• blad nr 13
  • 29-6-2002
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Waterloo

Misschien moeten we het er maar niet meer over hebben. Het verzet verzandt in achterhoedegevechten. Maar dat neemt niet weg dat de slag is verloren: de Nederlandse leraar beleeft zijn Waterloo. Wat ik bedoel? Arbeidsvoorwaarden en onderwijsvernieuwing ontwrichten de identiteit van een eeuwenoud ambt. Nee, nee, dit is geen onzin, ik ken mijn klassiekers, kom uit een onderwijsgezin, sta zestien jaar voor de klas, doe er van alles bij en spreek veel mensen. Collegae dromen van ander werk, fpu en bapo. Ze willen weg. Wat goed gaat, is toeval, afgedwongen door persoonsgebonden inzet. Maar niemand kan het alleen, houdt dat niet vol.
Een bestuurlijke elite heeft het Nederlands voortgezet onderwijs omgetoverd tot hun gezelschapsspel. De leraar is niet meer dan een poppetje op het bord. Neem die decentrale cao's. In het Algemeen Dagblad klagen onderwijswethouders: grote schoolbesturen lokken met gunstige arbeidsvoorwaarden leraren naar de provincie. De medeverantwoordelijke vakbondsvertegenwoordiger Martin K. reageert verbolgen. Zijn onderhandelingsakkoord is dik in orde, betaald uit de rijksbijdrage, grote steden kunnen dit ook. Ze mogen K. bellen en dan zal hij vertellen hoe het moet. Niet doen! Ik werk bij zo'n provinciaal, leraarvriendelijk bestuur en echt, onderwijswethouders, don't worry! In de Volkskrant stond op de voorpagina dat ik een lesweek van 24 krijg. Het zijn er gewoon 27. Schuiven in de kop, sjoemelen met overhead, verdoezelen van voorbereidingstijd... er is geen touw aan vast te knopen, maar het sommetje komt uit. Sommige collegae gaan het volgend jaar zelfs meer lessen geven.
Zo gaat het al jaren. De politiek levert de middelen, besturen zoeken publiciteit, pronken met douceurtjes en een maand later is het geld weg. Ik lieg? Ben een querulant? Ach, het bewijs is vaker geleverd. Tien jaar geleden gaf een leraar maximaal 28 lessen, vermindering ging door middel van taakuren. Intussen is door onderwijsvernieuwing de leerling/leraar-ratio gestegen en het aantal buitenlestaken geëxplodeerd. Nu bestaat een week in het gunstigste geval uit 27 lessen, die met taakuren kan worden gereduceerd tot 24. Deze diefstal bij klaarlichte dag kost miljarden. Controlerende Kamerleden laten het gebeuren, hebben het te druk met andere zaken. Onderwijs is een stevige begrotingspost, maar ook een technisch beleidsterrein met veel jargon. Dat scoort niet in de media. Parlementariërs kletsen liever bij Nova en Buitenhof over imams en bolletjesslikers. De vakbond dan? Onderhandelaar Martin K. zwijgt. Zijn voorganger Piet P. heeft zo een mooie baan bij een onderwijsbestuur verdiend. Resten de rectoren. Die komen toch zeker wel voor hun personeel op? Vergeet het maar! Directieleden kijken omhoog en schelden op Zoetermeer. Hun alternatief is geformuleerd in een eigen taal waarin termen domineren als autonomie, strategisch handelen, professionals, deregulering en positionering van de school. Leraren die met kinderen werken, begrijpen hier niets van en communicatie transformeert van bizar naar onmogelijk. Onderzoek van het managersblad Meso toont aan dat rectoren hun personeel haten. 'Meer dan tachtig procent van alle schoolleiders heeft klachten over leraren die geen hart hebben voor hun werk, klagen om het klagen, mopperen, neuzelen, kankeren, conservatief en wereldvreemd zijn, dwarsliggen, kleinburgerlijk en laks zijn, een vermoeide blik hebben, de kantjes eraf lopen en een vakbondsmentaliteit hebben.' Hoe leraren deze gevoelens beantwoorden, laat zich raden.
Een omgeving die elke samenhang ontbeert, maakt vernieuwen van onderwijs contraproductief. De verloedering loopt de spuigaten uit. Een vwo-leerling schrijft in NRC Handelsblad dat hij op school niets geleerd heeft, doodeenvoudige havo-examens zijn beneden peil gemaakt en het Sociaal en cultureel planbureau maakt gehakt van het vmbo. De gevestigde politiek zit met de handen in het haar en schuift de verantwoordelijkheid van zich af. Een kommaatje hier, wat aanpassinkjes daar en vooral veel ruimte voor de directies die op hun personeel spugen.
Vijfentwintig jaar geleden bracht Jacques Brel met het chanson comique Les F... België in shock. Brel zong bijtend over de schaamte voor zijn land van herkomst: (..) quand les soirs d'orage des Chinois cultivés me demandent d'où je suis, je réponds fatigué et les larmes aux dents: 'Ik ben van Luxembourg'.* Leraren lijden aan een laffe variant van deze reflex. Op een afscheidsreceptie op een school vraagt een mooie moeder aan een man: 'Wat doet u?' Blozend antwoordt hij: 'Zorgcoördinator en docentencoach in dienst van een groot schoolbestuur.' Ze had zo graag eens iemand gesproken die haar kinderen iets leert.

*Les F... staat op de laatste plaat van Jacques Brel, die gewoon 'Brel' heet en in 1977 verscheen. Elf maanden later overleed Brel in een ziekenhuis bij Parijs.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.