- blad nr 11
- 29-5-1999
- auteur O. Bosma
- Redactioneel
Montessoricollege wil leerlingen verantwoordelijk maken voor de buurt
Een grote school en toch kleinschalig
ŒIn de eerste maand van de nieuwe eeuw willen we erin trekken. Dat is wel een mooi symbool², vindt directeur Marian Everhardt. Een paar weken geleden werd het hoogste punt van de nieuwbouw bereikt. Bij die gelegenheid organiseerde de Montessorischolengemeenschap Amsterdam, waarvan het MCO een deelschool is, een symposium over de plaats van de school in de buurt. De Polderweg is een wat onduidelijk wijkje, met maar enkele honderden bewoners en verder wat bedrijven, scholen en een vermaard dierenasiel. De school wil iets voor de buurt gaan betekenen, bijvoorbeeld door leerlingen Œzorgtaken¹ te geven voor oudere bewoners. ³Dat past in de pedagogie van Maria Montessori, waarin verantwoordelijkheid voor je omgeving en voor jezelf een belangrijke rol speelt², legt Marian Everhardt uit.
De geschiedenis van het MCO begint een jaar of vijftien geleden, toen de leiding van de huishoudschool Van Gellicum naar een aanpak zocht om de school op te waarderen. De komst van grote groepen allochtone leerlingen bracht de nodige problemen met zich mee en de school was in de versukkeling geraakt. Een duidelijke identiteit met een strakke pedagogische aanpak moest uitkomst brengen en die werd gevonden in de ideeën van Montessori. Everhardt: ³Ik werk hier pas een jaar of vier, dus ik ken alleen de verhalen. Het had nogal wat voeten in de aarde, want de montessoribeweging in het voortgezet onderwijs draaide om een paar havo/vwo-scholen met klinkende namen, zoals het Jordanlyceum in Zeist en het Amsterdamse Montessorilyceum. In de boeken van Montessori staat dat veertienjarigen op het land moeten werken tot ze uitgepuberd zijn. Het lager beroepsonderwijs kwam in het verhaal helemaal niet voor, om nog maar niet te spreken over de eerste opvang die we bieden aan immigranten. We hebben hier meer dan vijftig nationaliteiten. Maar het beeld in de montessoribeweging is de laatste jaren sterk veranderd. Er zijn nu meer dan twintig montessorischolen voor voortgezet onderwijs, waaronder steeds meer vbo/mavo-scholen, zoals in Nijmegen, Leeuwarden en Utrecht.²
Everhardt begon haar werk toen het MCO net werd gevormd door een fusie van de huishoudschool met de lts Don Bosco en de Van Deventer-mavo. Ze verdiepte zich in de methode van de Italiaanse pedagoge en vond er veel van haar gading. Ze is inmiddels lid van het bestuur van de Nederlandse Montessorivereniging (daar hoor je nog vertellen over de Montessauriërs) en maakt deel uit van de directie van de stedelijke scholengemeenschap. Om de ideeën van Montessori te vertalen in een concept voor het vbo werkte ze mee aan de formulering van een missie voor het MCO. ³We gaan hier niet met montessoribijbels rondlopen, maar ik geloof heilig in het nut van een document waarin je beschrijft wat je voor school wilt zijn. We hebben eerst sleutelpersonen uit het team aan het werk gezet, daarna konden de anderen er tijdens een studiedag op schieten. Nu ligt er een definitieve missie.²
In het stuk staan voor de hand liggende passages over respect, veiligheid, leerlingbegeleiding en het behalen van een startkwalificatie. Maar ook meer onderscheidende teksten: ŒOp het MCO leren de leerlingen verantwoordelijkheid te nemen. Hiertoe is het onderwijs zowel inhoudelijk als organisatorisch heel specifiek ingericht. Het eigen leerproces organiseren, plannen en controleren, moet leiden tot zelfdiscipline en onafhankelijkheid.¹
Volgend jaar wil Everhardt ouders en misschien ook leerlingen over de missie laten nadenken, maar eerst moeten de docenten het erover eens worden. ³We hebben wel echte montessoridocenten, maar er zijn er ook veel die zichzelf niet zo beschouwen. Maar als je dan ziet hoe mensen van de voormalige Don Bosco met leerlingen omgaan, hen observeren, vertrouwen geven, zelfstandig proberen te maken, dan is er niet zoveel verschil. Overigens is het formuleren van een missie natuurlijk niet genoeg. Zo¹n stuk verdwijnt maar al te vaak in een bureaula. Je moet het er regelmatig met elkaar over hebben: zijn we nog wel op de goede weg?²
Keuze-uren
