• blad nr 13
  • 29-6-2002
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Kinderziektes van de zij-instroom 

Binnen afzienbare tijd zijn de problemen onder controle

De interim-wet waarmee zij-instroom in het primair en voortgezet onderwijs mogelijk werd, is nu bijna twee jaar van kracht. Het traject dat zij-instromers moeten afleggen om bevoegd voor de klas te komen, duurt twee jaar. Voor de eerste lichting komt nu dus het einde in zicht. Wat waren de problemen die zij op hun pad vonden? Welke kinderziektes zitten in het zij-instroomtraject, en welke oplossingen zijn in de maak?

Bij Het Onderwijsblad plofte een dikke brief op de mat. De enveloppe bevatte het relaas van Cilia Grégoire (57), ze werd van beeldend kunstenaar tot lerares Nederlands. Haar voornaamste klacht is dat ze heel weinig verdient als zij-instromer. "Ik had hiervoor een zelfstandig bedrijf met een grote lespraktijk, maar van wat ik verdiende, stak ik veel in het bedrijf. Aangezien het salaris van een zij-instromer wordt bepaald aan de hand van het laatste loon dat diegene heeft ontvangen, werd ik laag ingeschaald. Ik stond voor de klas, maar kreeg in het begin het salaris van een conciërge."
Deze klacht is een uitzondering, zo blijkt uit het rapport 'Zij-instroom in het beroep, Evaluatie van het eerste jaar 2000-2001' van Jos Lubberman en Ton Klein. Daarin wordt de rekening opgemaakt van het eerste jaar dat zij-instroom wettelijk geregeld was. Een van de meest gehoorde klachten is dat als een zij-instromer scheef wordt aangekeken door collega's, dat komt doordat de nieuweling veel verdient in vergelijking met de oude rotten in het vak. De zij-instromer kreeg bij zijn vorige baas een goed salaris en wordt dan hoog ingeschaald. De acceptatie van zij-instromers verloopt verder vlekkeloos.
Het rapport kaart vooral andere kwesties aan. Een van de problemen is dat de lerarenopleiding die de zij-instromer beoordeelt en begeleidt tijdens het leerproces, weinig feedback geeft. Ook komt er nog weinig terecht van de geplande persoonlijke ontwikkelingsplannen, de zij-instromers krijgen een vrij algemeen leerplan aangeboden. Aan het leerplan valt ook bijna niet te tornen, wat de scholen jammer vinden, omdat zij het meest van de ontwikkeling van de zij-instromer zien.
Hoe komt het dat de lerarenopleidingen steekjes laten vallen? Claire Verlinden houdt zich bij de AOb met zij-instroom bezig, ze heeft een mogelijke verklaring. "De wet op zij-instroom werd destijds heel snel aangenomen. De lerarenopleidingen waren daar niet op voorbereid, die moesten in no time assessmentcenters opzetten. Dat was een zware opdracht." Assessmentcenters beoordelen of iemand geschikt is voor het leraarschap. Zij stellen ook het leerplan vast en houden in de gaten hoe een kandidaat vordert. Uit het rapport van Lubberman en Klein blijkt dat het merendeel van de kandidaten desondanks tevreden is over hun assessment. Er is een aantal klachten over de tijd die verstrijkt tussen de aanvraag van een assessment en het tijdstip dat het daadwerkelijk plaats kan vinden. In de toekomst zullen die problemen waarschijnlijk afnemen, als de lerarenopleidingen meer tijd hebben gehad om de centra goed toe te rusten, zo denkt Verlinden.

Begeleiding
Grégoire werkt met twee andere leraren in de dop samen aan het leerprogramma dat haar werd voorgeschreven bij het assessment. "Ik wilde alleen geen twee jaar over de opleiding doen, de anderen uit mijn groepje gelukkig ook niet. We hebben onze schouders eronder gezet en nu, iets meer dan een half jaar na ons assessment, zijn we bijna klaar." De uitslag van het assessment heeft Grégoire nog maar net binnen. "Dat is gewoon te laat. Het evaluatiegesprek over het assessment vindt een dag voordat ik afstudeer plaats!"
Nog veel zaken rondom zij-instroom zijn onduidelijk, omdat het fenomeen nog maar kort bestaat en de informatievoorziening te wensen overlaat. Schoolleiding, zij-instromers zelf en collega's klagen hier in het rapport over. Het advies dat in het rapport staat: duidelijke folders maken voor elke betrokken doelgroep, heeft het ministerie min of meer opgevolgd. Op de site van het ministerie is reeds de tekst te lezen van een aangepaste folder over zij-instroom. Of de betrokken partijen tevreden zijn over de folder, moet nog blijken.
Eén misstand wordt in het rapport aan de kaak gesteld. Veel scholen in het voortgezet onderwijs vluchten voor de zij-instromer. Ze kiezen voor een onbevoegde voor de klas, die ze aan kunnen stellen volgens artikel 33.3 van de wvo. Deze mensen kunnen direct, zonder assessment en dus zonder extra scholing, aan de slag. Maar deze vlucht wordt momenteel aangepakt door de onderwijsinspectie. In de toekomst mogen scholen pas zo iemand aannemen, als ze eerst hebben geprobeerd om een zij-instromer te vinden.
Wat Verlinden in de wandelgangen opvangt, is dat de begeleiding van zij-instromers op school nogal eens magertjes is. "Er kunnen moeilijk mensen worden vrijgemaakt op scholen voor de begeleiding van zij-instromers. Daarvoor moet meer tijd en geld komen." Grégoire heeft ook negatieve verhalen over begeleiding op scholen gehoord. "Ikzelf heb gewoon iedereen aangeklampt op school, van directeur tot bibliothecaris. Maar ik ken ook een verhaal van iemand die helemaal niet begeleid werd."

