• blad nr 21
  • 30-11-2002
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Veiligheid, zorg en...

Daar gaan we weer... verkiezingen. Elke avond bij Nova, Netwerk en B&vD de mantra 'veiligheid, zorg en onderwijs'. En maar associëren middels kleine criminaliteit, kut-Marokkanen, illegalen, bange bejaarden, zinloos geweld, boze winkeliers, doordraaicriminelen en wachtlijsten. In dit jaren-dertigachtige gevecht om aandacht schieten beelden van falend onderwijsbeleid tekort. Stinkende wc's, verrotte kozijnen, stijgend lerarentekort, klassen naar huis, overvolle kantoren, breezer boerende provincialen en coke niezende visserskinderen... de burgerlijke verontwaardiging is groot, maar het schakelt niet door naar onderwijspolitiek. Technocratische mist maakt keuzes onzichtbaar, voor journalisten is het al snel moeilijk en nikszeggende klets regeert het debat.
Schrijnend voorbeeld hiervan is PvdA-lijsttrekker Wouter Bos, die in een opiniestuk in NRC Handelsblad met zijn impotentie te koop loopt. Hij begint overigens verstandig, met Wiedergutmachung: het vernieuwingsbeleid van Wallage, Netelenbos en Ritzen is failliet... the revolution is over, the apocalyps is now*. Maar als het om oplossingen gaat zoekt de nieuwe linkse leider met risicoloos Zeitgeistgeneuzel aansluiting bij de bestuurlijke onderwijselite en zijn politieke concurrenten. In hun analyse vormt centrale aansturing de oorzaak: bureaucratisch Zoetermeer is schuldig, vernieuwing van onderaf de oplossing. Lekker makkelijk, maar ook onjuist. Studiehuis, basisvorming en vmbo zijn niet centralistisch ingevoerd. Voorschrijven van eindtermen ging gepaard met een breed gedragen pleidooi voor wenselijk onderwijs, vaardigheid en zelfstandigheid. Maar individualisering van het leerproces is onuitvoerbaar met vijftien vakken en een leraar-leerlingverhouding van 1 op 25. Vandaar dat studiehuizen klassikaal onderwijs verzorgen.
Slechte kwaliteit van besluiten is de oorzaak, niet het niveau van aansturing. De gevolgen van dit politiek falen zijn enorm. De kloof tussen kansrijk en kansarm groeit. Het vwo is een herkenbaar schooltype, de rest verkeert in een identiteitscrisis. De basisvorming functioneert niet, schoolkeuze vindt plaats in groep 8, strikte scheiding tussen schooltypes maakt die keuze definitief. Kinderen uit lagere milieus zijn slachtoffer van onderwijs op maat, stranden in het beroepsonderwijs, waar lerarentekort en lesuitval hun ambities definitief de grond in boren.
En dan is vernieuwing van onderaf de oplossing? Onzin! Verdeling van schaarse leraren is geen zaak van scholen die verschillen in wervingskracht. Gelijkwaardige diploma's betekent bemoeienis van de overheid. Meer vaardigheidsonderwijs? Prima! Minder vakken dus... kunst, godsdienst en sport facultatief? En wat doen we met de vreemde talen? Een havo-5-leerling raakt op een terras in Parijs in paniek als de ober vraagt of hij zijn bier uit een fles of van de tap wil. Is het niet beter hem goed Engels te leren?
Allemaal politieke kwesties, maar volksvertegenwoordigers hebben geen zin. Kwam het heil vroeger van de overheid, nu zoekt de school het maar uit. Onderwijspolitiek als een dialectisch proces, uitmondend in een synthese, met een evenwichtige verdeling van centrale en decentrale verantwoordelijkheden? Was dat maar waar! The giant public monster heeft de sector op zijn rug gelegd... een in de lucht trappelende schildpad... politici staan er omheen... roepen naar beneden: 'Rennen.' There is no one left to vote for... only fools to vote against.

De Engelse zinnen komen uit het nummer The monster van Roy Harper, te vinden op het album The green man.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.