- blad nr 11
- 29-5-1999
- auteur . Lachesis
- Column
Stagiaires
Als ik het schoolplein oploop ontwaar ik Anne-Lize, een van de stagiaires. De schrik slaat me om het hart. ³Je wilt toch niet zeggen dat jullie tweede stageperiode vandaag ingaat?², vraag ik geschokt. Ze knikt vrolijk. ³Ja hoor, dat is vandaag.² Ik zwijg bedrukt. Terwijl ik naar binnen loop groeit er een sprankje hoop dat de stagiaire die bij mij in de klas komt, wellicht getroffen is door een onschuldig virus of anderszins de tocht naar school niet heeft kunnen aanvangen, maar als ik de hoek om sla vervliegt die hoop snel. Zij is uit het goede hout gesneden en staat al voor de deur op mij te wachten. Mismoedig geef ik haar een hand en heet haar welkom. Daarna trek ik een aantal handleidingen uit de kast. Vandaag zal er gewerkt moeten worden. Vandaag zullen de instructies klinken als een klok. Geen enkel ongewenst gedrag zal aan mijn aandacht ontsnappen. Het ene pedagogische hoogstandje na het andere zal zich voor de ogen van de stagiaire ontrollen. Als geen ander zal ik mijn oppermacht tonen, mijn doorkneedheid, mijn alomtegenwoordigheid. Ik zal verdorie wel moeten. Waar haal ik anders het recht vandaan om mijn stagiaire straks flink de oren te wassen als zij straks op haar beurt wat mijmerend uit het raam gaat zitten staren. Dit worden drie slopende dagen maar er zit niets anders op.
De tweede dag ben ik de uitputting nabij. Op mijn pogingen een voorbeeldig leerkracht te zijn, heeft zij een uitmuntend antwoord: zij probeert een even voorbeeldige stagiaire te zijn. Daarbij heeft ze drie dingen op mij voor. Ze is jonger, uitgeruster en ze heeft een groter talent voor voortreffelijkheid. Elk moment dat ik puffend op mijn stoel zak, verheft zij zich van de hare teneinde zich bij mij te voegen om nog enige belangstellende vragen te stellen omtrent het voorafgaande lesonderdeel of erger... het komende. ³Ik zag in het dagprogramma dat de kinderen zo meteen in het documentatiecentrum gaan werken, hoe gaat dat in zijn werk?² Het duurt dan ook niet lang of mijn ware aard wint het. Elk moment dat ik ga zitten en zij in mijn richting loopt, sta ik vliegensvlug weer op en ijsbeer met de handen op de rug langs de tafels van de leerlingen. Na een korte aarzeling besluit zij om mee te ijsberen. Een vertoning waar de leerlingen een beetje lacherig van worden. Nooit eerder kon hun werk zich in zoveel belangstelling verheugen. Mijn actie werkt. Na verloop van tijd staakt zij haar pogingen om mij op elk vrij moment te belagen. Een week later dalen wij beiden af van de toppen van de Olympus en normaliseren de betrekkingen snel.
Dat is wel eens anders geweest. Mijn meest ongetalenteerde stagiaire had grote verongelijkte ogen, een slepende tred en nooit ergens tijd voor. Ze schreef haar lesschema¹s in de bus. Het enige dat ik uit die lesschema¹s kon opmaken was de mate van rijvaardigheid van de buschauffeur. Ergens in haar verleden had zich iets voorgedaan waar de stagebegeleider van de pabo zo door getroffen was dat hij ruimhartig besloten had haar povere talenten door de vingers te zien. ³Ze wil het zo graag², vergoelijkte hij. ³Al vanaf haar zesde wil ze juf worden. Ze heeft het niet gemakkelijk gehad. Geef haar nog een kans.²
Ik gaf haar kansen te over. Maar ze benutte ze niet. Ze had geen tijd. ³Ik moest gisteren werken², verontschuldigde ze zich de ene keer. ³Mijn moeder was gisteren jarig², luidde het excuus een andere keer. De lessen waarvan het lesschema net door de beugel ging, verliepen in een chaotische sfeer. ³Ik vind rekenen en taal erg moeilijk², verzuchtte ze regelmatig. ³Ik geef deze vakken eigenlijk liever niet.² Vaak tobde ze nog harder dan de leerlingen. ³Tja, ik geloof dat deze som zo moet. O nee, toch niet.² Ze hield het niet lang uit bij mij. Ze moest het maar in de onderbouw proberen, oordeelde de stagebegeleider.
De allerergste stagiair die ik ooit begeleidde, was een hoogmoedig heerschap die er stellig van overtuigd was dat de aanval de beste verdediging was. Voor ik ook maar een les van hem gezien had, had hij er al drie van mij tot op de grond toe afgebroken. ³Ik vond je instructie wat aan de korte kant. Zou het niet beter zijn als...² Een andere keer sprak hij mij toe over mijn pedagogische aanpak. ³Ik zag dat je een grapje maakte over dat gedrag van Anne. Denk je echt dat dat de beste benadering is? Volgens mij onderschat je de gevolgen.²
Mijn aanvankelijk wat schaapachtige gesputter sloeg al snel om in een grote grimmigheid, toen ik zag dat hij al zijn mooie praatjes en nobele doelstellingen geen moment waar kon maken. Hij hield een bijna academisch betoog over het thema Œlente in de wei¹, verloor zichzelf om de haverklap in pedagogische uiteenzettingen en kende geen andere sanctie dan een wat verbeten Œik wacht wel tot het stil is¹. Hij wachtte tot hij een ons woog. ³Ik vond je instructie wat hooggegrepen², oordeelde ik zonder enig mededogen. ³Ik zag ook dat je tien minuten uittrok voor het bespreken van een onbeduidend plagerijtje. Denk je dat dat de beste benadering is?² Na een paar stagedagen kwam er een abrupt einde aan onze koude oorlog. Hij meldde zich ziek.