• blad nr 13
  • 29-6-2002
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Nieuwbouw en renovatie zorgen voor gemengde scholen 

De dubbele wachtlijst voor een juiste mix

Hoe voorkom je segregatie in het onderwijs? Spreiding, artikel 23 over de vrijheid van onderwijs afschaffen, allochtone ouders keuzebewuster maken, initiatieven van witte ouders om met een groep voor een zwarte school te kiezen. Al die pogingen hebben, als we naar de kille cijfers kijken, niet geleid tot een vermindering van de tweedeling. Integendeel. Onderzoeksjournaliste Marjan Agerbeek van het dagblad Trouw presenteerde onlangs cijfers waaruit zonneklaar blijkt dat het aantal zwarte scholen (met meer dan de helft allochtone kinderen) groeit en tegelijkertijd ook de tweedeling in relatief witte en relatief zwarte scholen toeneemt.
Het Onderwijsblad ging toch op zoek naar nieuwe initiatieven tegen de segregatie en peilde de meningen van zwarte scholen over hun toekomst.


Om te voorkomen dat de school helemaal wit wordt, hanteren twee scholen in Nederland (in Rotterdam en Utrecht) een 'dubbele wachtlijst', een voor witte en een voor zwarte leerlingen. Nieuwbouw en renovatie brachten andere bewoners in de wijk. De directeuren beschouwden het als een prachtkans om hun leerlingenpopulatie te 'mixen'. Voor het landelijke beeld van de segregatie maakt dit soort initiatieven niet veel uit. Voor de discussie over het verschijnsel - wat helpt en wat niet? - misschien weer wel.

'Ze hebben er een soort kasteel van gemaakt met een slotmuur en een gracht eromheen." Harry Reitsma, directeur van basisschool de Pijler, heeft het over de Kop van Zuid in Rotterdam. Grotendeels koopwoningen die hij van de eerste tot de laatste steen heeft zien bouwen. In 1994 startte Reitsma de openbare school in een paar gele cabines. De omgeving bestond uit een desolate vlakte, want de nieuwbouw was wat vertraagd. Zijn voornamelijk allochtone leerlingen kwamen nog van over het water uit de sociale woningbouw, waaronder de beruchte 'paperclip'. "Vanwege de enorme ambtenarij die aan een nieuwe school voorafgaat, was de aanvraag al ingediend nog voor er hier één huis stond", vertelt Reitsma. De nieuwe school was het eerste gebouw dat werd opgeleverd. "Het heeft er nog om gespannen of wij er wel in mochten. Omdat wij een tijd lang onder de opheffingsnorm zaten, vonden ze dat de Pijler weer moest sluiten." Maar ook deze 'ambtenarij' uit Zoetermeer wist Reitsma door middel van een proces te overwinnen. Nu zijn de koopwoningen op de Kop van Zuid voor een groot deel klaar en heeft hij een aanvraag ingediend om nog vijf extra klassen te mogen bouwen boven op de nieuwe school. Hij kan anders straks de vijf kleutergroepen niet herbergen. Sinds twee jaar vindt er een stormloop van ouders uit de nieuwbouw plaats. Voor Reitsma een ongekende luxe: "We kunnen niet meer dan 250 leerlingen aan, dan houdt het op. Als openbare school mogen we in zo'n geval een wachtlijst hanteren. Omdat wij graag ook enigszins een afspiegeling van de bevolking uit de buurt wilden blijven, hebben we voor een dubbele wachtlijst gekozen. De nieuwe bewoners zijn bijna allemaal wit omdat het hier toch om de wat duurdere koopwoningen gaat. We dreigden onze allochtone leerlingen kwijt te raken, terwijl zij slechts 400 meter verderop wonen."

