• blad nr 13
  • 29-6-2002
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

Spelend leren in de luiers 

Advies Onderwijsraad: maak één kindercentrum

Breng alle voorzieningen voor jonge kinderen onder in één kindercentrum en koppel dat aan het basisonderwijs. Laat aan ouders over of zij kiezen voor zorgverlof of deelname aan zo'n kindercentrum. Dat is de kern van het advies Spelenderwijs van de Onderwijsraad. Wim Meijnen, hoogleraar onderwijskunde en een van de auteurs, hoopt dat het advies niet wordt gezien als aanzet tot verschoolsing van de peuterleeftijd. Kinderen moeten spelen, vindt ook hij, maar spelen is wel van essentieel belang voor de ontwikkeling.

Crèches, peuterspeelzalen, voorschoolse educatie. Het aanbod van voorzieningen voor kinderen van nul tot vier jaar is een lappendeken. Terwijl toch uit onderzoek blijkt dat voorschoolse programma's van grote invloed zijn op de latere schoolcarrière. Het idee om het versnipperde aanbod om te vormen tot een samenhangend geheel leeft sterk.
Het ministerie van Onderwijs gaf in zijn toekomstverkenningen vorig jaar al een voorschot door drie mogelijkheden op te sommen voor grotere samenhang in de voorschoolse educatie. In veel landen bestaat zo'n voorziening al: in Frankrijk maakt bijvoorbeeld negentig procent van de ouders gebruik van de maternelle voor twee- tot vierjarigen. Het Centraal planbureau maakte dit voorjaar in zijn rapport Pijlers onder de kenniseconomie duidelijk dat er grote economische voordelen zijn te halen uit een goed stelsel. Voorschoolse programma's blijken namelijk effectief te zijn als het gaat om achterstandsbestrijding en dat scheelt de overheid later veel geld.
De Onderwijsraad werkt in het deze week verschenen advies Spelenderwijs - Kindercentrum en basisschool hand in hand een volledig plan uit, dat een nieuwe minister zo kan overnemen. Heel kort door de bocht geformuleerd is het een pleidooi voor het op termijn samenvoegen van al die voorzieningen in één kindercentrum, dat goed aansluit op de basisschool. Kinderen met een achterstand krijgen daar een ontwikkelingsgericht 'pluspakket' om ze zo snel mogelijk bij te spijkeren. En op termijn zou je kunnen denken aan een kindercentrum dat onderdeel is van die basisschool, of er pal naast staat.

Emotionele debatten
De reacties op het advies vallen in tweeën uiteen. Blijheid dat aan de verbrokkeling misschien een einde komt, maar er bestaat ook vrees voor de 'peuterschool'. Mogen kinderen niet meer spelen? Moeten ze al in de luier leren?
"Nee, het gaat niet om schoolse vormen van leren als we het hebben over het kindercentrum", benadrukt Wim Meijnen, hoogleraar onderwijskunde en lid van de Onderwijsraad. "We willen geen tweejarigen in rijtjes in de banken. Zeker niet. Maar die gedachte leeft wel. Ook in de Onderwijsraad zelf hebben we daar emotionele debatten over gevoerd. In Nederland heerst het gevoel 'dat een kind bij de moeder hoort' toch heel sterk. Daarom ben ik ook blij met de titelkeuze: Spelenderwijs. Want dat is de essentie: wij voeden onze kinderen relatief vrij op, we laten ze veel spelen, maar dat spelen is van essentieel belang voor hun ontwikkeling. Die aanpak moet je ook in een kindercentrum realiseren."
Toch zal het debat over 'verdere verschoolsing van de peuterleeftijd' door dit advies vermoedelijk oplaaien. Precies zoals de koppeling van kleuter- en lagere school angst voor verschoolsing van het kleuteronderwijs opriep. Onlangs zei de pas benoemde hoogleraar Marianne Riksen nog in haar oratie dat de crèche zoveel stress veroorzaakt dat kinderen later een grotere kans op gedragsproblemen krijgen. De langzame opkomst van het thuisonderwijs is ook een tegenbeweging die zich afzet tegen verschoolsing. Dat de praktijk een andere is dan de emotie - steeds meer kinderen maken gebruik van voorschoolse educatie en de behoefte aan kinderopvang groeit alleen maar - maakt alleen duidelijk dat ouders worstelen met de vraag 'wat is goed voor mijn kind?'. De verhoogde aandacht voor de kwaliteit van de kinderopvang is daar volgens Meijnen een bewijs van.
"Wij pleiten krachtig voor keuzevrijheid van ouders. In het advies zeggen wij dat er uitbreiding van het zorgverlof moet komen. Daarbij kun je denken aan de mogelijkheid dat je ouders financieel tegemoetkomt - voor eenzelfde bedrag dat anderen krijgen als ze gebruikmaken van een kindercentrum - maar daar gaat de Onderwijsraad niet over. Op die manier maak je een reëel alternatief mogelijk, dat partijen als het CDA met een sterk 'gezinsbeleid' toch zou moeten aanspreken. Ons advies is dan ook: doe twee dingen, maak een kwalitatief hoogwaardig kindercentrum èn regel het zorgverlof."

