- blad nr 11
- 29-5-1999
- auteur . Overige
- Redactioneel
Een klein stukje Europa in Nederland
Het is hier een gewone school, hoor!
Op het eerste gezicht lijkt de Bergense school een middelbare school als elke andere. Leerlingen slenteren over het plein, fietsen naar de dichtbijgelegen benzinepomp om een zak chips te kopen en klitten samen in groepjes. De conciërge zit op zijn stek bij de ingang. Maar wie goed oplet, merkt verschillen. Buiten wappert de Europese vlag. Op het prikbord in de centrale hal hangen ook briefjes in het Engels, Frans en Duits. Het zijn niet alleen de ouderen die zich in de pauze naar de aula spoeden, maar ook de kinderen van de basisschool. Een groepje leerlingen staat om een docent die iets uitlegt. Als het groepje uiteenvalt roept een meisje: ³Qu¹est-ce qu¹il a dit?²
De oprichting van de eerste Europese school in Luxemburg hing samen met de geboorte van de Europese Gemeenschap voor kolen en staal. Verschillende organisaties van deze voorloper van de Europese Unie vestigden zich begin jaren vijftig in Luxemburg. Medewerkers uit de overige vijf lidstaten, Nederland, Duitsland, België, Frankrijk en Italië, verhuisden naar de hoofdstad van het groothertogdom. Omdat een gezin vaak na een paar jaar weer terugkeerde naar het land van herkomst, moest het onderwijs aansluiten op dat van het thuisland. Dat was niet zo eenvoudig, want de kinderen kwamen uit zes landen en spraken vier verschillende talen.
In april 1957 werd het protocol ondertekend dat van de school in Luxemburg de eerste Europese school maakte. Nu zijn er in totaal negen. Ze leiden op voor het Europese baccalaureaat, een diploma dat geldig is in de hele Europese Unie, Zwitserland en de Verenigde Staten.
Vreemde talen
Het systeem van de particuliere Europese school verschilt op veel punten van dat van een gewone, Nederlandse school. Het aantal jaren dat de leerlingen naar school moeten, is het gemiddelde van dat in alle Europese landen. Iedere leerling zit vijf jaar op de basisschool en zeven jaar op de middelbare school.
³De overgang van basis- naar middelbare school verloopt hier vloeiend, omdat de twee scholen in één gebouw zitten. De kinderen hoeven dus niet van school te veranderen², vertelt Jan Louter, docent Nederlands op de Europese school. Sadhia (16) weet nog goed dat zij met bewondering naar de oudere leerlingen keek. ³Mijn vriendinnen en ik konden niet wachten om naar de middelbare school te gaan.² Louter plaatst een kleine kanttekening: ³Veel leerlingen zijn na zoveel jaren in hetzelfde gebouw wel toe aan iets nieuws.²
De nadruk ligt in het Europese schoolsysteem vooral op taalonderwijs. Dit moet taalbarrières tussen leerlingen doorbreken. Leerlingen krijgen les van native speakers. Al op zesjarige leeftijd krijgen de leerlingen, naast de moedertaal, een vreemde taal. Deze vreemde taal, Engels, Frans of Duits, blijft op het lesrooster tot het eindexamen. In klas twee en vier van de middelbare school kunnen leerlingen nòg een vreemde taal leren. Om te zorgen dat de eerste vreemde taal genoeg wordt geoefend, worden geschiedenis en aardrijkskunde vanaf de derde klas in deze taal gegeven. De moedertaal blijft gedurende de hele opleiding op de eerste plaats staan.
Een groepje meiden loopt de hal van de school binnen. Met een zucht gooien ze hun schooltas op de grond en ploffen neer op een van de bankjes. Ze hebben allemaal zo hun reden waarom ze op deze school zitten. Carolin (16) is vanuit Duitsland naar Nederland verhuisd. ³Mijn ouders zochten voor mij een school waar ik in Engels of Duits les kon krijgen. Hier kan dat allebei.² Sadhia heeft duidelijk de vlotste babbel. Ze bezoekt de school in navolging van haar twee oudere broers. ³Wij komen uit Pakistan en mijn broers wilden in Engeland doorstuderen. Ik ga waarschijnlijk gewoon in Nederland rechten studeren.² Sanne (15) zit in Bergen op school omdat haar vader Grieks is. Haar ouders willen haar een internationale opvoeding geven.
