• blad nr 21
  • 30-11-2002
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

Vooral examens vmbo toe aan vernieuwing

Bij de nieuwe vormen van onderwijs, zoals studiehuis of werkplekleren, passen de traditionele examens niet meer. Aan alle nieuwe vormen van examinering mankeert echter wel iets, zodat een mix van instrumenten de voorkeur verdient. De vmbo-examens moeten vanwege het percentage uitvallers als eerste worden vernieuwd. Dit schrijft de Onderwijsraad in het advies Examinering in ontwikkeling.

Ingrijpende onderwijsvernieuwingen, zoals de tweede fase, zijn volgens de Onderwijsraad niet zonder veranderingen van het examensysteem te realiseren. In het vmbo en mbo niveau 1 en 2 zijn aanpassingen volgens de raad het meest noodzakelijk, omdat daar de meeste leerlingen afhaken. Dit schooljaar doet voor het eerst het hele vmbo centraal examen. De Onderwijsraad betwijfelt of het examenniveau wel haalbaar is voor alle leerlingen. De raad vindt dan ook dat leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg niet alle bekwaamheden hoeven te halen. Het accent moet meer liggen op het geven van structuur en feedback aan leerlingen en het belonen van inspanningen. De school kan een diploma uitreiken waarop alleen de voldoendes staan, een leerling kan later alsnog slagen voor de niet-behaalde onderdelen. Volgens de raad houdt de leerling hiermee perspectief op een diploma, wat uitval kan voorkomen. Hierdoor zou het examen geen selectieve functie meer hebben, maar een motiverende. Verder zouden leerlingen in het hele voortgezet onderwijs ook getoetst moeten worden op leervermogen, nemen van initiatief en houding.
In het mbo staat het niveau van de examens al jaren ter discussie. De deelnemers kunnen hier certificaten halen die waarde hebben op de arbeidsmarkt, later kan alsnog het diploma worden behaald. Van belang is daarvoor dat leertrajecten flexibele in- en uitstroommomenten krijgen en de examenprocedures beter op elkaar aansluiten om doorlopende leerlijnen te garanderen.
De Onderwijsraad vindt het niet terecht dat deelnemers van de beroepsopleidende en de beroepsbegeleidende leerweg duidelijk andere bekwaamheden opdoen, terwijl ze hetzelfde diploma krijgen. Als diploma's van elkaar verschillen, krijgen werkgevers ook beter inzicht in de verworven capaciteiten.
De manier waarop beoordeeld wordt, moet eveneens veranderen. Traditionele examens voldoen niet meer, maar aan alle nieuwe vormen mankeert ook wel wat. De raad pleit daarom voor een mix van examenvormen, waarbij de examens vooral 'levensechter' moeten worden en waarin praktijk en theorie zijn geïntegreerd. Volgens de Citogroep, de organisatie die examens ontwikkelt, zijn veel van de voorstellen van de Onderwijsraad al in gang gezet. Zo bestaat er in de centrale examens van het vmbo al veel meer aandacht voor de praktijk en voor vaardigheden naast de theorie. Of de centrale examens moeten veranderen, is vooral een vraag die scholen zelf moeten beantwoorden, aldus de Citogroep.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.