• blad nr 19
  • 2-11-2002
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Bijlmerdrieschool heeft dagtaak aan verhuizingen

Ze weten niet beter op de Bijlmerdrieschool. Honderd tot honderdvijftig verhuizingen per jaar. Steeds was er wel wat in die uitzonderlijke buitenwijk van Amsterdam. De komst van Almere, de vliegramp, het slopen van de hoogbouw. "Je stelt je er op in", zegt directeur Reinier Gadellaa, "maar je raakt er nooit aan gewend."

Directeur Reinier Gadellaa maakte alle stadia van de Bijlmer mee, in het begin woonde hij er zelf: "Tot ik het gevoel kreeg dat wíj achter de tralies zaten en degenen die achter de tralies hoorden vrij rondliepen." Hij werkt al 29 jaar op de Bijlmerdrieschool. "De eerste bewoners waren pioniers, toen was deze wijk nog hèt voorbeeld van geslaagde nieuwbouw, het was de toekomst. Die mensen zitten nu allemaal elders in goede banen en hun kinderen, onze oud-leerlingen, zijn vaak heel goed terechtgekomen. Vervolgens kwamen de migranten en werd het al een beetje een doorgangswijk. De laatste tien jaar zijn er steeds meer bewoners uit de derde wereld gekomen. Wie weg kan komen, verhuist. Ik wil maar zeggen, onze hoge mutatie heeft heel erg met het karakter van de buurt te maken."
De wijnrode rand aan de bovenkant van de muren valt het meest op aan de openbare basisschool. Een laag gebouw, dat ietwat verloren in een gebied ligt, omringd door wegen. Aan de ene kant wordt er gebouwd, aan de andere kant staan de torenhoge flats er nog. Binnen is iedereen rustig aan het werk, de deuren van de klaslokalen staan open, de fotograaf is wanhopig op zoek naar een bewegende leerling.
"Met de sloop van de hoogbouw en de komst van een islamitische plus een evangelische school", vertelt Gadellaa, "verdwenen er ruim honderd leerlingen." Hij is groot voorstander van de laagbouw, maar aangezien hij zijn leerlingen voornamelijk uit de flats heeft, is hun aantal inmiddels teruggelopen van 420 naar 236.
Verhuizingen zijn er eigenlijk altijd geweest, hij wijt dat toch vooral aan de korte periode waarin mensen in de Bijlmer wonen. "Dat wij nu een groep 8 hebben waarvan de helft al sinds hun kleutertijd op deze school zit, is heel bijzonder. Tegelijkertijd zegt dat iets over deze gezinnen, zij konden niet wegkomen en dan heb je het meestal over kansarme kinderen."
Niet alle scholen in Zuidoost hebben evenveel last van dat grote aantal mutaties. Gadellaa wijst door het raam naar een andere school: "Die grenst aan Kantershof, allemaal laagbouw, het is vooral een probleem van de hoogbouwscholen."

Uitdagend werk
Een school met honderd tot honderdvijftig verhuizingen per jaar, wat betekent dat? "Voor één administratieve medewerker zijn al die uitschrijvingen een dagtaak. Gelukkig kregen wij midden jaren negentig een banenpooler. Toen was het heel normaal dat een kleine mavo wel twee administratieve medewerkers in dienst had, terwijl een grote basisschool het alleen met de directeur moest doen." Gadellaa herinnert zich dat zijn voorganger al in 1990 uitrekende wat deze stroom verhuizingen extra kostte en bij de deelraad aan de bel trok voor ondersteuning en die ook kreeg.
Het vertrek van leerlingen betekent onrust voor de groep. De leerkrachten kennen inmiddels het klappen van de zweep wel, maar soms blijft het droevig. "Af en toe weet je niet waar ze naar toe gaan. Dan zijn ze ineens verdwenen en kun je het alleen maar melden bij de leerplichtambtenaar. Maar verder is het heel gewoon geworden, veel zijn er naar Almere vertrokken, ze gaan terug naar het buitenland of verhuizen naar andere steden." Gadellaa had liever gehad dat ze in de buurt bleven, want dan kon je het lesprogramma met elkaar afstemmen. Nu krijgt de nieuwe school alleen een onderwijskundig verslag, een steeds terugkerende taak voor de juf of de meester.
De Bijlmerdrieschool heeft honderd procent allochtone kinderen uit Ghana, Eritrea, de Dominicaanse republiek, de Antillen, Sierra Leone, Suriname. "In Suriname wordt nog nauwelijks gewoon onderwijs gegeven, daarom komen ze hier." Jaarlijks schrijft de Bijlmerdrieschool zo'n veertig nieuwe leerlingen in. Voor degenen die de taal niet spreken, zijn er aparte groepen gemaakt, de nieuwkomersgroepen. "Onze kinderen komen overal vandaan en behoren vaak tot de meest kansarmen. Wie in de derde wereld problemen had, neemt die meestal mee. Voor de leerkrachten is dat best pittig, ja, het vraagt veel van ze. Ik ben vanaf augustus bezig geweest met vacatures, die hoop ik nu opgelost te hebben. Ik krijg er nu iemand bij die hier de Hubo dreef. Ze had jaren voor de klas gestaan, maar werkte inmiddels bij haar man in de zaak, nu wil ze wel bij ons komen." Sommige collega's zijn naar elders gegaan, maar verder is de directeur er trots op dat hij met een heel gemotiveerd team werkt, waaraan nu ook een aantal onderwijsassistenten en ID-baners is toegevoegd. "Het is ook veelzijdig en uitdagend werk. Onze Cito-cijfers zijn omhooggegaan. Wij hanteren hier het principe van de effectieve school, ondersteund door de Kea-aanpak, dus veel nadruk op lezen, schrijven en rekenen. In het kader van dat project moeten we de vorderingen meten van de kinderen, maar wat valt er te meten als de meesten tussentijds vertrekken?"

