• blad nr 13
  • 29-6-2002
  • auteur M. Vermeulen 
  • Column

 

Nieuwe economie en oude politiek

De nieuwe economie en de oude politiek zijn de afgelopen maanden met een klap tot stilstand gekomen. Over de oude politiek van het poldermodel heb ik het de vorige keer al gehad, nu dus de nieuwe economie. U weet wel: de internet-bubble, nooit meer conjunctuurcrisis, geen inflatie en werkloosheidspercentages van bijna nul.
Hoe anders is de werkelijkheid. Uit de statistieken wordt duidelijk dat het jongeren weer langer tijd kost om werk te vinden en dat de werkloosheid weer (licht) stijgt. Intussen zakken de aandelenkoersen nog verder weg dan in september vorig jaar. In de kabinetsformatie liggen de bezuinigingsdoelstellingen alweer hoog opgestapeld. Voor het onderwijs tijd om flink op de tellen te passen. Tijdens de vorige conjuncturele neergang gingen er een paar zaken dramatisch fout: het aantal jongeren dat besloot om door te leren nam snel toe, er was immers toch geen werk. Tegelijkertijd was er absoluut geen geld beschikbaar om die extra groei, die vooral in de bve-sector en in het hbo werd opgevangen, te bekostigen: schraalhans werd daar keukenmeester. Gedurende vele jaren plukten we hier de wrange vruchten van: een verouderde infrastructuur, een slecht imago en geringe kwaliteit. Een sector die gebukt ging onder wachtgelden en bezuinigingen en waar nooit wat kon. Het Hos-trauma zit er bij velen nog diep in, de zittende werknemers wisten hun positie zo goed te beschermen dat generaties nieuwkomers zich van het onderwijs afkeerden. Geen wonder dat het nu niet lukt jongeren te interesseren voor een baan in het onderwijs.
Gevolg daarvan is dat de lerarenopleidingen (zeker die voor het voortgezet onderwijs) zo in de versukkeling raakten dat ze amper meer te reanimeren zijn. Na de vorige conjunctuurdip hing er een grauwsluier over het onderwijs die er na tien jaar boenen nog steeds niet helemaal af is.
Ik ben benieuwd met wat voor oplossing de nieuwe bewindslieden op de proppen komen. Zal er echt sprake zijn van een nieuwe aanpak of wordt het toch weer de kaasschaaf? Allemaal een beetje inleveren zodat het nergens meer echt leuk lijkt. Het kan ook anders maar daar is wel bestuurlijke durf voor nodig. De Oostenrijkse econoom Schumpeter heeft dit wel eens aangeduid met de term 'creatieve destructie': in tijden van crisis verdwijnen de gemakzuchtige bedrijven en overleven alleen de hele creatieve geesten. Welvaart maakt lui en weinig creatief. De toenemende budgetten leiden alleen maar tot meer bureaucratie, meer projecten, meer adviseurs en meer wachtlijsten. Echte doorbraken zijn er niet geweest in de publieke sector, en ook niet in het onderwijs.
Het is te hopen dat in de huidige neergang de fouten van het verleden niet worden herhaald. Als we de ronkende verhalen over kenniseconomie en een leven lang leren serieus willen nemen (en dat moesten we wat mij betreft maar doen), moeten we het moment benutten om onderwijs echt op een andere leest te schoeien. Onder druk van krappere budgetten worden inventieve oplossingen gevonden voor problemen. Er zal dus een fors beroep gedaan moeten worden op de innovatieve vermogens van de sector. Daarbij moet er de ruimte zijn om kwaliteit boven te laten komen en een gebrek eraan te laten zinken. Op die manier 'heb elk nadeel toch z'n voordeel' en kan het onderwijs tot echte vernieuwing komen. Daarbij hoort dan wel visionair onderwijsbeleid en dat wordt niet op een zakjapanner gemaakt.
'Honger leert bidden', zeggen ze bij ons in het zuiden. Nu maar hopen dat ze het gebed ook willen horen daar aan de Haagse tafels.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.