• blad nr 13
  • 29-6-2002
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Niet alleen de cognitieve prestaties tellen

Leerlingen van de basisschool zitten tachtig procent van de tijd op hun stoel. Een moeilijke opgave omdat op die manier niet tegemoet wordt gekomen aan de natuurlijke behoefte aan afwisseling tussen rust en activiteit. Onderwijssocioloog en leerkracht drs. B. Schottert bepleit in onderstaand opiniestuk een prominente plaats voor het ervaringsgericht leren.

Aan de leerkracht van de basisschool worden tegenwoordig veel eisen gesteld en het onderwijs verandert met de tijd mee. Er zijn steeds nieuwe ontwikkelingen die tegemoetkomen aan de nieuwste inzichten om leerlingen optimaal te vormen en voor te bereiden op ontwikkelingen in de maatschappij. Er worden allerlei vernieuwingen van een leerkracht verwacht om in te spelen op de veranderde eisen. Hierbij kan gedacht worden aan onderwijs op maat (zogenoemd adaptief onderwijs met differentiatievormen), interactief onderwijs (hierbij staan interactieve vormen van leren centraal) en onderwijs dat tegemoetkomt aan de sociaal-emotionele vorming van leerlingen (bijvoorbeeld werken met de methode Leefstijl) en computerondersteunend onderwijs.
Globaal genomen kunnen we stellen dat leerkrachten in deze tijd met een van oorsprong traditioneel schoolconcept hun werkzaamheden gaan omvormen tot het werken vanuit een vernieuwend schoolconcept. Vanuit het traditionele schoolconcept richt de leerkracht zich op het overdragen van leerstof, het ontwikkelen van normen en waarden en het aanleren van vaardigheden. De leerkracht bepaalt de inhoud van de lessen en staat zelf centraal. Zijn onderwijskwaliteit wordt op basis van leerlingresultaten verkregen en door middel van toetsen geŽvalueerd. Centraal staat in dit onderwijs het 'product' dat zich laat meten door de aangeleerde 'kennis'.
In het vernieuwend schoolconcept krijgt het aanleren van vaardigheden naast het overdragen van kennis een belangrijke plaats en wordt het onderwijs meer benaderd vanuit de procesmatige kant. Zo komt de leerling steeds meer centraal te staan en stemt de leerkracht zijn leerstijl af op de individuele behoeften van leerlingen. De leerkracht zorgt ervoor dat een leerling zelfstandiger wordt en meer kritisch leert denken. Verder leert een leerling om persoonlijke keuzes te maken en om te gaan met informatiebronnen. Er wordt een bewustwordingsproces op gang gebracht waarbij een leerling meer inzicht ontwikkelt in de samenhang tussen mens en wereld. De leerling wordt geleerd om zelf als democratisch burger na te denken en te handelen. In navolging van onderwijskundige dr. Lagerweij kunnen we zeggen dat het klassikaal onderwijs is vervangen door een flexibel stelsel met mogelijkheden voor individueel en gemeenschappelijk leren. Hij stelt dat onderwijsconcepten moeten inspireren tot leren, waarbij de gehele mens wordt aangesproken, zodat de leerling wordt gestimuleerd om te groeien. Hij ziet de school van de toekomst als een 'school als leergemeenschap' waarbij de leerlingen in een uitnodigende leeromgeving komen tot een proces van 'zelfsturend' leren.