Trend
Met de wens een 'mix' van de kinderen uit de buurt te houden wijkt de Pijler af van de landelijke trend van een steeds groeiende segregatie. Niet alleen door de toename van zwarte scholen, maar juist ook omdat er steeds meer witte scholen ontstaan. Uit een onderzoek van Trouw (1) blijkt dat de toename van de segregatie geheel is toe te schrijven aan de stijging van witte scholen. Gemengde scholen vormen een minderheid in Nederland.
Het besluit een dubbele wachtlijst te hanteren werd in overleg met de medezeggenschapsraad, het team en het bestuur genomen. Iedereen was het erover eens dat het voor alle leerlingen beter is wanneer de school geen witte enclave wordt. Het bestuur zag nog wel wat beren op de weg, maar aangezien er geen jurisprudentie bestaat over dit fenomeen is het initiatief doorgezet. Reitsma: "Wij hebben nu nog veertig procent 1.9-leerlingen, maar dat zakt naar tien tot vijftien procent. Dat betekent wel dat we niet langer aanspraak kunnen maken op bepaalde budgetten, maar onze sociale problematiek zal, denk ik, ook wel minder zijn dan op de echt zwarte scholen. Wij zijn de enige gemengde school in de wijde omgeving, de rest is allemaal zwart. Onze 'concurrenten' zitten over de brug (de Erasmusbrug, red.) bij de Montessorischool en de Rotterdamse Schoolvereniging."
Volgens Reitsma zijn de allochtone vierjarigen die de school binnenkomen tweetalig. "Ze spreken wel Nederlands. Voor hun taalontwikkeling is een gemengde school natuurlijk ideaal. Ze kunnen niet in hun thuistaal vervallen, gewoon omdat er te weinig kinderen zijn die die taal spreken." Hij betwijfelt of meer scholen de dubbele wachtlijsten zullen gaan hanteren: "Wij verkeren natuurlijk in de luxesituatie dat er zich meer leerlingen aanmelden dan we kunnen plaatsen. Dat was vier jaar geleden precies omgekeerd."

Aanvechten
Theo Nelen van de dienst Stedelijk onderwijs, verantwoordelijk voor het openbaar basisonderwijs, wil wel duidelijk stellen dat het hier om een tijdelijke situatie gaat. "Het zal misschien nog een paar jaar duren, maar wij zijn wel op zoek naar een extra locatie in de buurt om aan alle vraag te kunnen voldoen. Op de plek zelf kunnen wij niet uitbreiden dus misschien wordt het op een ponton in het water." Nelen denkt niet dat de dubbele wachtlijst standhoudt op het moment dat een ouder hem gaat aanvechten bij de rechter. "Er zijn ook al Kamervragen over gesteld. Het gaat goed zolang alle partijen ermee instemmen. Verder moet het dan maar uitgemaakt worden door 'hogere machten', zoals Harry Reitsma dat ooit zo mooi uitdrukte."
In Rotterdam is, volgens Trouw, het segregatiecijfer gedaald met tien procent van 67 naar 57 procent. Segregatie is de scheiding tussen zwart en wit en wordt berekend aan de hand van het percentage allochtonen. Wanneer dat bijvoorbeeld negen procent is in een buurt en slechts één school heeft zestig procent allochtone leerlingen, terwijl de rest maar een procent heeft, dan is er sprake van segregatie. Heeft de buurt heel veel allochtone bewoners, tachtig tot negentig procent, dan zijn zwarte scholen een weerspiegeling van de buurt.
Voor de daling van de segregatie in Rotterdam naar 57 procent (in Den Haag een stijging van 66 naar 71) heeft Theo Nelen geen verklaring: "Op onze scholen is iedereen welkom, we hebben ook geen spreidingsbeleid. Het enige dat ik kan bedenken is dat het ligt aan de buurten, dat die gemengder zijn en dat zich in Den Haag misschien meer concentratiebuurten bevinden."