Hartsvriendin
Carry Winter, leerkracht van groep 8, laat het onderwijskundig verslag zien dat ze invult wanneer er een leerling vertrekt. "Vroeger ging dat telefonisch, maar ik ben er niet op tegen, hoor, dat het nu zo gaat. Wij willen tenslotte ook altijd van de ouders van nieuwe leerlingen weten waar ze gezeten hebben of wat ze gedaan hebben." Ze komt zelf uit Suriname en werkt al 26 jaar op de Bijlmerdrieschool.
Het regelmatige vertrek van leerlingen behandelt ze in de klas. "We doen er niet dramatisch over. Er zijn altijd heel verschillende redenen waarom kinderen weggaan. Soms is er sprake van een uithuiszetting omdat de huur niet betaald is, soms vinden de ouders een andere school beter. Meestal wisselen we adressen uit. Kinderen hebben hier een hechte band met elkaar. Ze komen ook nog wel terug om even gedag te zeggen, dan blijkt vaak dat ze de school missen. Wij werken hier in een heel huiselijke sfeer, er wordt gelet op sociaal-emotioneel gedrag en er is altijd een kringgesprek."
Carry Winter kan de aanleidingen voor de grootscheepse verhuizingen moeiteloos opsommen: "De komst van Almere, de Bijlmerramp en de sloop van de flats. Maar ook veel illegale ouders komen en gaan weer. Wij hadden hier een tijdje een jongen uit Ecuador, ineens kwam die vader melden dat ze teruggingen. Het was een nieuwe regel, ze moeten dan weer drie maanden daar zijn voordat ze een verblijfsvergunning kunnen aanvragen. Een leuke leerling was het, hij had ons net leren weven, van die armbandjes. Binnen twee dagen moesten ze weg zijn." Ook van de boslandcreoolse jongen kon de klas geen afscheid nemen: "Ik kreeg op vrijdagmiddag te horen dat hij naar een tante in Tilburg ging."
Vier leerlingen uit haar klas mogen voor de fotograaf bewegen, reuzensprongen maken. Allemaal maakten ze het wel mee, ja, dat vriendjes of vriendinnetjes naar een andere school gingen. "Mijn hartsvriendin", roept een van hen hartstochtelijk, maar gelukkig spreekt ze haar nog iedere dag. Verder leeft het onderwerp niet echt, het maken van reuzensprongen is veel interessanter.

'Verhuizen is breuk in het bestaan'

Nederlanders verhuizen graag. Jaarlijks verandert volgens het CBS een op de tien van woonadres; allochtonen zijn het meest 'verhuislustig'. Hannie Vink onderzocht tijdens haar studie psychosociale wetenschappen de invloed van verhuizen op kinderen. Ze bundelde haar ervaringen in het boekje Verhuizen met kinderen, een praktische gids. 'Gelukkig zijn kinderen door de bank genomen flexibel. Zij passen zich, zo lijkt het, vrij snel aan. Toch is verhuizen voor elk kind een breuk in zijn bestaan. (..) Volwassenen zijn in staat een en ander te rationaliseren, kinderen kunnen dat nog niet. Die verandering tornt aan hun veiligheid en zekerheid. Het gevolg kan het tegenovergestelde zijn: onveiligheid, angst, onzekerheid en gebrek aan vertrouwen.'
Hoewel het boek vooral behandelt hoe ouders tijdens een verhuizing met kinderen moeten omgaan, staan er ook tips voor scholen in. 'Meestal besteedt de school te weinig aandacht aan verhuizende kinderen', schrijft Vink. Als het onderwerp wordt besproken in de klas, helpt dat voor het vertrekkende kind de zaak te ordenen. Ook is het goed om met de klas als afscheid een herinnering te maken, bijvoorbeeld in de vorm van een plakboek, brieven of tekeningen. Omdat kinderen geen keuze hebben - de ouders bepalen dat er verhuisd wordt - kunnen ze zich volgens Vink vaak machteloos voelen. Dat maakt ze onzeker en kwetsbaar, wat weer nadelig kan zijn voor de integratie in de nieuwe omgeving. 'Kinderen trekken de aandacht van de groep, omdat zij nieuw zijn. Zij worden gewikt en gewogen. De houding bepaalt voor een groot deel of zij geaccepteerd dan wel geplaagd worden.'