Gemengd taalonderwijs is een van de middelen waardoor de ideeën van Jean Monnet tot leven komen. In 1953 zette deze founding father van Europa zijn doelstellingen voor de school op papier: ŒNaast elkaar onderwezen, van jongs af niet vertroebeld door vooroordelen, bekend met alles wat goed is in andere culturen, zullen zij opgroeien met de wetenschap dat zij bij elkaar horen. Zonder liefde en trots voor het eigen vaderland te verliezen, zullen zij in gedachten Europeanen worden, geschoold en klaar om het werk van hun voorvaderen voort te zetten, om een verenigd en bloeiend Europa werkelijkheid te maken.¹
Idealistisch
²Dat soort doelstellingen is natuurlijk altijd een beetje idealistisch², meent Jan Louter. Toch merkt ook hij dat leerlingen uit verschillende landen veel van elkaar oppikken. Ook Sadhia, Sanne en Carolin vinden dat ze door taalonderwijs van native speakers makkelijk contact leggen met leerlingen van andere nationaliteiten. Sanne: ³In onze vriendengroep op school zitten mensen uit Finland, Afrika, Duitsland, Griekenland en Pakistan. We leren veel van elkaars culturen.²
De Europese school in Bergen opende de deuren omdat het Europees onderzoekscentrum ECN in het nabijgelegen Petten werd gevestigd. Oorspronkelijk waren leerlingen vooral kinderen van ouders die bij ECN werkten. Jan Louter: ³Tegenwoordig vormt die groep de minderheid. Ook marinekinderen uit Den Helder bezoeken de school. En bijvoorbeeld Italiaanse kinderen van wie de ouders een pizzeria hebben.² Voorwaarde voor een plek op school is meestal dat een van de ouders buitenlands is, of dat een kind langdurig in het buitenland verbleef. ³De populatie hier is heel anders dan in bijvoorbeeld Luxemburg of Brussel, waar vooral kinderen van EU-medewerkers, de gerechtigde leerlingen, de school bezoeken.²
De populatie mag dan verschillen, in de docentenkamer van de Bergense school is het eenzelfde kakofonie van talen. Aan een grote tafel bij de postkastjes wacht een groep Nederlandse docenten op een collega die zojuist heeft gesolliciteerd. ³Elke docent die op de school werkt wordt door het eigen land uitgezonden², vertelt Jan Louter. Om de doorstroom in het team te bevorderen, valt voor de docenten na negen jaar het doek en moeten zij op zoek naar een baan in het reguliere onderwijs.
De school in Bergen is net even minder Europees dan de collega-scholen in Brussel en Luxemburg. Daar is voor alle elf talen uit de Unie een sectie. In Bergen zijn het er vijf: Duits, Engels, Frans, Italiaans en Nederlands. Wel wordt apart de moedertaal onderwezen voor een aantal Finse, Spaanse, Deense, Griekse en Portugese leerlingen. ³Maar deze groepen zijn klein. Daarom volgen deze leerlingen de overige vakken in een van de vijf taalsecties², aldus Louter. Het aantal moedertalen dat de school aanbiedt kan steeds groeien. Louter: ³Als er bijvoorbeeld één Œgerechtigde¹ leerling uit Zweden op school komt, dan is het theoretisch mogelijk dat voor die ene leerling een docent Zweeds wordt aangesteld. Als die docent er eenmaal is, dan kunnen alle leerlingen Zweeds als derde of vierde taal kiezen.²
In een taalklas kan het niveau aardig uiteenlopen. Louter: ³Ja, de ene leerling volgt Nederlands als tweede vreemde taal, terwijl een ander dit vak misschien als derde of vierde taal in het pakket heeft. Maar omdat de groepen niet heel groot zijn kan ik prima gedifferentieerd lesgeven. Iedere leerling krijgt les op zijn eigen niveau.²
Of elke schooldag bol staat van de Europese thema¹s? ³Nou nee², zegt Sadhia. Het Europese karakter van de school spreekt vooral uit de meertaligheid en internationaal gemengde klassen. ³We besteden wel aandacht aan de Europese eenwording en de invoering van de euro. Een dag per jaar hebben we vrij op een Europese feestdag, ik weet alleen niet meer wanneer die precies is², zegt Louter. Sadhia verklaart lachend: ³Ik weet helemaal niets van Europa!² Sanne valt haar vriendin bij: ³Dit is een gewone school, hoor. De leerlingen hier maken ook gewoon ruzie met elkaar!²