handelen. De dagelijkse praktijk van de waarden. Je bent eerlijk als je een geleend boek terugbrengt. Je bent vriendelijk en wellevend als je 'dank je wel' zegt." In de openbare discussies gaat het volgens Kroon vrijwel altijd over de normen. "Met name de fatsoenlijke bejegening in de omgang met elkaar of de beheersing van het gedrag."
En daar ligt volgens Kroon een belangrijke aanleiding voor het normen-en-waardendebat. "We leven in een maatschappij van ongebreidelde consumptie. Opwellingen leiden tot handelen, kortstondige behoeftes kunnen worden bevredigd. Het leren van zelfbeheersing is daarom van belang. Helaas zijn er kinderen die dat nauwelijks leren. En dan wordt er plotseling verwacht dat we dat keren met het onderwijs. Dat is heel naïef."
Volgens Kroon zitten we in een tussenfase. "We weten het even niet meer. We kunnen niet meer terug naar de situatie van de jaren vijftig waar een hecht netwerk van volwassenen met dezelfde normen en waarden rond de kinderen bestond. Maar nu durven veel mensen anderen er ook niet meer op aan te spreken. Daar kampen zowel ouders als leerkrachten mee."
Leefstijl
Er valt heel wat te lezen over normen en waarden en de relatie met het onderwijs. Vreemd genoeg bestaat er naast de methode van Tom Kroon maar één andere methode, 'Leefstijl. Deze methode wordt al meer dan tien jaar in zowel basis- als voortgezet onderwijs gebruikt. Leefstijl is ontwikkeld en gefinancierd door de Lions Club Nederland, een organisatie die 'wederzijds begrip en verdraagzaamheid van alle volkeren wil bevorderen'. In eerste instantie is Leefstijl gericht op het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden en sluit aan op de kerndoelen van 'gezond en redzaam gedrag'. Daarnaast is de methode bedoeld om probleemgedrag te bestrijden. Tussen de regels door leren leerlingen over normen en waarden. Veel scholen die deze methode hanteren, hebben daarvoor subsidie gekregen van een lokale Lionsclub.
De redenen waarom scholen ooit met de methode zijn begonnen, variëren sterk. Op openbare basisschool de Driebond in Groningen omdat het gedrag van de kinderen uit de hand liep. Waarnemend directeur Henk Smid: "Maar dat was ook wel in een onrustige periode met veel wisselingen." De school kreeg een eenmalige subsidie van de gemeente in het kader van 'de veilige school'. Leefstijl wordt nu ingezet als maandelijks thema of wordt uit de kast gehaald als er iets speelt. Smid: "Maar normen en waarden komen ook aan de orde tijdens de aardrijkskundeles."
Op het Zwincollege in Oostburg vervielen door een fusie de godsdienstlessen. In plaats daarvan is in het brugjaar Leefstijl ingevoerd. Conrector Henry: "Wij vinden het toch belangrijk dat we wat aan vorming van gedrag doen. Maar hier kun je je fiets nog zonder slot in de stalling zetten. Hier spelen andere zaken dan in de grote stad."
Op de vso-lom Piet Mondriaan in Amersfoort wordt Leefstijl vooral gebruikt om een doorgaande lijn in het gedrag te bewerkstelligen. Coördinator Carla van den Brink: "We bespreken in de klas hoe de leerlingen met elkaar omgaan. Hoe dat beter kan en welke afspraken zij met elkaar maken. En dat ze elkaar daar ook op kunnen aanspreken." Op dit moment hanteert de school geen echte gedragsregels. Als het aan Carla van den Brink ligt komen die er wel: "Er is mijn inziens meer behoefte aan duidelijkheid."
De bijbel
Op de christelijke basisschool de Wegwijzer in het Overijsselse Nieuwleusen hebben ze een eigen aanpak bedacht. Sinds twee jaar worden de ouders actief betrokken bij het onderwijs in normen en waarden. Er zijn informatieavonden waar ouders worden voorgelicht over wat ze thuis met hun kroost kunnen bepraten.
Ook op de Wegwijzer was vervelend gedrag van de kinderen de aanleiding om het structureel aan te pakken. Iedere week heeft een eigen thema, zoals vrijgevigheid of barmhartigheid. Van onder- tot bovenbouw wordt daaraan aandacht besteed. Directeur Jan Kieft: "De bijbel is natuurlijk bij uitstek een boek om erbij te pakken. Als christelijke school heb je daarmee een makkelijk aanknopingspunt. In de klas gaan we er dan praktisch op in. Hoe doe jij dat in het dagelijks leven en wat vind jij daarvan? Ouders zeggen veel aan het onderwijs in waarden en normen te hebben. Zij weten het niet goed meer. Ze komen zelf uit de tijd dat alles moest kunnen en nu weten ze niet meer hoe ze 'nee' moeten zeggen."