Verhuizen met kinderen, een praktische gids (ISBN 90-242-7936-4).


Pas op voor shoppende ouders

"Als een kind binnen deze stad van school wil veranderen, nemen we altijd eerst contact op met de vorige school", vertelt Marleen Vos, adjunct-directeur en intern begeleider van basisschool Aan de Meule in Sittard. "Waarom willen de ouders hun kind op een andere school doen? Klikt het niet met de leerkracht? Heeft het kind speciale zorg nodig? Weet de andere school wel dat die ouders aan het shoppen zijn?"
Aan de Meule hanteert een streng toelatingsbeleid voor tussentijds instromende leerlingen. "Als een kind op de vorige school jarenlang geplaagd werd, kan een verandering van school helpen. Maar soms heeft de leerling speciale zorg nodig die wij eigenlijk niet kunnen bieden", aldus Vos. Aangezien Aan de Meule een openbare school is, kunnen de leerlingen echter niet zomaar geweigerd worden. Vos: "Maar wij laten de ouders dan zien waarom het volgens ons niet kan. Omdat wij bijvoorbeeld een volle groep van 32 leerlingen hebben waarin geen ruimte is om het nieuwe kind extra zorg te bieden. Of omdat er geen remedial teacher meer beschikbaar is, omdat we ook onze verantwoordelijkheid voor onze eigen kinderen hebben. Maar soms willen ouders hun kind dan toch nog hier op school doen. En dat kunnen we dan niet weigeren."
Een verhuizing van school kan een enorme impact hebben op kinderen, weet Vos. Dat hoeft niet per se negatief te zijn. "Door veranderingen leert een kind zich aanpassen, nieuwe vriendjes te maken en om te gaan met verschillen. Daar heb je in je verdere leven heel veel aan."

'Er blijft een te kleine groep over'

De katholieke basisschool de Boomgaard in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer heeft al jaren last van een te groot aantal verhuizingen. Directeur Jan Buddelmeijer telde het vorig schooljaar alleen al 35 leerlingen die vertrokken. "Dat gaat ieder jaar zo en op een school van 217 leerlingen is 35 heel veel. Wij beginnen hier met grote groepen 1 en 2, maar er vallen er tussentijds zoveel af dat ik nu in groep 7 bijvoorbeeld maar vijftien leerlingen heb. Vanaf groep 5 worden de klassen steeds kleiner." Het komt allemaal door de te kleine woningen in dit deel van de buurt, er gaan wel mensen weg maar er komen er nauwelijks bij. "Het is een apart wijkje, gelukkig blijft een harde kern er wel wonen anders waren we er helemaal slecht aan toe geweest."
Het grote aantal verhuizingen is volgens Buddelmeijer behoorlijk frustrerend voor de leerkrachten: "Ze stoppen veel energie in een leerling, vooral wanneer die moeilijk leert. Vervolgens weet je dan niet wat de resultaten zijn van al je inspanningen. Dat geldt ook voor het meten van de resultaten van de school zelf, er blijven te weinig leerlingen over om dat goed te kunnen."
Ook de onderzoekers van het Kohnstamm-instituut die de resultaten van het onderwijsproject Capabel in Bos en Lommer moesten meten, ontdekten tot hun schrik dat de helft van de belangrijkste doelgroep van Capabel, kinderen van nul tot negen jaar, inmiddels verhuisd was. Zij concludeerden dat de opzet om leerlingen gedurende vele jaren gebruik te laten maken van de Capabel-activiteiten daardoor mislukt was.
Jan Buddelmeijer heeft zijn hoop gevestigd op grotere woningen. "Ik hoorde dat er nieuwbouw komt en momenteel maken ze van twee kleine woningen één grote."

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.