• blad nr 11
  • 29-5-1999
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Steeds meer scholen maken eigen website 

Internet, wat is dat voor iets raars?

Een heen en weer rennend hondje, een opflikkerend logo van een sponsor, een sfeervolle of juist felgekleurde achtergrond. Op het internet zijn de websites van een groeiend aantal scholen te bewonderen. Die gebruiken ze om hun onderwijs te profileren en een digitaal visitekaartje af te geven.
Op de kinderpagina¹s van openbare basisschool de Kameleon in Doorn dicht de tienjarige Lisanne er lustig op los. Internet, internet, wat is dat voor iets raars? Is het geel? Is het groen? Of is het misschien paars? (..) Internet, internet, het zal toch wel wat zijn? Het enige wat ik weet, is dat het gaat over de lijn!
Veel scholen zijn internet als onmisbaar gaan ervaren voor hun curriculum. Niet alleen in het voortgezet onderwijs en daarboven, maar ook in het basisonderwijs werken de hoogste groepen vaak al met internet.
Voor scholen die on line zijn, is de stap klein om een eigen homepage te ontwerpen. Daarop maken ze reclame voor zichzelf en stellen de meeste hun leerlingen in de gelegenheid om hun creativiteit te botvieren. Bovendien krijgen ze de wereld binnen handbereik: correspondentie met buitenlandse scholen kan per e-mail snel worden gevoerd.
Meestal zijn het leerkrachten die zich uit hobbyisme storten op het ontwerpen van een website. Soms nemen scholieren het initiatief, zoals die van het Maaslandcollege in Oss. Eindexamenleerlingen, die na schooltijd een internetclubje vormden, vonden het tijd voor een eigen site. Een jaar geleden kozen ze voor een ontwerp met een rustige, grijze achtergrond en sobere kleuren. Een pagina over literatuur met gedichten en verwijzingen komt helemaal voor hun rekening. Ook de informatie over de school, de historie en de toekomstplannen hebben ze in overleg met conrector Wilfried de Waele ontworpen. ³Of we hiermee nieuwe leerlingen werven? Dat weet ik niet², zegt De Waele. ³Ik denk dat mondelinge reclame nog steeds het beste werkt. Maar in de toekomst zal internet hierin wel een sterkere rol gaan spelen.²

Digitaal paspoort
Veel scholen voor voortgezet onderwijs met een website zijn terug te vinden in de digitale School voor morgen (home.svm.nl). Bijna duizend zijn dat er inmiddels. De School voor morgen heeft een handig landkaartje ontwikkeld met alle belangrijke Nederlandse steden, waarop de bezoeker kan aanklikken. Daarna komt een lijst van namen van scholen uit die buurt tevoorschijn. De scholen met een eigen homepage hebben een groen vlaggetje naast hun naam.
Maar de School voor morgen is meer dan een zoekmachine, zij biedt ook uitgebreide informatie over ict. Er zijn actuele berichten uit diverse media over ict te vinden en elke week is er een gastcolumn van iemand uit het onderwijs. De School voor morgen biedt tevens cursussen aan voor het verkrijgen van het Digitale paspoort.
Voor basisscholen is er de handige site www.webdesk.nl/basisscholen. Wim Karssenberg, mbo-docent uit het Drentse Sleen, is vorig jaar eigener beweging begonnen met het verzamelen van websites van basisscholen. Nu zitten er zo¹n 550 onder zijn zoekmachine. Hij was al enige tijd verantwoordelijk voor de website van een Sleense basisschool, waar zijn vrouw lesgeeft. ³Ik dacht: Hoe doen anderen dit nu? Maar ik kon amper wat vinden, dus ben ik zelf begonnen met het aanleggen van een verzameling.²
Het aantal aanmeldingen is groter dan hij had gedacht. Bijna dagelijks komen er nieuwe scholen bij dankzij mond-tot-mond- en e-mailreclame. Karssenberg heeft zijn zoekmachine per provincie ingericht. Als trekker bedacht hij de Œschool van de week¹: een bijzondere site krijgt een bijzondere vermelding. Hij stelde zelf een aantal criteria op. De site moet er leuk uitzien en kinderen aanspreken, actueel zijn, gemakkelijk te downloaden, prettig navigeerbaar (zonder problemen naar een volgende pagina kunnen klikken) en het liefst materiaal van kinderen zelf bevatten. Ook moet de site goed gebruikmaken van de middelen op internet en de mogelijkheid bieden tot reageren via e-mail.
³Je komt regelmatig sites tegen die gemaakt zijn door een goedbedoelende vader. Vol met snufjes, toeters en bellen, zonder enige functie. Je kunt een auto volhangen met spiegels, maar er zijn er slechts twee of drie die er toedoen. De andere leiden maar af. Zo is dat met internet ook. Drukke sites zijn bovendien minder snel te laden.² Karssenberg geeft toe dat dit vooral een smaakkwestie is: de website van De Telegraaf bijvoorbeeld schreeuwt de bezoeker zowat toe, terwijl die van Trouw uitblinkt in soberheid. Waarbij de laatste de bezoeker wel razendsnel brengt waar hij wezen wil.
Basisschool de Matenburcht in Zwolle was enkele weken geleden uitverkoren tot Œschool van de week¹, tot grote vreugde van conciërge Dick Salemink, die de site ontworpen heeft en bijhoudt. De site bevat niet alleen veel informatie over de visie van het schoolteam op het onderwijs, hij heeft ook gezellige kinderpagina¹s en veel links naar interessante, educatieve sites. Bij het Œbinnenkomen¹ begint een christelijk liedje te spelen, dat de bezoeker op elke pagina begeleidt.