Elitair publiek
Ook Utrecht heeft een school die een dubbele wachtlijst hanteert, de Fakkel in Tuinwijk, van protestants-christelijke signatuur. Het verhaal van directeur H. Wijnholds lijkt sprekend op dat van Rotterdam. Tien jaar geleden was de school veel zwarter. Er werd in de wijk gerenoveerd, met als gevolg duurdere woningen en meer autochtone bewoners. Een ander belangrijk punt was dat de school overging op de daltonmethode. Wijnholds: "Dat trekt mensen uit de hele stad, dalton trekt een elitair publiek. Ik zou die kinderen zwaar tekortdoen als ze niet kennismaakten met de allochtone kinderen uit de stad." Aan de andere kant weet Wijnholds dat hij dit alleen kan doen omdat hij een wachtlijst moet hanteren: "Ik ben niet roomser dan de paus. Zaten we in een negatieve spiraal dan zouden we iedereen aannemen." Het team en de ouders staan voor honderd procent achter de beslissing een afspiegeling te willen blijven van de buurt. Voor het extra geld dat de 1.9-leerlingen opleveren, doet Wijnholds het 'absoluut niet'. Het gaat ook maar om zo'n negen leerlingen per groep. Waarom andere scholen in dezelfde situatie hier niet voor kiezen? Wijnholds kan er alleen maar naar gissen: "Ik zie nog steeds bewegingen de andere kant op, mensen trekken massaal naar de witte scholen. Ik vind het een gemiste kans."
En dan is er nog een directeur in dezelfde buurt die heel jaloers is op de Fakkel. Dat is Leo Groenewegen van openbare basisschool de Koekoek. In het Utrechts Nieuwsblad (4 juni) leek het wel een oproep: 'De Koekoek wil meer allochtonen' stond er met grote vette letters. "Ik kan er kort over zijn", zegt hij, "ik wil het, maar het kan niet, dat is nu eenmaal de omstandigheid." In 1998 bestond de school nog voor de helft uit allochtone leerlingen, voor het komend schooljaar is dat gezakt naar twee procent. Er is veel expertise in de school om niet-Nederlandstaligen te onderwijzen, er zijn Turkse en Marokkaanse leerkrachten. Toch wil het bestuur niet 'positief' discrimineren. Groenewegen: "Wij hebben zoveel aanmeldingen uit de directe omgeving en die moeten wij bedienen. De buurt is nu eenmaal witter geworden - dat is natuurlijk waar - maar voor een stad als Utrecht is dat een relatief gegeven, want er wonen wel 43 procent allochtone kinderen. Wij hebben voor hen de expertise in huis, maar ondanks de visie van het bestuur dat er dertig procent allochtone leerlingen op een school zouden moeten zitten als ideale 'mix', mogen wij geen dubbele wachtlijst hanteren."

Middenpositie
Hans Creijghton van de bestuurscommissie openbaar onderwijs wil maar één wachtlijst omdat hij voor alle leerlingen toegankelijk wil blijven. "Als er niet genoeg plek is verwijzen wij ouders naar de dichtstbijzijnde andere openbare school. Meestal openen we een extra locatie in de buurt, in het geval van de Koekoek wordt dat moeilijk." Verder denkt hij dat een dubbele wachtlijst juridisch niet erg sterk is, omdat de ene ouder dan voorrang krijgt boven de andere alleen vanwege zijn afkomst.
Onderwijswethouder René Verhulst van Utrecht heeft de vette kop ook gelezen, maar hij wil niet treden in de besluiten van de commissie openbaar onderwijs. "Zij hebben een zelfstandige positie en zijn nog niet met een voorstel bij mij gekomen." Mocht de commissie op haar schreden terugkeren en wel een dubbele wachtlijst willen, dan zal hij daar 'niet voor gaan liggen'.
Utrecht neemt een middenpositie in waar het gaat om de mate van segregatie. Verhulst kent het onderzoek van Trouw maar wil wel wat relativerende opmerkingen kwijt over het onderwerp. "Het wordt gebracht alsof het een levensbedreiging is voor ons land. Segregatie heeft te maken met integratie en dat komt toch van beide kanten. Zolang er nog steeds kinderen van vier jaar zijn die geen woord Nederlands spreken, kun je in het onderwijs doen wat je wilt, maar dan ligt daar het probleem niet. De problemen van de segregatie worden teveel afgeschoven op het onderwijs. In de grote steden, met de helft allochtone kinderen, ontkom je natuurlijk niet aan het verschijnsel zwarte scholen, aangezien die buurten nu eenmaal zwart zijn. Ik ben ervan overtuigd dat wij het over twintig jaar, als de integratie verder gevorderd is, niet meer hebben over witte of zwarte scholen, dat probleem bestaat dan niet meer. Het betekent dat er wat moet veranderen aan bepaalde buurten, zoals het Kanaleneiland. Daar moeten huizen opgeknapt worden en dat trekt dan weer nieuwe bewoners aan. Dat hebben we in Zuilen ook gezien."