Twee aparte stelsels
Het pleidooi voor het kindercentrum heeft een sterk pedagogische èn een sterk economische invalshoek. Vooral dat laatste valt op, omdat de adviezen van de Onderwijsraad nooit zo economisch gekleurd zijn. Meijnen: "Kinderopvang is nu eenmaal ook een economisch getint verhaal. Werkende ouders hebben economische motieven om een crèche uit te zoeken: ze willen allebei werken en willen een kwalitatief goede crèche, die ook nog betaalbaar is."
Maar dan doemen de praktische problemen op. De kinderopvang is voor een groot deel in handen van stichtingen en ondernemingen die losstaan van onderwijs- of welzijnsinstellingen. Soms gaat het om bedrijfscrèches op een industrieterrein. "Wij hebben er daarom voor gekozen dat het kindercentrum en scholen 'een relatie' moeten aangaan. Met elkaar in gesprek komen over een doorlopende ontwikkelingslijn. Een school kan zelf gaan 'ondernemen' en een centrum opzetten, of contact zoeken met ondernemers in de buurt. Wij zeggen niet hoe het moet, wel dat samenwerking moet", aldus Meijnen.
"Je ziet ook bij de kinderopvang dat ouders zich daar sterker mee willen bemoeien. Ze vragen om kwaliteit, willen zeggenschap, zouden het liefst iets van een 'pedagogisch klimaat' wensen. Ik denk dat scholen zelf de aanzet moeten geven om een kindercentrum aan zich te binden en dat uiteindelijk school en centrum ook fysiek dicht bij elkaar staan. En laten we wel wezen: een bedrijfscrèche is nu vaak een noodoplossing omdat er anders geen opvang te realiseren valt. Als er in de buurt waar je woont een goed kindercentrum staat, dan zal de bedrijfscrèche minder belangrijk worden."
Het kindercentrum voor alle kinderen van nul tot vier jaar gaat volgens ruwe schattingen van de Onderwijsraad 2,8 miljard euro kosten. Nu geven overheid en ouders aan de verschillende vormen van opvang ruwweg een miljard uit, waarvan zestig procent door de ouders wordt betaald. Het kindercentrum kost dus 1,8 miljard meer. Is het realistisch om dat aan een nieuw kabinet te vragen dat geplaagd wordt door een economische teugval?
"Ja, het is veel. Daarom zeggen wij: begin eerst maar eens met de driejarigen. Maar kijk vooral ook naar de opbrengsten. Een goed stelsel van kindercentra lost voor een deel het opvangprobleem van ouders op. Daardoor kunnen meer mensen die dat willen gaan werken, wat betekent dat deze mensen ook belasting betalen en dus weer overheidsinkomsten genereren. Een tweede voordeel is dat voor achterstandskinderen is aangetoond dat ze na voorschoolse programma's later beter presteren in het onderwijs, minder uitvallen en dus minder problemen veroorzaken. En niet onbelangrijk: dit model voorkomt segregatie. Nu gaan we toe naar een tweedeling aan het begin: voorschoolse educatie voor achterstandskinderen en betaalde kinderopvang voor werkenden. Als we op die manier doorgaan, zullen er twee aparte stelsels ontstaan. Dat schuif je niet zomaar in elkaar in één kindercentrum, maar door opvang en basisonderwijs aan elkaar te koppelen maak je integratie wel mogelijk."

Hoofdpunten uit het advies Spelenderwijs - Kindercentrum en basisschool hand in hand
* Peuterspeelzalen, voorschoolse educatie en kinderopvang moeten uitgroeien tot één kindercentrum.
* Kindercentra moeten een relatie aangaan met een basisschool in de buurt.
* Er moet een doorlopende lijn zitten in het ontwikkelingsgerichte programma van kindercentrum en basisschool.
* Voor deze ontwikkelingen moet een expertisecentrum worden opgezet dat steun verleent bij nieuwe samenwerkingsvormen en werkt aan programma-ontwikkeling.
* De beoordeling van de kwaliteit van het kindercentrum moet vallen onder de inspectie van het onderwijs.
* De financiering van het kindercentrum vindt plaats uit verschillende bronnen: eigen bijdrage van de ouders (inkomensafhankelijk), achterstandsgelden en het budget voor voorschoolse educatie.
* Voor de opzet van het kindercentrum is naar schatting 1,8 miljard euro extra nodig, boven op de 1 miljard euro die overheid en ouders nu uitgeven aan opvang en educatie.
* De gewichtenregeling wordt uitgebreid naar de periode van nul tot vier jaar. Kinderen met een extra gewicht hoeven voor het kindercentrum geen eigen bijdrage te betalen.
* Het kindercentrum kan nooit en te nimmer op één dag worden ingevoerd: er komt een ontwikkelingstraject van vier tot zes jaar.
* Gestart moet dan worden met de opbouw van de voorziening voor kinderen vanaf twee, drie jaar.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.