• blad nr 11
  • 29-5-1999
  • auteur . Overige 
  • Werken met stress

Piet Kaashoek: liever een beetje chaos dan de dood in de pot  

Een student moet geen nummer zijn

Je hoort docent taalbeheersing Piet Kaashoek (44) niet over een te hoge werkdruk, te volle klassen of ongemotiveerde studenten. ³Ik houd van mijn vak en van lesgeven, dat is geen punt. Stress krijg ik wanneer ik overgeleverd ben aan anderen die bepalen wat ik moet doen.²
Aan het begin van dit schooljaar gooide de Tilburgse Academie voor journalistiek en voorlichting, waar Piet Kaashoek werkt, het roer volledig om. Vanaf de start van de opleiding in 1980 kregen de studenten les in modules, nu is het jaar verdeeld in drie periodes van twaalf weken waarin studenten projecten uitvoeren. Hoewel het bestuur de verandering brengt als Œmeegaan met de tijd¹, heeft Kaashoek daar zijn twijfels over.
²Na twintig jaar moest er misschien wel iets veranderen, maar eigenlijk ging het gewoon goed met het oude modulesysteem. Dat vond het bestuur blijkbaar niet. Het bestuur heeft het niet zo gebracht, maar dit nieuwe systeem zou wel eens een bezuinigingsmaatregel kunnen zijn. Gevolg van het projectmatig lesgeven is dat van de 24 contacturen die de studenten met docenten hadden, er nu nog maar elf over zijn.² En dat verontrust Kaashoek hevig. ³Een student moet geen nummer zijn, daarom is een persoonlijke benadering heel belangrijk. Ik heb altijd veel tijd gestoken in een goede begeleiding. Zeker de eerstejaars moet je goed uitleggen wat het vak inhoudt, wat er van hen verwacht wordt en hoe we hen toetsen. Dat is essentieel. Dan weten studenten waar ze aan toe zijn en kunnen ze snel uitvinden of de opleiding bij hen past.²

Nieuwsneus
Kaashoek gelooft beslist niet dat je geboren moet zijn als journalist of voorlichter. ³Iedereen die hier komt kan het leren. Een neus voor nieuws is maar een onderdeel van wat je nodig hebt. Taalbeheersing is van groot belang en door te oefenen kun je dat leren. Maar dan moet er wel een docent zijn die het geschreven werk zorgvuldig doorleest, feedback geeft en uitlegt wat er niet goed aan is. Als een student zijn werk terugkrijgt met het cijfer 6 eronder en op een bord voor in de klas staat hoe het moet, weet hij nog niets. Daarom is die individuele benadering zo belangrijk.²
Kaashoeks vak taalbeheersing brengt met zich mee dat hij nogal wat artikelen moet doorlezen. Per week schrijven ongeveer 200 studenten een artikel van gemiddeld een pagina. ³Je kunt ervoor kiezen om ze vluchtig door te lezen of een steekproef te nemen van tien artikelen. Het laatste betekent dat je er 190 niet gelezen hebt en dat vind ik niet goed, maar elke week 200 verhalen lezen kan ik ook niet. Daarom heb ik een ander systeem bedacht. Studenten beoordelen elkaars eerste versie, herschrijven die dan en uiteindelijk zie ik het eindresultaat. Dat scheelt veel tijd.²
Kaashoek vertelt enthousiast over zijn werk en de studenten. ³Maar sinds vorig jaar zie ik de studenten minder dan de helft van de tijd vergeleken met vorig jaar. Ik ben voor een grote zelfstandigheid voor studenten, zoals in het studiehuis, maar er moet wel genoeg begeleiding zijn. Studenten zijn zoekende, willen zekerheid en ik ben bang dat ze bij te weinig feedback hun motivatie verliezen, met alle gevolgen van dien.²

Geen vakgroepen
Kaashoek werkt al sinds zijn 24ste op de Academie voor journalistiek en voorlichting en heeft het altijd erg naar zijn zin gehad. ³Maar nu komt de stress van bovenaf. Door de directie zijn er dit jaar tutoren aangesteld voor de studenten. Alleen zíj zien de studenten nog in kleine groepen, de rest van de docenten geeft nu hoorcolleges. Om hen toch het gevoel te geven dat ze geen nummer zijn, vraag ik steeds de klassenlijsten op om te proberen hun namen uit het hoofd te leren.²
Een ander gevolg van het nieuwe systeem is dat de vakgroepen zijn opgeheven. ³Daarmee gooi je weg wat er in al die jaren is opgebouwd. Ik kan met twijfels of vragen niet meer in die vakgroep terecht. Het contact onderling is minimaal en daarom is het overzicht weg. Als ik moet bepalen wat er in een project behandeld wordt, heb ik geen idee welke stof de studenten ergens anders hebben gehad en in welke vorm.²
Toch wil Kaashoek benadrukken dat het nieuwe systeem ook zijn voordelen kent. ³Na de twintig jaar die ik met modules heb gewerkt, vind ik het prikkelend om nu helemaal opnieuw de lessen voor te bereiden.² Helaas, zo zegt hij even later, vinden die lessen hun plek in het nieuwe projectonderwijs Œdat volkomen is dichtgemetseld¹. ³Een school voor journalistiek zonder een beetje chaos is de dood in de pot. Ik wil een radio in de klas kunnen zetten als er iets aan de hand is. Met de klas volgen en bespreken wat er gebeurt tijdens de Golfoorlog is dan even belangrijker dan taalbeheersing.²

Eigen stempel
Tot nu toe had de academie niet te klagen over het aantal aanmeldingen. Er waren er altijd veel meer dan de school kon aannemen, maar met het nieuwe systeem kon daar wel eens verandering in komen, vreest Kaashoek. ³Als de studenten niet meer tevreden zijn, zal het snel bergafwaarts gaan. De decanen op middelbare scholen weten het snel genoeg als het niet goed gaat op een school en dat zal gevolgen hebben. Weliswaar moeten we het projectmatige rooster een kans geven, maar we hebben geen idee wat de output zal zijn. Dat weten we pas over ruim drie jaar als de verandering in de hele opleiding is doorgevoerd en de eerste studenten afstuderen. We weten niet hoe dat zal gaan en dat geeft stress.²
Wat hij met zijn bezorgdheid aan moet weet hij niet. ³In de wandelgangen spreken wij als docenten er natuurlijk wel over maar iets doen kan nu nog niet, we zijn tenslotte pas dit jaar begonnen met deze manier van lesgeven. Een aantal docenten heeft de taak om tussentijds te evalueren hoe het gaat, maar ik heb tot nu toe nog niets gehoord. Het hoofd van het kwaliteitsbureau is ziek, dus een uitslag laat nog op zich wachten. Aan het eind van het jaar zal er zeker een evaluatie komen, waarin ook de studenten moet worden gevraagd wat zij van de projecten vonden en of ze tevreden zijn.² Maar om na een evaluatie de negatieve punten ook daadwerkelijk aan te passen, daar schort het nogal eens aan, peinst Kaashoek. Hij wacht in ieder geval de evaluatie met spanning af. Op de vraag wat hij doet als zijn bezorgdheid niet voor niets blijkt te zijn, antwoordt hij verrassend snel en beslist. ³Dan ga ik weg. Als ik niet meer mijn eigen stempel kan drukken en beknot word in mijn bewegingsvrijheid heb ik geen plezier meer in mijn vak.²

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.