- blad nr 21
- 30-11-2002
- auteur T. Snel
- Redactioneel
Uitstervende panda belangrijker dan rekenen en taal?
"Ik snap niet dat de instroom bij de pabo van een steeds lager niveau mag zijn", trekt John Beeckman van leer, docent Nederlands aan de Theo Thijssen-pabo in Utrecht. "Wij moeten er steeds meer energie in steken om studenten op het vereiste taalniveau te krijgen." Zijn zorg is dat minder taalvaardige studenten straks les gaan geven op de basisschool en die leerlingen op hun beurt minder taalvaardig van school komen. Een deel van hen gaat later weer naar de pabo. "We zitten in een negatieve spiraal."
"Taal is nog altijd de sleutel voor maatschappelijk succes", benadrukt hij. "Als je goed in taal bent communiceer je makkelijker en schrijf je makkelijker een brief. Je schopt het gewoon verder."
De Theo Thijssen-pabo heeft dit jaar de eisen voor de reken- en spelvaardigheid van de studenten opgeschroefd. In het eerste jaar moeten ze voor beide onderdelen een toets die minimaal de lesstof tot en met groep 8 van de basisschool beslaat, voldoende maken. Voorheen mochten studenten daar veel langer over doen. De school heeft extra tijd en geld uitgetrokken om te zorgen dat zoveel mogelijk studenten aan het eind van de propedeuse dat niveau hebben bereikt. Wie een toets niet haalt, moet de opleiding na het eerste jaar verlaten.
"De spelvaardigheid van de studenten zakt af", klaagt Beeckman. "En dat geldt niet alleen voor mbo'ers, dat is over de hele linie het geval. Als ik op het bord schrijf Het is gebeurd en daaronder Het gebeurt, dan snappen veel eerstejaars niet waar het verschil in zit." Een verkeerd voorzetsel bij een zelfstandig naamwoord komt ook steeds vaker voor. Van de dertig studenten van zijn groep die de instaptoets spelling hebben gemaakt aan het begin van het eerste jaar, heeft slechts één de toets tot een goed einde gebracht. De overige studenten zijn meteen in de bijspijkercursus spelling en grammatica gestapt. Inmiddels hebben een stuk of vijf studenten bij de tweede poging de toets gehaald. Vier keer krijgen de propedeusestudenten de kans om de toetsen spelling en rekenen te halen.
Beeckman: "De taalvaardigheid van de leerkracht moet goed zijn. Het taalaanbod van de leerkracht is het voorbeeld voor de kinderen. Je moet ook met het team kunnen vergaderen en met ouders kunnen communiceren." Hij signaleert een duidelijk verschil tussen mbo'ers en vwo'ers. "Mbo'ers zijn vaak minder taalvaardig. Dat uit zich in spelling, formuleren en schrijfvaardigheid." Maar ook de taalvaardigheid van de studenten met mavo of havo is afgenomen. "De taalvaardigheid is van minder kaliber dan een x aantal jaren geleden."
Foutloos
"Vinden we dat een leerkracht foutloos moet kunnen spellen, dan moeten we iets doen aan de instroom", is de overtuiging van Beeckman. "Wat vindt de politiek, de maatschappij, de ouders? Vinden we dat onze kinderen adequaat taalonderwijs moeten krijgen of vindt iedereen het wel acceptabel dat het regent van de kleine vervuilingen in het taalgebruik? Vinden we het goed dat we zeggen: Hun hebben het niet gedaan, dan kunnen we op deze voet doorgaan."
Wat meespeelt is dat basisscholen ook steeds verder van hun kerntaken verwijderd raken, meent Beeckman: "Scholen worden met heel veel taken opgezadeld. En ze moeten overal wat aan doen met de kinderen. Vinden we het maken van sinterklaasmutsen en aandacht voor de uitstervende panda belangrijker dan spelling en rekenen?"
Het valt de docent Nederlands op dat de woordenschat van de studenten is verschraald. Een woord als pochen, dat in de instaptoets voorkomt, kennen ze niet. "Als je een grote leesvaardigheid hebt, zijn woordbeelden verankerd. Het lezen van een krant of een boek en het kijken naar discussieprogramma's op tv heeft voor studenten geen prioriteit. De huidige student is meer van de computer en korte berichten. Ze sms'en en e-mailen."
"Verschillende vaardigheden zijn op hun retour", zegt hij. "Dat zie ik in verslagen aan bijvoorbeeld woordkeus en zinsbouw." Beeckman merkt het ook bij het bestuderen van artikelen. "Met een artikel van tien pagina's uit een vakblad hebben studenten het ontzettend moeilijk. Ze lezen het vaak, stampen het in hun hoofd, maar ze kunnen het niet analyseren. Het studerend lezen is voor een mbo'er extra moeilijk. Die heeft in zijn vooropleiding niet veel van die klussen gehad. Mbo'ers zijn vaak niet in staat verbanden te leggen." De onderwijsassistenten zijn vaak supergemotiveerd, ziet de docent. "Ze hebben praktische intelligentie en weten van aanpakken. Maar je krijgt de taalvaardigheid nauwelijks op het vereiste niveau."