Ook Tom Kroon ziet tijdens de ouderavonden veel onzekerheid onder de ouders. Moet ik een kind leren grote mensen met 'u' aan te spreken? Moeten kinderen stil blijven zitten als ze eten? Ben ik niet te streng? Ben ik niet te soft? Ouders zoeken naar concrete oplossingen. En ook Kroon zegt: "Vaker nee zeggen is al goed."
Volgens Kroon is het moeilijk om kinderen voor hun tiende enig rationeel besef van normen en waarden aan te leren. Maar die eerste tien jaar zijn wel zeer bepalend in hun vorming. Kroon: "Als je naar de ontwikkelingspsychologie kijkt, zie je dat kinderen voor hun tiende niet goed met morele argumentaties om kunnen gaan. Daarom ligt tot deze leeftijd de nadruk op gewoontevorming. Door middel van een veilige omgeving, het voorbeeld van de opvoeders, regels, straffen, belonen en negeren krijgen kinderen tot hun tiende jaar mee wat wel en niet kan." En juist in die fase is naar de mening van Kroon de laatste dertig jaar heel veel losgelaten omdat het te rigide en ouderwets zou zijn. "Het spontane in het kind staat voorop en alles moet in overleg. Dat lijkt heel democratisch, maar dat is het niet. Kinderen leren in de praktijk. Ze moeten gewoon duidelijkheid hebben: dit mag wel en dit mag niet. Wanneer die conditionering in de eerste tien jaar niet heeft plaatsgevonden, is er ook geen basis voor het morele geweten dat kinderen in hun puberteit vormen."
In het voortgezet onderwijs verdwijnen jongeren in de groep. De normen en waarden van het gezin en de school worden getoetst aan die van de eigen groep. Kroon: "Het voortgezet onderwijs besteedt weinig aandacht aan het vormen van normen en waarden. Dat ligt ook in de organisatie van dit onderwijs besloten. Jongeren moeten tijdens de basisvorming en het studiehuis zoveel mogelijk zelfstandig of met elkaar werken. De leerkracht verdwijnt steeds meer naar de achtergrond. Gezien het lerarentekort zal hier in de toekomst nog meer de nadruk op komen te liggen."
Lieve leerlingen
Op de vmbo-afdeling van de regionale scholengemeenschap Steenwijk hanteren ze al zes jaar de methode Leefstijl. Maar volgens coördinator Brandsma beklijft de methode niet. "De methode is te verbaal. De leerlingen moeten zich inleven in fictieve gebeurtenissen en dat is heel moeilijk voor deze groep leerlingen. Zij zijn juist gebaat bij concrete zaken die ze op televisie hebben gezien, op school of in de buurt. Daarnaast zou er twee per week door de mentor met Leefstijl gewerkt moeten worden en dat is onmogelijk. Daarvoor zijn deze leerlingen te onrustig en hebben we ook geen personeel.".
Ook op de Piet Mondriaanschool lopen ze aan tegen de verbale vermogens die nodig zijn om Leefstijl te gebruiken. Coördinator Carla van den Brink: "Dat blijft een handicap maar er bestaat geen andere methode. Wij passen de methode aan onze behoeften aan." Twee docenten zijn een voorwaarde volgens Van den Brink: "Een om de les te geven en de mentor om de groep rustig te houden."
De regionale scholengemeenschap Steenwijk hanteert 'algemeen controleerbare schoolregels'. Maar volgens Brandsma schieten die bij een klein groepje leerlingen hun doel voorbij. En tegen deze groep is geen Leefstijl of wat dan ook opgewassen. "Dit groepje leerlingen kost ons naar verhouding heel veel tijd die ten koste gaat van de grote groep lieve leerlingen." De school heeft een time-outproject opgezet waar leerlingen die zich herhaaldelijk misdragen, een paar dagen tot vier weken apart les krijgen. "Dat doen we soms om een klas rust te geven." Bovendien gaat de school met de leerling in gesprek. Bij sommige leerlingen werkt dat, anderen vervallen snel weer in hun oude gedrag. "We hebben te weinig middelen om er iets aan te doen. Ze zijn niet meer vatbaar voor straf en regeltjes, en luisteren lukt al heel lang niet meer." Deze leerlingen mogen echter niet zomaar van chool verwijderd worden. Brandsma: "Voor leerkrachten zijn deze leerlingen een constante bron van ergernis."
Opvoedcursus
Kroon zet nog een kanttekening bij lessen in normen en waarden. "De eindconclusie van mijn ouderavonden over normen en waarden is eigenlijk altijd dat de ouders die het het meeste nodig hebben niet aanwezig zijn. De rest van de ouders is zeer welwillend."