Tot de kernelementen van het montessori-onderwijs behoort de vrijheid van leerlingen om een deel van de tijd hun bezigheden zelf te kiezen. Op het MCO zijn er elke werkdag keuze-uren in de onderbouw. In de bovenbouw vereist de voorbereiding op het examen een strakker rooster. Een ander belangrijk element is de voorbereide omgeving, die kinderen moet uitnodigen tot activiteiten en verantwoordelijk gedrag. Everhardt: ³Daar mankeert nu nog het nodige aan, want we zitten tijdelijk in een oud gebouw. Lang niet alle docenten hebben een eigen lokaal. Dat komt wel, als de nieuwbouw klaar is.²
Het MCO wordt een grote school, maar de leerlingen zullen daar weinig van merken. Volgens de plannen - ze zijn nog in ontwikkeling - worden de kinderen ingedeeld in vijf eenheden van ten hoogste 350 leerlingen. Elke unit is zelfsturend en verantwoordelijk voor de eigen resultaten. De eenheden worden ingedeeld naar het niveau van de kinderen, zoals dat bij het verlaten van de basisschool wordt beschreven. De niveaus zullen elkaar enigszins overlappen volgens het dakpansysteem. Dankzij samenwerking met enkele mavo¹s kan het MCO vanaf volgend jaar de theoretische leerweg aanbieden, naast de beroepsgerichte (techniek, economie, zorg en welzijn) en de gemengde leerweg. Vier jaar lang houden de kinderen zoveel mogelijk dezelfde docenten voor de avo-vakken en de laatste twee jaar ook de vakdocenten. In elk geval gaat de klassenmentor de hele schoolperiode mee. ³Behoorlijk revolutionair², noemt Everhardt het plan, dat is ontwikkeld met medewerking van een expert van buitenaf. ³We hebben er heel wat commentaar op gekregen uit de afdelingen. Avo-docenten die gewend zijn alleen in de onderbouw te werken, gaan nu mee naar de bovenbouw. Die moeten zich op een heel andere manier met het vak gaan bezighouden. Tot nu toe zit de onderbouw in een aparte locatie. Iedereen zegt dat de knip tussen onder- en bovenbouw niet goed is, maar nu we alles bij elkaar krijgen in het nieuwe gebouw is er een neiging om veiligheid te zoeken in het oude vertrouwde patroon: laat mij maar lekker in de eerste twee klassen blijven. Anderen vinden het een bezwaar dat een leerling die een docent niet ziet zitten, er vier jaar mee opgescheept zit. En omgekeerd natuurlijk. Daar moeten we wat op bedenken. Maar de roep om kleinschaligheid en herkenbaarheid hoor je overal in het land, dus bij alles is onze insteek dat voor de leerlingen te realiseren.²
Terwijl het organisatorische concept van de school wordt uitgewerkt, verrijst ook het gebouw waarin het straks moet worden uitgevoerd. Dat is niet bepaald een ideale volgorde, knikt Marian Everhardt. ³Toen Herzberger het ontworpen had, zag je iets met vleugels met eigen, herkenbare lokalen en ingangen. Omdat het onderwijsconcept nog niet klaar was, gaat het gebouw als het ware voor je uitlopen. Het biedt wel de nodige flexibiliteit - er kunnen bijvoorbeeld wanden worden verplaatst - maar andere dingen liggen vast. Zoals de bekabeling. We moesten in een vroeg stadium beslissen hoeveel computers we gaan gebruiken. Ander voorbeeld: nu staan de boeken in de klassen, straks is er een centrale mediatheek. Maar we moeten nog wel zien dat we die boeken de klassen uit krijgen. Er is een klankbordgroep voor de nieuwbouw, maar de mogelijkheden tot inspraak zijn beperkt. Er zijn ook veel dingen waar we helemaal niet aan hebben gedacht bij het plannenmaken. Die komen naar voren nu mensen er commentaar op kunnen geven.²
Straatvegen
De plannen om de contacten tussen school en buurt te verstevigen staan nog in de kinderschoenen. Een van de middelen is de ouders naar de school te halen, door er een ontmoetingscentrum in te richten. Maar de school moet ook de buurt in. Everhardt: ³Scholen zijn nogal naar binnen gericht en dat geldt ook voor ons. Tot nu toe zijn er alleen incidentele activiteiten. Toen het buurtcentrum was afgebrand, hebben jongens van de bouw- en schilderafdeling geholpen bij de wederopbouw. We hebben wel eens een straatveegactie, dat vinden de bewoners natuurlijk schitterend. In de toekomst moet dat soort projecten structureel worden, zodat de leerlingen zich medeverantwoordelijk gaan voelen voor de buurt. Het is zo belangrijk voor hun eigenwaarde dat ze met iets belast worden, wat ze aankunnen. We hebben leerlingencomité¹s die concrete klussen opknappen. Op de eerste opvang hebben ze net een schoolkrant gemaakt. In het Nederlands. Dat is echt een topprestatie.²