De ontwikkelingen stemmen Beeckman niet vrolijk. "Laatst vroeg een directeur van een basisschool of ik een lio-stagiair voor hem had. Toen ik vroeg wat voor iemand hij zocht zei hij: 'Tegenwoordig ben je al blij als er maar iemand is'." Beeckman ziet maar één adequate oplossing voor het lerarentekort. "Een kwaliteitsimpuls aan het onderwijs geven. De salarissen fors omhoog, de randvoorwaarden verbeteren en de eisen aanscherpen. Kunnen we hier niet aan voldoen, dan moeten we accepteren dat de kwaliteit van de taalvaardigheden verder onder druk komt te staan."
Rekenmachine
"Bij rekenen ligt het anders", verklaart Konstant Ciach, docent rekenen en wiskunde aan de Theo Thijssen-pabo. "Bij veel studenten is de rekenvaardigheid weggezakt als ze op de pabo komen. In het vervolgonderwijs wordt niet veel meer gedaan aan rekenen. Als het wel gebeurt, wordt vooral de rekenmachine gebruikt." Het is dan ook de rekenmachine die de basale vaardigheden naar de achtergrond dringt, meent Ciach.
"Daar moet je ook weer niet al te dramatisch over doen. Het is de taak van de pabo ervoor te zorgen dat afgestudeerden fatsoenlijk voor de klas kunnen staan, zonder angst voor het vak rekenen."
De instaptoets rekenen die alle eerstejaars moeten halen, bestaat uit een algemeen deel waarin het vooral om cijferen gaat en een deel over breuken, procenten en verhoudingen. Van de driehonderd eerstejaars die bij de start van de opleiding de instaptoets hebben gemaakt, heeft ongeveer tien procent beide onderdelen gehaald. De rest van de studenten zit in de bijspijkercursus rekenen. "We weten waar de moeilijkheden zitten", zegt Ciach, "en daar besteden we aandacht aan in de extra cursus." Aan het begin van het tweede jaar moeten ze een jaar hoger dan groep 8 de rekenvaardigheden beheersen. "Ze moeten ook antwoord kunnen geven op vragen van slimme kinderen."
Ciach benadrukt dat het rekenen dat de studenten krijgen, niet te vergelijken is met vroeger. "Alleen naar het product kijken doet tekort aan hoe ze er nu mee omgaan. Het gaat vooral om het proces hoe ze tot iets komen. Ze moeten buiten het blinde rekenen treden en uit kunnen leggen wat er gebeurt. Dit stelt heel andere eisen aan vaardigheden."
Huisvrouwen
"Breuken is een moeilijk onderdeel voor veel eerstejaars", weet Ciach. "Vooral degenen die dit lang niet gedaan hebben, vallen in een diep gat als het ze niet lukt om uit te rekenen hoeveel 1/7 plus 1/8 is." Hij ziet het als zijn taak om ervoor te zorgen dat ze met breuken en procentrekenen goed beslagen ten ijs komen. "Ik verwacht dat aan het eind van het eerste jaar een kleine groep de opleiding moet verlaten die nog steeds moeite heeft met breuken, procenten en metriek. De studenten moeten aan rekenen toekomen, dat is nu drastischer aangezet."
"Dat de minder rekenvaardige studenten vooral onder de mbo-instromers zitten, klopt niet", heeft Ciach gemerkt. "Rekenproblemen komen op alle niveaus voor. Een student die gepromoveerd is in filosofie, heeft ook aan het rekenen moeten werken. En iemand die een wetenschappelijke opleiding in de kunsten heeft gedaan, heeft net zo veel moeite als iemand die van het mbo afkomt." Bij vrouwen die lang thuis zijn geweest, de kinderen groot hebben gebracht, is het rekenen ook naar de achtergrond gedrongen. "Rekenen is gewoon lange tijd niet meer voorgekomen bij deze mensen. We proberen in het eerste jaar de rekenvaardigheid die ze hebben boven tafel te krijgen. We hebben geluk dat deze mensen het onderwijs in willen en we zullen proberen zo veel mogelijk bekwame mensen af te leveren."
Minister Van der Hoeven ziet het allemaal niet zo zwaar in. 'Zolang onderzoek naar de kwaliteit van de opleidingen niet uitwijst dat de pabo's er niet in slagen om mbo-gediplomeerden tot een voldoende eindniveau te brengen, acht ik de instroom van mbo-gediplomeerden verantwoord.' Zij heeft dit geantwoord op bezorgde vragen van de PvdA-Kamerleden Tichelaar en Hamer over het reken- en taalniveau van de pabo-studenten.