• blad nr 21
  • 4-12-1999
  • auteur O. Bosma 
  • Commentaar

 

Scholierenstaking

De schoolstaking in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs ontmoet veel begrip, maar weinig bereidheid om het concept en programma van de vernieuwde tweede fase te herzien. De reactie van D66-Kamerlid Lambrechts is gelukkig een bizarre uitzondering. Na nog maar kort geleden te hebben meegewerkt aan uitbreiding, wil ze nu een beperking van het aantal examenvakken. Voorzitter Rein Zunderdorp van het Procesmanagement voortgezet onderwijs gaf een ouderwets staaltje van repressieve tolerantie weg door Œblij¹ te zijn met de actie van de leerlingen, maar natuurlijk zonder echte concessies te willen doen. De leerlingen komen zelf geloofwaardiger over, vooral omdat ze in de regel opmerkelijk genuanceerd zijn. Hun bezwaren richten zich overwegend tegen de studielast en niet tegen de grotere zelfstandigheid.
Er is vrij grote overeenstemming over de aanpak van de problemen: geen centrale ingrepen, maar verbeteringen per school. Van alle kanten komen suggesties: verlichting van de eisen voor het schoolexamen, verbetering van de coördinatie tussen de leraren bij het verdelen van de studielast, vermindering van het verkeer in de school, meer evenwicht tussen klassikale instructie en zelfstudie. In het hoger onderwijs heet dat studeerbaarheid. Daarmee is het in het voortgezet onderwijs verschillend gesteld, mede door de beperkte middelen waarmee de vernieuwing moet worden gerealiseerd. Scholen die op achterstand liggen, zal het niet meevallen om op korte termijn doeltreffende maatregelen te nemen. Daarvoor is een besluitvaardige organisatie nodig, die docenten kan binden aan afspraken. Om bijvoorbeeld lagere schoolexameneisen te realiseren moeten secties het snel eens kunnen worden, eerst intern en daarna in relatie met andere secties. De liefde voor het vak en de platte schoolorganisatie maken dat vaak niet eenvoudig. Maar er is geen keus als het voortgezet onderwijs wil laten zien dat het de eigen verantwoordelijkheid voor het onderwijskundig beleid kan dragen.
Een andere zaak is dat een verzwaring van het programma een van de doelstellingen van de hele operatie was. Voor de generatie leerlingen die hiermee het eerst wordt geconfronteerd, kan dat een breuk betekenen met hun verwachtingen. Maar daarmee zijn ze nog geen proefkonijnen, zoals de actievoerders zeggen. De tweede fase is geen proef, maar een onomkeerbare vernieuwing die niet alleen aan scholen en docenten nieuwe eisen stelt, maar ook aan leerlingen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.