@T3:Afwisseling
@T1:Als leerkracht in het basisonderwijs in Amsterdam voel ik mij zeer aangesproken door de visie van dr. Lagerweij om uit te gaan van de gehele mens die door de activiteit op school gestimuleerd wordt om te groeien. Dit zou immers een ideale leersituatie zijn waarbij iedere leerling met zijn speciale mogelijkheden en talenten aan bod kan komen. Er is dan een natuurlijke afwisseling van inspanning/ontspanning, rust/beweging, groepswerk/individueel werk, luisteren/doen, nadoen/ontdekken, passief/actief en artistiek/creatief/cognitief. Kortom, de afwisseling van werkvormen zal groter zijn dan ooit tevoren en het onderwijs zal voor de leerlingen meer uitdagend worden. Niet het behalen van cijfers zal dan centraal staan, maar de ontwikkeling van leerlingen tot volwaardige mensen die op vele vlakken van het leven worden gevormd. Het onderwijs zal tegemoet moeten komen aan het natuurlijke ritme van de mens om een variatie van activiteiten te ondernemen. En door het 'zelfsturend' karakter van het onderwijs zal het onderwijs meer tegemoet kunnen komen aan de individuele behoeften van leerlingen en zal het onderwijs in hoge mate adaptief zijn.
Ik pleit er dan ook voor om bij het beoordelen van leerlingen niet alleen te kijken naar de cognitieve prestaties van leerlingen, maar ook andere talenten/mogelijkheden van leerlingen mee te wegen. Bij een procesmatige benadering van het onderwijs hoort immers ook een procesmatige beoordeling. Als andere vakken, ontwikkelingen en omgangsvormen ook gaan meewegen voor de overgang zal de schoolcultuur ook drastisch veranderen en gaan leerlingen elkaar vanuit een breder perspectief waarderen. Persoonlijk ben ik van mening dat dit voor veel leerlingen een andere kijk op de school zal betekenen waarbij leerlingen elkaar beter kunnen stimuleren en ondersteunen, doordat ieder zijn eigen kwaliteiten en mogelijkheden heeft. Men leert zo samenwerkend en samen denkend tot oplossingen/presentaties te komen. Ook kan een leerkracht een leerling dan meer aanspreken op zijn individuele ontwikkeling als mens.

@T3:Basale kennis
@T1:Momenteel zitten de leerlingen minimaal tachtig procent van de schooltijd op hun stoel en dit is voor veel leerlingen al een moeilijke opgave, omdat er niet tegemoet gekomen wordt aan de natuurlijke behoefte aan afwisseling tussen rust en activiteit.
Ook kan een leerkracht slechts in beperkte mate voldoen aan de behoefte om vanuit het vernieuwend concept te werken, omdat de kaders ontbreken. Van een leerkracht wordt verwacht dat hij bij ieder rapport voldoende cijfers per vak heeft en dat de methode (volgens jaarplanning) doorgewerkt wordt. Anders mist die leerkracht de aansluiting bij een volgende jaargroep. Verder worden de leerlingen vooral gewogen bij de Cito-toets die zich beperkt tot de cognitieve (leervaardigheid) component van het onderwijs. Als dat goed gaat, spreken we van een goede school en een goede leerkracht. Kortom, voor de leerkracht blijft 'het product' centraal staan. Daarom zal er weinig veranderen zolang de structuren niet veranderen en we vanuit een traditionele onderwijsstructuur/visie blijven werken en denken.
Natuurlijk realiseer ik me dat een leerling op de basisschool zich heel wat basale kennis en vaardigheden eigen zal moeten maken, dat rekenen en taal en de zaakvakken belangrijk zijn en dat hier niet veel op beknibbeld mag worden.
Het zou al een enorme vooruitgang zijn als de leerlingen in de ochtend vooral met de leervakken bezig zijn en in de middaguren het ervaringsgericht leren een prominente plek krijgt. De leerlingen hoeven dan niet meer strak op hun plaats te zitten en kunnen zich op andere manieren oriŽnteren en ontwikkelen. Er is dan ruimte voor de niet-cognitieve vakken, waarbij de leerlingen al doende ook kennis verwerven. Hierbij kan dan gedacht worden aan muziek en dans, kunstkijklessen, schoolzwemmen, toneel, schooltuinen, handvaardigheid, tekenen, boeken lezen (eventueel met verslag) en bibliotheekbezoek, excursies (bijvoorbeeld dierentuin), sociaal-emotionele vorming in de kring, drama, verkeer (praktijk), gymnastiek en computeronderwijs.
Deze onderdelen zouden dan in de middaguren in het lesprogramma opgenomen kunnen worden en iedere middag zou een herkenbare structuur kunnen krijgen met educatieve aspecten en beoordelingen. Hierbij kunnen de wereldoriŽnterende vakken ook meer praktijkgericht worden en kunnen de leerlingen meer ervaringsgericht leren. Uit ervaring heb ik namelijk gezien dat er zelfs een stimulerend effect uitgaat van de niet-cognitieve vakken op de cognitieve vakken als deze worden gecombineerd en meer in evenwicht zijn. Door een goede ervaring wil men namelijk over dat onderwerp meer weten. De school zal zich dan kunnen ontwikkelen tot een 'school als leer/leefgemeenschap', waarin een ieder voldoende van zijn gading zal kunnen vinden.

Drs. B. Schottert, onderwijssocioloog en leerkracht

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.