Knutselvoorstel
In de hoogste groepen worden leerlingen vertrouwd gemaakt met internet. Zij moeten vooraf een contract tekenen, waarin ze afspreken zo zorgvuldig mogelijk met internet om te gaan. ³Het gaat als het ware om safe-surfen², legt Salemink uit. ³Om leerlingen een beetje op te voeden.² Salemink was blij met de nominatie van Karssenberg. ³Ik vond dat heel positief. Ook ouders en leerlingen waren enthousiast.²
Een collega van basisschool de Triangel in Zoetermeer bood Karssenberg spontaan aan een mailinglist op te stellen voor scholen die elkaar snel vragen willen stellen of tips kunnen geven. ³Ik heb die man nog nooit gezien, maar die mailinglist is wel heel handig², vindt Karssenberg. ³Begin mei zei mijn vrouw dat ze nog geen idee had wat ze met haar leerlingen voor moederdag zou maken. Ik gebruikte de mailinglist om scholen te vragen wie er een goed knutselvoorstel had. Daar kreeg ik zo¹n vijftien suggesties op. Uiteindelijk heb ik in die week, in plaats van een schoolsite te nomineren, een fröbelpagina gemaakt, zodat alle scholen van die ideeën gebruik konden maken. Dan is internet opeens heel functioneel.²
Overzichten van basisscholen zijn ook op andere sites te vinden, onder andere op digischool.bart.nl/schopint.htm en www.planet.nl/discovery. Een aardige lijst van hogescholen is te vinden op www.startpagina.nl, doorklikken onder het kopje Scholieren/studenten. Die sites zijn overwegend informatief. Elke hogeschool heeft er haar waslijst aan opleidingen in opgenomen met de nodige uitleg.
Ook veel roc¹s hebben hun aanbod op internet gezet, deels te vinden bij de School voor morgen. Een opvallende site is die van het Da Vincicollege uit Dordrecht (www.davinci.nl). Door alle pagina¹s heen verschijnt op de achtergrond een beeld van Da Vinci en de site telt ruim 400 pagina¹s, waaronder huiswerkbegeleiding op afstand voor studenten van de scheepsbouwopleiding.
Arjen Vastenburg, voorheen sportleraar en nu webmaster van de Da Vinci-site, is nog niet helemaal tevreden met het resultaat. ³We missen nog te veel actuele informatie, bijvoorbeeld over zieke docenten, zodat scholieren Œs morgens kunnen zien of er een les uitvalt. Maar dat vergt nogal wat verandering in de schoolorganisatie, omdat al dit soort informatie bij één persoon terecht moet komen. Daar werken we nu aan.²
Het Dordtse roc is ruim twee jaar geleden begonnen met het bouwen van zijn website. De eerste versie ging met ongeveer 200 pagina¹s het internet op. ³In het begin waren we veel tijd kwijt aan het leren kennen van de techniek², blikt Vastenburg terug. ³Na een jaar zijn we naar de inhoud gaan kijken en bleek dat we voor een verkeerde structuur en opzet hadden gekozen. Steeds meer medewerkers willen wat op internet zetten, dus moet je de structuur steeds weer aanpassen. Eigenlijk komt het neer op elk jaar vernieuwen.²
Op het moment maken volgens Vastenburg nog niet zoveel leerlingen gebruik van de schoolsite. Het roc telt vier à vijf openleercentra. De bedoeling is dat na de zomervakantie elke locatie is aangesloten op internet. In de toekomst moet een deel van de site voor en door leerlingen gemaakt zijn. ³We willen alleen even kijken hoe het staat met de beveiliging, want we willen geen censuur plegen, maar ook geen dingen op onze site die in strijd zijn met de opvattingen van het college. Racistische of sekspagina¹s kun je wel afschermen, maar we willen liever onze leerlingen leren verantwoord te surfen.²

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.