Weinig uitval
Als iemand zij-instromer wil worden, moet hij voor zijn assessment al wat ervaring opdoen in het onderwijs. Daarvoor zijn bemiddelingsbureaus in het leven geroepen. Word Leraar, Career Centre Onderwijs en Onderwijs BV zijn drie grote bureaus. Bij alle drie schrijven veel mensen zich in. Carin Kamps is trajectleider van Word Leraar. "Bij ons staan zo'n 5500 tot 6000 mensen ingeschreven die op het eerste gezicht geschikt zijn om zij-instromer te worden. Nog veel meer mensen schrijven zich in, maar die hebben geen hbo- of wo-diploma en vallen dus af." De instroom bestaat uit zo'n honderd mensen per week, schat ze. Veel problemen bij zij-instromers komen haar niet ter ore. "Wij begeleiden alleen het voortraject. Als de mensen aan de slag gaan, hebben wij in principe geen contact meer met ze. De meestgehoorde klacht is dat mensen naar hun zin niet snel genoeg door hun bemiddelaar worden gebeld dat er werk voor ze is."
De bemiddelingsbureaus benaderen in opdracht van scholen mensen die ingeschreven staan. In het rapport raden de onderzoekers de bureaus aan zich actief op te blijven stellen. De uitstroom van Career Centre Onderwijs bestaat op het moment uit zo'n 300 mensen. "En er gaan er nog zo'n dertig tot veertig mensen van ons richting assessment", meldt Ruud van der Star, manager onderwijs bij Carreer Centre Onderwijs, niet zonder trots. Rob Leenders, directeur van Onderwijs BV, heeft actieve plannen om zijn bemiddelingsbureau beter te laten werken. In de nabije toekomst wil hij met zij-instromers om de tafel gaan zitten ter evaluatie van hun traject. "Zo kunnen we de gang van zaken verbeteren. Niet dat we veel klachten krijgen, hoor. We hebben weinig uitval onder mensen die het primair onderwijs ingaan. In het voortgezet onderwijs is de uitval wel iets groter, maar dat heeft niet zozeer te maken met onze diensten, als wel met het beroep zelf."

Enthousiasme
Grégoire is inmiddels bezig met haar vijfde baan, op het Augustinuscollege in Amsterdam-Zuidoost, een honderd procent zwarte school. "Ik kreeg vier vmbo-examenklassen die al een half jaar geen Nederlands hadden gehad. Geen leraar, geen les. Die heb ik in een paar maanden moeten klaarstomen voor het examen, en dat is gelukt. Iedereen uit de klassen is geslaagd en veel kinderen hadden voor Nederlands ook nog het hoogste cijfer!"
Grégoire zelf denkt dat het door haar enthousiasme komt dat ze met haar klas zo ver is gekomen. "Ik ben voor de duvel niet bang, dat is heel goed in dit vak. Ik heb ook het idee dat ik een zinvol bestaan leid op deze manier. Ik lever een bijdrage aan de samenleving. Ik ben heel enthousiast over het vak, ik ben met een positieve instelling begonnen en ben het alleen maar leuker gaan vinden."
De laatste opmerking van Grégoire geldt voor veel zij-instromers. Ze zijn vreselijk enthousiast. Bij de bemiddelingsbureaus schrijven zich veel mensen in die niet de wettelijk vereiste diploma's hebben. Camps: "Mensen vragen heel vaak of ze echt niet zonder die diploma's zij-instromer kunnen worden. Ze zijn vreselijk gemotiveerd en willen er veel voor doen." Zij-instromers geven zelf ook vaak aan dat ze, ondanks de hobbels in het traject, de vervelende puber, volle klassen en andere doemverhalen, het leven voor de klas helemaal zien zitten.
Claire Verlinden van de AOb denkt dat het zij-instroomcircuit vooral kampt met aanloopproblemen. "Er wordt hard aan het traject gewerkt, de problemen zullen binnen niet al te lange tijd verholpen zijn." Enkele aanbevelingen die ze doet: "De overeenkomst tussen school, lerarenopleiding en zij-instromer moet juridisch sterker geformuleerd worden. Op die manier kan de zij-instromer zijn recht op begeleiding doen gelden. Omgekeerd moet de school ook op de maximale inzet van de zij-instromer kunnen rekenen." Ook belangrijk vindt Verlinden dat scholen een groter gedeelte van de opleiding van zij-instromers moeten kunnen verzorgen. Scholen moeten daar natuurlijk wel naar betaald worden. Voorts pleit ze voor een 'snuffelweek' voor mensen die mogelijk het onderwijs in willen. Bovendien benadrukt ze nogmaals dat veel problemen de wereld uit zouden zijn, als scholen en lerarenopleidingen beter zouden samenwerken. "Het klinkt allemaal heel erg nu, maar het valt op zich wel mee", zegt Verlinden. "De meeste zij-instromers die ik spreek, hebben weinig problemen. Ze hebben het erg naar hun zin voor de klas."

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.