Belangrijk is de samenwerking tussen ouders en basisscholen. Ouders blijven in Kroons visie verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. "Ouders en scholen moeten veel beter weten wat ieders pedagogische taak is. Daarover moeten gewoon duidelijke afspraken worden gemaakt die in een contract worden vastgelegd." Daarnaast ziet Kroon een eigen taak voor de leerkrachten op de basisschool. "Leerkrachten kunnen vaak feilloos aangeven bij welke kinderen het schort aan moreel besef. Naar hen moet veel meer geluisterd worden. Scholen moeten voorts een grotere vinger in de pap krijgen bij doorverwijzen en oplossingen zoeken. Kinderen verdwijnen nu helaas te vaak in het circuit van hulpverlening. In feite is dat een pleidooi voor de brede school. Maar wellicht moeten we nog een stap verder gaan: moeten sommige ouders gewoon niet verplicht naar een opvoedcursus?"
Een strak netwerk van regels èn vertrouwen
In de Rotterdamse volkswijk Delfshaven staat de G.K. van Hogendorpschool, een vmbo met 300 leerlingen, voornamelijk van Surinaamse, Antilliaanse, Marokkaanse, Turkse en Kaapverdische afkomst. De school is gehuisvest in een voormalige meisjesschool en ademt nog geheel de sfeer van vroeger met monumentale trappen en muren van bruine baksteen. Nog opmerkelijker is de sfeer van ouderwetse rust, reinheid en regelmaat.
De school heeft zeven jaar geleden het roer omgegooid. Directeur Gerard Soetman: "De cohesie verdween uit de buurt en dus ook uit de school. Men leefde langs elkaar heen. Ieder respect voor de ander was ver te zoeken." Daarnaast viel het Soetman en zijn collega's steeds zwaarder dat het merendeel van het lesgeven uit opvoeden bestond. "Als de ouders het af laten weten, moeten wij het klaarblijkelijk doen. Niet dat ik het leuk vind maar het kan niet anders. Deze leerlingen moeten weten wat de normen en waarden in onze samenleving zijn om zich daar later staande in te kunnen houden."
De school werd een brede school, een van de zeven in het Rotterdamse voortgezet onderwijs. En langzaamaan veranderde er veel. Ouders en leerling krijgen sinds twee jaar bij inschrijving een contract voorgelegd dat ze moeten ondertekenen. In het contract zijn zes gouden gedragsregels opgenomen waarbij respect, solidariteit en eerlijkheid de belangrijkste zijn. Ouders verplichten zich in het contract om op de school te komen voor rapportbesprekingen en gesprekken over hun kroost. Daarnaast geven ze al toestemming voor het feit dat hun kinderen op kamp gaan in het derde jaar, om te voorkomen dat meisjes worden thuisgehouden.
Leerlingen mogen geen hoofddoek dragen, geen petjes, geen mobiele telefoon bij zich hebben maar mag hun kleding niet te bloot zijn. De gedachte achter deze regels is dat leerlingen zich niet mogen onderscheiden maar een geheel moeten vormen. De blote-kledingregel is heel praktisch: het leidt tot onnodig veel onrust in een school met allemaal pubers.
In de eerste twee lesjaren hebben de leerlingen een kerndocent, een vaste leerkracht die alle vakken geeft. De leerkrachten zijn bijna allemaal afkomstig uit het basisonderwijs. Drie jaar geleden zette de school een nog opmerkelijker stap. Ze verzocht de leerkrachten die een gebrek aan respect voor de leerlingen tentoonspreidden de school te verlaten en elders een baan te zoeken. Soetman: "Hoe kun je verwachten dat leerlingen respect hebben voor een leerkracht wanneer deze geen respect heeft voor de leerlingen? Ze als 'dom' bestempelen of uitschelden voor 'dikzak', dat is in een school het paard achter de wagen spannen. Dan bereik je niets meer."
Saamhorigheid
Een belangrijk onderdeel is volgens Soetman de vorming van sociale competentie. "We proberen leerlingen aan te spreken op hun gedrag maar ook op hun mogelijkheden." Sinds vier jaar functioneert op de school een systeem van leerlingenbemiddeling bij conflicten. En tot ieders tevredenheid. Leerkrachten en directie hebben haast geen bemoeienis meer met conflicten tussen leerlingen. Volgens Soetman geeft de leerlingenbemiddeling zelfvertrouwen. "Ze ontdekken waar ze toe in staat zijn en dat het werkt."
Soetman is tevreden over het functioneren van de school. "Het gaat absoluut niet volmaakt. Maar de G.K. Van Hogendorp is een school waar saamhorigheid heerst en men elkaar aan kan spreken op gedrag. Maar als je nou precies aan me vraagt waar het door komt dat de school goed functioneert, kan ik daar geen eenduidig antwoord op geven. Het is denk ik eerder de combinatie van alles bij elkaar: een gemotiveerd lerarenkorps, het vertrouwen in de kinderen, de duidelijke afspraken en regels, het veelvuldig aandacht besteden aan de sociale competentie van leerlingen en de leerlingen zelf natuurlijk. Ze leren zich in te leven in de ander. En op het moment dat je dat kunt, behandel je iemand respectvol."