Vooroordelen
Het zwaartepunt van de groei van zwarte scholen ligt op dit moment bij de middelgrote steden. Dit blijft een relatief gegeven, want de aantallen vallen nog altijd in het niet vergeleken bij Amsterdam en Rotterdam. In Amsterdam ligt het aantal zwarte scholen nu op 119 en in Rotterdam op 116. Den Haag komt volgens de berekeningen van Trouw uit op 60 en Utrecht op 28. Het grootste aantal zwarte scholen van een middelgrote stad is te vinden in Tilburg: dertien.
In het verleden hebben gemeenten heel wat initiatieven genomen om de concentratie van zwarte leerlingen tegen te gaan. In het boekje van de stichting Sardes 'Apart of gemengd' (2), dat onlangs verscheen, zijn al die initiatieven op een rijtje gezet. Er is het Amersfoortse model, het Zaanstadse meldpunt, de aansturing van Tiel en het convenant van Driebergen-Rijsenburg. Jammer genoeg werd het ei van Columbus nergens gevonden, de situatie stabiliseerde zich in het gunstigste geval, maar nergens werden revolutionaire resultaten geboekt.
In Zaanstad steeg het aantal zwarte scholen in twee jaar tijd van zes naar negen, ondanks het meldpunt dat in 1996 werd ingesteld om concentratie tegen te gaan. De woordvoerder van de stichting Onderwijsvoorrang Zaanstad, Fred Baar, wijt de groei aan de komst van een islamitische school en aan het stijgende aantal allochtone kinderen. "We hebben veel nieuwkomers. Die wonen toch vooral in één buurt, het is een mono-etnische buurt geworden."
Het meldpunt bestaat nog steeds en heeft vooral tot doel ouders voorlichting te geven over alle scholen voor ze hun kind aanmelden. Baar: "De bedoeling is vooroordelen weg te nemen, maar het resultaat is toch moeilijk aan te geven. Nederlandse ouders gaan nu wel eerst op zwarte scholen kijken, maar kiezen ten slotte toch voor een witte school. Er is wel een gemeenschappelijk overleg ontstaan, een samenwerking tussen veertien scholen. Zij komen viermaal per jaar bij elkaar en stemmen de open schooldagen op elkaar af."

(1) Trouw, 23 mei 2002.
(2) Apart of gemengd? Segregatie in het onderwijs. Door Gerard Smink met medewerking van Daphne Smeets. Uitgave Sardes. Schriftelijk te bestellen bij Buro Extern, fax (072)560015, 12,50 euro.

Groei zwarte scholen piekt in grote gemeenten

Op verzoek van Het Onderwijsblad leverde Marjan Agerbeek, onderzoeksjournaliste van het dagblad Trouw, cijfers over zwarte scholen per gemeentecategorie. Hun aantal groeit relatief het hardst in de 21 grootste gemeenten na Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, de zogenoemde G21. In vijf jaar tijd is daar het aantal zwarte scholen met 55 procent gestegen, terwijl dat in de vier grote steden slechts elf procent was.
Ook in 'de rest van Nederland' gaat de 'verzwarting' snel. De toename van zwarte scholen vindt vooral plaats in groeigemeenten als Zaanstad, Almere, Lelystad en Zoetermeer.
Voor een deel is de toename natuurlijk demografisch bepaald: het aantal allochtone kinderen neemt toe, waardoor de kans op een zwarte school toeneemt. Maar dat is het niet alleen, ook kiezen witte ouders blijkbaar sneller voor een witte school als zij het aandeel allochtone kinderen toe zien nemen.
Met een blik op de demografische ontwikkelingen valt te verwachten dat het einde van dat proces - alle discussies over spreiding of toelatingsbeleid ten spijt - nog niet in zicht is. Het aantal allochtone kinderen neemt naar alle waarschijnlijkheid door geboorte en immigratie (nieuwkomers en gezinshereniging) in veel middelgrote gemeenten sneller toe dan het aantal autochtone kinderen.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.