• blad nr 11
  • 29-5-1999
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Een illusie armer

Ze lopen met z¹n vieren de trap op, de eerste twee voeren een geanimeerd gesprek, de laatsten volgen zwijgend. De rector houdt de klapdeur open en loodst de inspecteur het studiehuis binnen. De coördinator vangt de deur op en zorgt ervoor dat Koos hem niet in zijn gezicht krijgt. Koos voelt zich ongemakkelijk. Het is hem niet duidelijk wat hij in dit gezelschap te zoeken heeft. Er hoort een leraar bij, had de rector gezegd. Intussen is het wel kwart voor vijf en Koos heeft vanavond een vergadering bij Toos. Ze hebben hun programma van toetsing en afsluiting nog niet af. Koos wordt wat chagrijnig. De rector daarentegen is goedgemutst en vertelt enthousiast over de zojuist betreden ruimte. Hij schept op over de indeling, waaruit de visie van de school spreekt. In het midden grote tafels voor groepswerk, een apart computerlokaal en studienissen aan de zijkant. Samen en toch apart.
Zo zonder leerlingen gaat het inderdaad wel, denkt Koos. Morgen zit hij hier de eerste twee uur. Als hij zich een beetje verdekt opstelt kan hij aardig wat corrigeren. Een vooruitzicht dat hem er weer een beetje bovenop helpt. Tevreden zoekt hij toenade-ring tot het gezelschap. Ze staan bij het mededelingenbord en praten. De inspecteur krijgt iets hijgerigs in zijn stem als hij de plattegrond met de toegewezen werkplekken ziet. ³Ah, ik zie het al, studiewijzers.² ³Nou², zegt de rector... ³Ja, ja, ik weet het wel, die wijzen waar de leerling moet studeren. Zo moeilijk is onderwijsvernieuwing nu ook weer niet, Karel.² Koos¹ spanningsmeter loopt op van zoveel onkunde. Hij voelt dat hij iets moet zeggen. Net als hij zijn woorden gevonden heeft, zorgen de ijskoude ogen van de rector ervoor dat hij ze weer inslikt.
Ruim een jaar geleden maakte hij bij de evaluatie van de basisvorming ook zoiets mee. De inspecteur bezocht een les bij een collega die zo zenuwachtig werd van de situatie dat hij het helemaal liet gaan. Boeken vlogen door het lokaal, het was een herrie van je welste en een aantal leerlingen liep tien minuten voor tijd demonstratief weg. Tijdens de nabespreking karakteriseerde de inspecteur het pedagogisch en didactisch optreden als professioneel. Met de methodekeuze had hij daarentegen enige moeite. Toen Koos aarzelend naar voren bracht dat het gebruikte boek alle eindtermen behandelt, beaamde de inspecteur dat. Maar het bevatte volgens hem te veel feiten en te weinig vaardigheden. Op de vraag welk boek ze dan dienden aan te schaffen, wilde de inspecteur geen antwoord geven, want dat was ongeoorloofde inmenging in schoolzaken en Nederland kent geen staatspedagogiek.
Als Koos met zijn gezelschap naar beneden loopt, peinst hij over de kloof tussen hemzelf en de mensen die over zijn werk praten. Eigenlijk is die onoverbrugbaar. Hoewel, hij twijfelt even. Ziet hij het niet verkeerd? Is hij niet gewoon moe? Wordt hij misschien geplaagd door een minderwaardigheidscomplex? De gedachte aan een artikel in zijn vakbondsblad zet het voor hem op een rijtje, hij weet het weer. Een bve-inspecteur bediende zich daar van termen als integraal instellingentoezicht, accountability en zakte door het ijs met de stelling: Als je kiest voor frontaal lesgeven en in alle klassen docenten neerzet, is dat erg duur. In wezen geeft deze inspecteur aan dat het onbetaalbaar is om de lessen te laten verzorgen door leraren, waarbij het woord frontaal misbruikt wordt om dit te legitimeren. Hij kiest hiermee voor een organisatie die bol staat van de vage baantjes.
De kwaliteit van het onderwijs komt op de tweede plaats. En die organisatie inspecteren doet hij ook niet, want anders was al lang onderzocht hoe belastinggeld, bedoeld voor onderwijssalarissen, bij stakingen verdwijnt in de declaratieruif van het management.
Koos denkt aan vroeger, de examentijd. Als dan de inspecteur de parkeerplaats op scheurde belde de rector in volle paniek iedereen en alles. In no time deden surveillanten hun correctiewerk in de tas en werd de catering ingeschakeld. Die golf van angst die door de school heen joeg, Koos vond het prachtig. Als hij dan zat te surveilleren in de gymzaal droomde hij: een goed salaris, rustige baan, status... Ooit wilde hij inspecteur worden, dat hoeft dus ook niet meer. Koos stapt doodmoe en een illusie armer in zijn auto.
Op naar Toos.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.